Dysmenorroe
Richtlijnen diagnostiek
Naar Volledige tekst ›Anamnese
Naar Volledige tekst ›- relatie van de pijn met menstruatiecyclus
- begin ten opzichte van menarche en beloop van de pijn
- ernst en lokalisatie van de pijn, uitstralende pijn
- dyspareunie, invloed op seksualiteit
- opvattingen over de oorzaak van de klachten
- invloed op dagelijkse activiteiten, verzuim op het werk/school
- moeheid, stemmingswisselingen, angst, onzekerheid of depressieve klachten
- cyclische pijn bij plassen en/of ontlasting
- risico op soa
- met pijn geassocieerde klachten zoals diarree, misselijkheid, braken en hoofdpijn
- aard van vaginaal bloedverlies, hematurie, rectaal bloed- of slijmverlies
- (onvervulde) kinderwens
- gebruik van pijnmedicatie, anticonceptie of zelfzorgmiddelen en ervaren effectiviteit
Lichamelijk onderzoek
Naar Volledige tekst ›- Verricht buikonderzoek bij buikpijn.
- Verricht rectaal toucher bij rectaal bloed- of slijmverlies.
- Overweeg gynaecologisch onderzoek (inspectie, speculumonderzoek en vaginaal toucher).
Aanvullend onderzoek
Naar Volledige tekst ›Overweeg transvaginale echoscopie bij:
- niet beoordeelbaar gynaecologisch onderzoek
- hevig menstrueel bloedverlies en/of vergrote uterus
- vermoeden van vergroot ovarium
- cervicale ligging of perforatie spiraal
Let op: een transvaginale echo zonder afwijkingen sluit endometriose niet uit.
Evaluatie
Naar Volledige tekst ›- Vermoeden van endometriose: dysmenorroe in combinatie met (zie ook ‘Figuur 1. Schematische weergave NHG-Standaard Dysmenorroe’):
- dyspareunie en/of
- cyclische pijnlijke mictie met of zonder hematurie en/of
- cyclische pijnlijke ontlasting met of zonder rectaal bloed- of slijmverlies en/of
- subfertiliteit en/of
- aanwijzingen voor endometriose bij gynaecologisch onderzoek
- Vermoeden van adenomyose: dysmenorroe in combinatie met hevig menstrueel bloedverlies.
- Overige oorzaken, zoals myomen, ovariumpathologie, afwijkende positie spiraal, prikkelbaredarmsyndroom en chronische bekkenpijn.
- Stel de werkdiagnose primaire dysmenorroe bij een lage verdenking op endometriose/adenomyose en wanneer overige oorzaken zoveel mogelijk zijn uitgesloten.
Richtlijnen beleid
Naar Volledige tekst ›Algemeen
Naar Volledige tekst ›De behandeling van primaire dysmenorroe, endometriose en adenomyose is in de beginfase hetzelfde.
Voorlichting en advies
Naar Volledige tekst ›Besteed op indicatie aandacht aan onder andere verzuim van werk/school, en psychische klachten. Leg uit dat:
- plaatselijk warmte toepassen, bijvoorbeeld met behulp van een kruik, de pijn kan verlichten
- activiteiten zoals school of werk, afleiding kunnen geven
Vermoeden van primaire dysmenorroe
- Er is geen onderliggende oorzaak, maar behandeling is vaak wel nodig.
- De eerste maanden na menarche zijn klachten vaak heviger maar neemt meestal af met de leeftijd.
Vermoeden van endometriose of adenomyose
- Het zijn vaak chronische aandoeningen, met mogelijk invloed op de vruchtbaarheid.
- Hormonale anticonceptie vertraagt mogelijk progressie; er is geen bewijs voor een positief effect op fertiliteit.
Medicamenteuze behandeling
Naar Volledige tekst ›- Overweeg behandeling met pijnmedicatie en/of hormonale anticonceptie (combinatiepreparaat of methode met alleen progestageen).
- Bespreek voor- en nadelen, maak samen met de patiënt een keuze (zie keuzekaart ‘Ik heb veel pijn als ik ongesteld ben. Wat kan helpen?’).
