Controlefrequentie van patiënten met atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk.

ICPC

K78

Naam van de richtlijn

Atriumfibrilleren

Publicatiedatum van de richtlijn

2013

Onderwerp

Controlefrequentie van patiënten met atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk.

Korte titel

Controlefrequentie van patiënten met atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk

Achtergrond

In de NHG-Standaard Atriumfibrilleren wordt de huisarts geadviseerd om stabiele patiënten met atriumfibrilleren eenmaal per jaar te controleren. Uit een RCT, uitgevoerd in de tweede lijn, bleek dat frequentere controle van patiënten met atriumfibrilleren door een gespecialiseerd verpleegkundige tot minder cardiovasculaire sterfte en ziekenhuisopnames leidde dan standaardzorg door de cardioloog. Het is onbekend of een hogere controlefrequentie, waarbij de controle evt. door de POH wordt uitgevoerd, ook in de huisartsenpraktijk tot betere uitkomsten leidt.

Uitgangsvraag PICO

P

Patiëntpopulatie: patiënten met atriumfibrilleren

I

Interventie: hogere controlefrequentie, bijvoorbeeld 1x per jaar door de huisarts en 3x per jaar door de POH

C

Controle: standaard zorg (jaarlijkse controle door huisarts)

O

Uitkomstmaat: (cardiovasculaire) sterfte, hospitalisatie, CVA/TE, tevredenheid van de patiënt

Gewenst onderzoeksonderwerp

RCT, eventueel cluster-gerandomiseerd

Verwacht effect van de onderzoeksuitkomst voor de richtlijn

De uitkomst van dit onderzoek maakt duidelijk of een verhoogde controlefrequentie van patiënten met atriumfibrilleren door een POH tot betere uitkomsten (minder cardiovasculaire sterfte en gebeurtenissen) leidt.