Praktische toepassing
Naar Volledige tekst ›- Pijnmedicatie: paracetamol of kortdurend orale NSAID’s. Start pijnmedicatie bij het begin van de krampen, adviseer inname op vaste tijden.
- Combinatiepreparaat: adviseer gebruik voort te zetten in stopweek bij aanhoudende klachten.
- Methoden met alleen progestageen: adviseer geen prikpil bij < 18 jaar of kinderwens.
- Voor voorkeurspreparaten hormonale anticonceptie: zie NHG-Standaard Anticonceptie.
Controles
Naar Volledige tekst ›Evalueer na 3 maanden:
- effect en bijwerkingen medicatie, pas zo nodig aan
- school- en werkverzuim
Consultatie en verwijzing
Naar Volledige tekst ›Verwijs naar gynaecoloog bij:
- onvoldoende effect van de behandeling
- vermoeden van ovariumpathologie, uterusanomalie of aanwijzingen voor obstructie
Overweeg verwijzing naar een bekkenfysiotherapeut of seksuoloog bij:
dyspareunie of chronische buikpijn en verhoogde bekkenbodemspanning
Belangrijkste wijzigingen
Naar Samenvatting ›- De NHG-Behandelrichtlijn Dysmenorroe is komen te vervallen en is vervangen door de NHG-Standaard Dysmenorroe.
- Er is meer aandacht voor secundaire dysmenorroe.
Kernboodschappen
Naar Samenvatting ›- Besteed aandacht aan de gevolgen van de klachten en beperkingen door dysmenorroe voor het dagelijks leven van vrouwen.
- Anamnese en lichamelijk onderzoek zijn belangrijke onderdelen van de diagnostiek.
- Transvaginale echoscopie is geïndiceerd bij een niet beoordeelbaar gynaecologisch onderzoek, verdenking op myomen, ovariumpathologie of afwijkende positie spiraal. Wanneer er op een transvaginale echo geen afwijkingen te zien zijn, dan sluit dit endometriose niet uit.
- Medicamenteuze behandeling van dysmenorroe bestaat uit pijnmedicatie, hormonale anticonceptie of een combinatie van beide, afhankelijk van de voorkeur van de patiënt.
- Verwijs naar gynaecoloog voor aanvullende diagnostiek bij onvoldoende effect van medicamenteuze behandeling.
Inleiding
Naar Samenvatting ›Buiten de scope
Naar Samenvatting ›- abnormaal bloedverlies (zie NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies)
- spoedeisende toestandsbeelden of aandoeningen zoals acute buikpijn, extra uteriene graviditeit (EUG) (zie NHG-Standaard Miskraam), Pelvic Inflammatory Disease (zie NHG-Standaard Pelvic inflammatory disease) of torsie adnex
- pijnklachten als gevolg van spiraal (hormoon/koper) (zie NHG-Standaard Anticonceptie)
- pijnklachten die niet samenhangen met de menstruatie
Achtergronden
Naar Samenvatting ›Epidemiologie
Naar Samenvatting ›- Dysmenorroe is een van de meest voorkomende gynaecologische klachten in de huisartsenpraktijk bij vrouwen in de fertiele periode.
- Dysmenorroe komt het meest voor bij vrouwen tussen 12-24 jaar: de prevalentie bedroeg 39,1 per 1000 vrouwen bij 12-18 jaar en 34,2 per 1000 vrouwen bij 19-24 jaar (2024). De prevalentie daalt fors naarmate de vrouw ouder wordt: 13,9 per 1000 vrouwen bij 25-44 jaar en 2,9 per 1000 vrouwen bij 45-64 jaar.
- De incidentie van dysmenorroe is het hoogst in de adolescentie: 20,3 per 1000 vrouwen in de leeftijdsgroep 12-18 jaar.
- Endometriose is de meest voorkomende oorzaak van secundaire dysmenorroe. Naar schatting bezochten in 2022 in Nederland 10.000 vrouwen de huisarts voor endometriose. Dit is mogelijk een onderschatting, de prevalentie is onbekend en varieert van 2-10% in de algemene populatie.
- De tijd tussen het ontstaan van de klachten en het vaststellen van endometriose duurt gemiddeld 7 jaar.
- De prevalentie en incidentie van adenomyose zijn onbekend.
- De symptomatologie van endometriose en adenomyose komen grotendeels overeen.
NIVEL Zorgregistraties Eerste Lijn registreert en analyseert de gegevens van eerstelijnszorgverleners. Deze zijn berekend uit de gegevens van 426 huisartsenpraktijken met ruim 1,9 miljoen ingeschreven patiënten. De selectie van huisartsenpraktijken is gebaseerd op de kwaliteit van hun registratie van ICPC-codes en wordt representatief geacht voor de Nederlandse bevolking. De gemiddelde incidentie van dysmenorroe is 5,0 vrouwen en de prevalentie is 9,9 per 1000 vrouwen per jaar (in 2024). Naar schatting bezochten 46.000 vrouwen de huisarts voor dysmenorroe. Dit betrof met name jonge vrouwen: van 10 tot en met 24 jaar oud bezocht tussen de 1 en 3% de huisarts, daarna neemt het aantal consulten af (figuur d1, Nivel 2024).
Bron: Heins M, Knottnerus B. Kennisvraag. Komt een vrouw bij de huisarts: vrouwspecifieke aandoeningen in de huisartsenpraktijk. Utrecht: Nivel (2024)
Endometriose
Endometriose is de meest voorkomende oorzaak van secundaire dysmenorroe: de prevalentie is niet precies bekend maar wordt geschat op 2-10% van de vrouwen in de algemene populatie tot 50% van de subfertiele vrouwen (ESHRE Guideline Endometriosis, ). Het aantal vrouwen dat de huisarts bezocht in 2022 voor endometriose is moeilijk vast te stellen. In 2022 werd door de huisarts bij 10.000 vrouwen endometriose (X99.02) als oorzaak van klachten geregistreerd. Dit is waarschijnlijk een onderschatting omdat:
- Endometriose onder verschillende ICPC-codes kan worden geregistreerd. Naast ICPC-code X99.02 ‘Endometriose’ is het ook mogelijk ICPC-code X99, Andere ziekte(n) geslachtsorganen/borsten vrouw of D01 Buikpijn te gebruiken. Alleen de code X99.02 is meegenomen in de data-analyse van het Nivel.
- De diagnose endometriose kan uitdagend zijn, aangezien het klachtenpatroon sterk kan overlappen met dat van bijvoorbeeld het prikkelbaredarmsyndroom (PDS). Uit onderzoek uitgevoerd in Nederland is bekend dat de tijd tussen het ontstaan van klachten en het vaststellen van de diagnose endometriose ongeveer 7 jaar is als de aandoening ontstaat op volwassen leeftijd. Hierbij is de vertraging in de huisartsenpraktijk het grootst: bijna 6 jaar. De tijd tot aan het stellen van de diagnose kan zelfs meer dan 12 jaar zijn als de klachten begonnen zijn in de adolescentie.
Vooral vrouwen tussen de 25-49 jaar bezoeken de huisarts voor endometriose: 0,3% in 2022 (zie figuur d2).
Bron: Heins M, Knottnerus B. Kennisvraag. Komt een vrouw bij de huisarts: vrouwspecifieke aandoeningen in de huisartsenpraktijk. Utrecht: Nivel (2024)
Met name de volgende klachten zijn gerelateerd aan endometriose: pijn onder in de buik, dysmenorroe, heftige menstruele bloedingen, subfertiliteit en dyspareunie.
Adenomyose
De prevalentie- en incidentiecijfers van adenomyose in de eerste lijn zijn onbekend. De prevalentie bij subfertiele vrouwen die een gynaecologische echo hebben ondergaan was 10% (95% betrouwbaarheidsinterval van 6-15%).
Etiologie, klinisch beeld en beloop
Naar Samenvatting ›Dysmenorroe is pijn vlak voor of tijdens de menstruatie, meestal onder in de buik. De pijn kan uitstralen naar de benen en rug en gepaard gaan met misselijkheid, hoofdpijn en moeheid. De impact op het dagelijks functioneren kan aanzienlijk zijn: het ziekteverzuim bij dysmenorroe is vergelijkbaar met dat bij chronische aandoeningen zoals diabetes mellitus type 2.
Primaire dysmenorroe
Naar Samenvatting ›- Ontstaat vaak kort na de menarche. De pijn begint meestal vlak voor of tijdens de menstruatie en is het hevigst op de eerste of tweede dag. Het kan uitstralen naar de onderrug en bovenbenen, en soms komen er symptomen zoals misselijkheid, overgeven en vermoeidheid bij. De pijn duurt doorgaans 1 tot 3 dagen.
- Er is per definitie geen aantoonbare onderliggende pathologie.
- De pathofysiologie is nog niet volledig opgehelderd, maar een verhoogde prostaglandineproductie door het endometrium tijdens de menstruatie, speelt mogelijk een belangrijke rol. Prostaglandinen induceren contracties van het myometrium, wat tot tijdelijke lokale ischemie en gevoeligheid van de zenuwuiteinden leidt.
Secundaire dysmenorroe
Naar Samenvatting ›- In tegenstelling tot primaire dysmenorroe is er sprake van een aantoonbare onderliggende pathologie. Het onderscheid is vaak lastig.
- Secundaire dysmenorroe kan naast de beschreven klachten bij primaire dysmenorroe, gepaard gaan met andere gynaecologische klachten, zoals intermenstrueel bloedverlies of hevig menstrueel bloedverlies. Specifieke symptomen kunnen aanwijzingen geven voor de onderliggende oorzaak van de pijn.
Endometriose
Naar Samenvatting ›- Endometriose is de meest voorkomende oorzaak van secundaire dysmenorroe. Het is een goedaardige, inflammatoire aandoening waarbij endometriumachtig weefsel (klieren en stroma) buiten de baarmoeder voorkomt. Dit ectopisch endometrium bloedt cyclisch en veroorzaakt lokale ontstekingen.
- Veelvoorkomende klachten bij endometriose zijn dyspareunie en buik- (en/of bekken)pijn. Minder vaak voorkomende klachten zijn menstruatiegerelateerde dyschezie (pijn bij defecatie) en dysurie, evenals cyclisch terugkerende obstipatie, loze aandrang voor defecatie of mictie, diarree, hematurie en rectaal bloed- of slijmverlies. De ernst van deze klachten kan variëren en volgen niet altijd een cyclisch patroon dat verband houdt met de menstruatie. De klachten komen vaak niet overeen met de locaties en uitgebreidheid van de laesies, waardoor het klinisch beeld niet altijd overeenkomt met de ernst van de endometriose.
- Het kan progressief, therapieresistent en soms al vanaf de menarche aanwezig zijn.
- Hoewel er geen verschil is in de presentatie van symptomen tussen adolescenten en volwassenen, komen onverklaarde pijnklachten bij adolescenten vaker voor.
- Er spelen bij endometriose mogelijk meerdere factoren een rol zoals retrograde menstruatie, metaplasie van peritoneale mesotheelcellen, immunologische en genetische factoren. Risicofactoren zijn onder andere hevige of frequente menstruaties, eerstegraadsfamilielid met endometriose en uterusanomalie.
- Endometriose kan zich zowel binnen als buiten het kleine bekken manifesteren. Binnen het kleine bekken komen de laesies vaak voor in de omgeving van de uterus, de adnexa (ovariële endometriose), de blaas, de darm of de vagina. Locaties buiten het kleine bekken zijn ook mogelijk, zoals endometrioselaesies in de buikwand (peritoneum) of in de thoracale regio, waarbij de longen, pleura en het middenrif betrokken kunnen zijn.
- Endometriose komt bij ongeveer de helft van de vrouwen met dysmenorroe en onverklaarde subfertiliteit voor. Lokalisatie en uitgebreidheid geven slechts beperkte prognostische waarde voor het risico op subfertiliteit.
Adenomyose
Naar Samenvatting ›- Er is sprake van invasief endometriumweefsel in het myometrium (zie ook NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies).
- Gaat vaak samen met hevig menstrueel bloedverlies, wat kan resulteren in een overlap van klachten die eveneens bij myomen voorkomen. Daarnaast kunnen andere pijnklachten aanwezig zijn, zoals dyspareunie en chronische buikpijn. Ongeveer 1/3 van de vrouwen ervaart geen klachten.
- De oorzaak is onbekend.
- Er zijn aanwijzingen dat adenomyose geassocieerd is met een verhoogd risico op subfertiliteit, miskramen en zwangerschapscomplicaties, zoals vroeggeboorten en pre-eclampsie, maar wetenschappelijk onderzoek naar het oorzakelijk verband ontbreekt nog.
Myomen
Naar Samenvatting ›- Uteriene contracties, bijvoorbeeld ter uitdrijving van een intracavitair gelegen myoom, worden beschouwd als een belangrijke oorzaak van het optreden van pijnklachten.
- De pathofysiologie van hevig menstrueel bloedverlies bij myomen is nog niet volledig opgehelderd (zie NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies).
Ovariumpathologie (exclusief ovariële endometriose)
Naar Samenvatting ›- Meestal is er sprake van een ovariële cyste die uit alleen vocht kan bestaan (uniloculair of bestaande uit meerde cysteholtes), een solide deel (bijvoorbeeld bij een dermoïdcyste) of uit een mengbeeld van beide.
- Ovariumpathologie is meestal asymptomatisch maar kan ook pijn veroorzaken onder in de buik, meestal aan de zijde van het vergrote ovarium.
- Het onderscheid tussen benigne en maligne cysten op klinisch beeld is lastig. Symptomen die vaker voorkomen bij patiënten met maligne ovariumpathologie zijn buikpijn, toegenomen buikomvang, vol gevoel, mictieklachten, obstipatie, gewichtsverlies, misselijkheid of dyspnoe.
- Er is doorgaans een gunstig beloop bij asymptomatische vrouwen in de premenopauze met een benigne ovariumcyste < 10 cm. Ongeveer 1 op de 3 ovariële cysten verdwijnt spontaan. Soms worden cysten groter en is een operatie nodig. De kans op complicaties zoals ruptuur of ovariële torsie is minder dan 1%, en het risico op maligne ontaarding bedraagt 0,1%.
Primaire dysmenorroe
- Over de etiologie en het beloop van primaire dysmenorroe is weinig bekend.
- De pijn wordt mogelijk veroorzaakt door een overmatige hoeveelheid prostanoïden (waaronder prostaglandine) die tijdens de menstruatie uit het baarmoederslijmvlies vrijkomen. Deze zorgen ervoor dat de baarmoeder vaak en ritmisch samentrekt, wat leidt tot een verminderde lokale bloedstroom en hypersensibilisatie van de perifere zenuwen.
- Hoewel de meeste vrouwen met dysmenorroe hogere concentraties prostaglandinen hebben dan vrouwen zonder dysmenorroe, vertonen sommige vrouwen met ernstige dysmenorroe en normale laparoscopische bevindingen geen verhoogde prostaglandinen. De prevalentie van deze gevallen is onbekend. Er is gesuggereerd dat het antidiuretisch hormoon vasopressine mogelijk ook een rol speelt in de etiologie van primaire dysmenorroe, maar de exacte functie ervan is nog niet volledig begrepen.
- Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol. Een epidemiologische studie toonde aan dat familiaire voorgeschiedenis van dysmenorroe een significante risicofactor is: vrouwen met een moeder of zus met dysmenorroe hadden een verhoogde kans op het zelf ervaren van menstruatiepijn. De pathofysiologie is onbekend.
Secundaire dysmenorroe
Endometriose
Etiologie:
- Is deels onbekend, de volgende factoren spelen mogelijk een rol
:
- Retrogade menstruatie waarbij vitale endometriumcellen afkomstig uit het menstruatiebloed retrograad via de tubae de buikholte bereiken en zich daar nestelen (retrograde menstruatietheorie van Sampson).
- Het ectopische endometrium (endometriumachtig weefsel in de buik of buiten het kleine bekken) bloedt cyclisch, met een ontstekingsreactie en adhesies als gevolg. Hierdoor ontstaan cyclusgebonden pijnklachten die op langere termijn continue klachten kunnen geven.
- Immunologische en genetische factoren spelen mogelijk bij bovengenoemde processen een rol.
- Risicofactoren zijn: hevige of frequentie menstruaties, en het hebben van een eerstegraadsfamilielid met endometriose en uterusanomalie.
Lokalisaties:
- Meestal komt endometriose in het kleine bekken voor maar locaties daarbuiten zijn ook mogelijk evenals mengbeelden.
- Endometriose wordt vaak onderscheiden in de volgende vormen:
- Peritoneale vorm: aanwezigheid van oppervlakkige endometrioselaesies op het peritoneum die alleen zichtbaar zijn tijdens laparoscopie. Deze laesies veroorzaken een inflammatoire reactie met als gevolg adhesievorming.
- Ovariële vorm: met aanwezigheid van endometriosecysten (endometriomen), in het ovarium. De cysten zijn gevuld met vloeistof bestaande uit oud bloed en afgestoten endometrium (‘chocoladecysten’).
- Diepe endometriose: voorkeurslocaties zijn het cavum Douglasi en het septum rectovaginale, waarbij al dan niet het rectosigmoïd is aangedaan. Ook op de blaas, ureters en sacro-uteriene ligamenten komt endometriose vaak voor.
- Locaties buiten het kleine bekken: zoals het diafragma, pleura, lever, navel en in littekens van buikoperaties of episiotomie. Deze zijn zeldzamer. Deze vorm van endometriose is lastig aan te tonen.
Klinisch beeld:
- Endometriose kan al voorkomen bij adolescenten (ESHRE guideline: endometriosis ).
- Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen adolescenten en volwassenen in de presentatie van symptomen, maar conform de NICE-richtlijn endometriosis: diagnosis and management is het advies om alert te zijn op endometriose bij adolescenten met onverklaarde pijnklachten.
- Voor het classificeren van endometriose bestaan er verschillende scoringssystemen. Het nadeel van deze scoringssystemen is dat hogere of ernstige stadia van endometriose geen voorspeller zijn van de mate van pijn en kwaliteit van leven. Een ander nadeel is dat niet elke locatie en uitgebreidheid van endometriose (bijvoorbeeld endometriose op het peritoneum) vast te leggen is in een scoringssysteem.
- De klachten komen vaak niet overeen met de locaties en uitgebreidheid van de laesies.
- Hormonale anticonceptie bij endometriose wordt verondersteld de oestrogeenproductie te onderdrukken. Dit leidt tot atrofie van zowel het endometrium als de ectopisch gelegen endometriumlaesies. Door deze onderdrukking nemen de laesies in aantal en grootte af, al verdwijnen ze niet volledig. Dit resulteert doorgaans in een vermindering van pijnklachten.
- De aandoening kan familiair voorkomen, een eerstegraads familielid van een vrouw met endometriose heeft 3-9 keer meer kans op endometriose , maar er is geen specifiek gen bekend dat endometriose veroorzaakt. Er zijn ook veel vrouwen met endometriose zonder familieleden met endometriose.
Subfertiliteit:
De kans op subfertiliteit bij vrouwen met endometriose is verhoogd:
- Het is niet precies duidelijk welke factoren een rol spelen bij de verhoogde kans op subfertiliteit bij vrouwen met endometriose. Een mogelijke verklaring is dat bij vrouwen met endometriosecysten of adhesies rondom de eierstokken en eileiders, het verstoorde transport van het embryo door de eileider, mogelijk als gevolg van mechanische obstructie, een rol speelt. Een andere mogelijke verklaring is dat het ontstekingsproces lokaal de eicelkwaliteit vermindert, de implantatie van het embryo in het endometrium verstoort en de spermafunctie aantast.
- Een retrospectief patiënt-controleonderzoek in de huisartsenpraktijk in het Verenigd Koninkrijk (n = 5540) toonde aan dat in vergelijking met een controlegroep gematcht op leeftijd en huisartsenpraktijk, vrouwen met endometriose een 8 maal zo grote kans hadden op subfertiliteit (OR 8,2 95% 6,9-9,9). Er is niet gecorrigeerd op andere mogelijke beïnvloedbare factoren.
- Bij ongeveer 40% van de vrouwen met onverklaarde subfertiliteit zonder duidelijke klachten wordt bij diagnostische laparoscopie endometriose vastgesteld, en bij ongeveer 54% van de vrouwen met onverklaarde subfertiliteit en pijn wordt dit eveneens gevonden.
Beloop:
- Er is onzekerheid over het beloop van endometriose bij adolescenten: sommige ontwikkelen ernstige vormen, anderen blijven mild symptomatisch. Vroegtijdige herkenning en behandeling kan mogelijk de progressie beperken (ESHRE Guideline Endometriosis, ).
- Bij volwassen vrouwen zijn klachten aanvankelijk veelal cyclusgebonden maar kunnen overgaan in chronische klachten: meestal buik- en bekkenpijn.
- Beloop is variabel: bij een derde van de vrouwen nemen de klachten in de loop van de jaren toe, een derde ervaart een wisselend beloop en bij een derde treedt spontane regressie op.
Adenomyose
- Adenomyose wordt veroorzaakt door ingroei van het endometriumweefsel in het myometrium. De oorzaak hiervan is onbekend. Het vertoont een overlappend klinisch beeld met endometriose, maar wordt niet als een subvorm beschouwd. Adenomyose kent verschillende beeldvormende kenmerken, zoals asymmetrische verdikking van het myometrium, cysten met waaiervormige schaduwvorming in het endometrium, en een onregelmatige of onderbroken junctionale zone (bevindt zich tussen het endometrium en het myometrium).
- Het stellen van de diagnose adenomyose is een uitdaging en wordt vaak gemist, zowel klinisch als bij beeldvormende diagnostiek. Het klachtenpatroon dat door adenomyose wordt veroorzaakt, zoals pijn bij hevig vaginaal bloedverlies, overlapt vaak met klachten die ook passen bij myomen. Bovendien kent adenomyose verschillende verschijningsvormen, variërend van diffuse of focale adenomyose tot adenomyose in combinatie met één of meer myomen (ongeveer 15-50% van de gevallen), wat de detectie via beeldvormende diagnostiek bemoeilijkt (NVOG, 2013). Daarnaast bestaan voor echo, MRI en histologisch onderzoek verschillende diagnostische criteria om adenomyose vast te stellen. Adenomyose kon aanvankelijk alleen vastgesteld worden op basis van weefselonderzoek na hysterectomie. Tegenwoordig zijn adenomyose (en myomen) met een vaginale echo of MRI vast te stellen.
- Er lijkt een relatie te bestaan tussen adenomyose en subfertiliteit. De pathofysiologie komt deels overeen met die van endometriose en mogelijk speelt een slechtere implantatie van het embryo een rol. Bij vrouwen met adenomyose die een in-vitrofertilisatie (IVF) behandeling ondergingen waren er 28% minder zwangerschappen en was er een verdubbeling van het aantal miskramen vergeleken met patiënten zonder adenomyose.
Ovariumpathologie
- Het onderscheid met lichamelijk onderzoek tussen een fysiologisch vergroot en een afwijkend vergroot ovarium kan lastig zijn.
- In de premenopauze kan een vergroot ovarium ontstaan door een persisterende follikel of een functionele cyste (benigne). In de postmenopauzale fase is er echter geen follikelgroei meer, waardoor het ovarium normaal gesproken kleiner zou moeten zijn en geen follikels meer bevat. In sommige gevallen kan een klein vochtblaasje van minder dan 2 centimeter nog aanwezig zijn.
- Of een afwijkend ovarium een benigne of maligne afwijking is hangt af van verschillende (echoscopische) kenmerken. Hiervoor wordt het International Ovarium Tumor Analaysis (IOTA) ADNEX- model gebruikt, hetgeen een predictiemodel is wat helpt bij het inschatten of een vergroot ovarium een verhoogd risico heeft op een maligne afwijking.
- Risicofactoren voor ovariumcarcinoom zijn: leeftijd (postmenopauzaal), positieve familieanamnese voor ovarium-, mamma- en coloncarcinoom, primaire subfertiliteit, nullipariteit door infertiliteit en voorgeschiedenis van endometriose.
Richtlijnen diagnostiek
Naar Samenvatting ›Algemene uitgangspunten
Naar Samenvatting ›- De diagnostiek en behandeling behelst meestal meerdere consulten. Bied vrouwen de mogelijkheid van een vervolgconsult om de verwachtingen en het effect van de behandeling te evalueren.
- Vraag (jonge) vrouwen die vanwege dysmenorroe een medicamenteuze behandeling willen of zij een actuele kinderwens of een anticonceptiewens hebben (zie ook NHG-Standaard Anticonceptie).
Anamnese
Naar Samenvatting ›Klachten passend bij dysmenorroe:
- relatie van pijn met de menstruatiecyclus
- begin ten opzichte van menarche en beloop van de pijn
- lokalisatie van de pijn, uitstralende pijn
- ernst van de pijn
- dyspareunie, invloed op seksualiteit (zie NHG-Standaard Seksuele klachten)
- opvattingen van de vrouw over de oorzaak van de klachten
Ervaren van hinder en psychosociale anamnese
Naar Samenvatting ›Gevolgen voor het functioneren, waaronder:
- verzuim op het werk/ school
- invloed op dagelijkse activiteiten zoals sporten
- moeheid, stemmingswisselingen, angst, onzekerheid of depressieve klachten (zie NHG-Standaard Angst en NHG-Standaard Depressie)
Dysmenorroe wordt soms geassocieerd met psychische klachten zoals angst, emotionele instabiliteit, een negatief lichaamsbeeld, of afwijzing van de rol als vrouw (zie Richtlijn SOLK en somatoforme stoornissen ). Adolescenten met dysmenorroe ervaren vaker depressieve klachten en angst dan hun leeftijdsgenoten. Het komt ook vaak voor bij vrouwen met premenstrueel syndroom. In een cochranereview met 213 vrouwen met primaire en secundaire dysmenorroe werden verschillende gedragsinterventies, zoals ontspanningstraining, biofeedback, pijnmanagement en het versterken van copingstrategieën, vergeleken met placebo, geen behandeling of conventionele medicamenteuze behandelingen zoals NSAID’s. Van de vijf geïncludeerde RCT’s, die meer dan 20 jaar geleden werden uitgevoerd, was pooling van de data niet mogelijk door het kleine aantal studies en de heterogeniteit van uitkomstmaten. Hoewel er mogelijk een positief effect is van gedragsinterventies, kunnen duidelijke conclusies niet worden getrokken vanwege de lage kwaliteit van het bewijs.
Vraag verder naar:
Naar Samenvatting ›- cyclische pijn bij plassen
- cyclische pijnlijke ontlasting (dyschezie)
- met pijn geassocieerde klachten, zoals diarree, misselijkheid, braken en hoofdpijn
- aard van vaginaal bloedverlies (frequentie en duur, regelmaat cyclus, intermenstrueel en/of postcoïtaal bloedverlies, hoeveelheid bloedverlies)
- hematurie
- rectaal bloed- of slijmverlies tijdens de ontlasting
- risico op soa (zie NHG-Standaard Het soa-consult)
- (onvervulde) kinderwens (zie NHG-Standaard Subfertiliteit)
Voorgeschiedenis
Naar Samenvatting ›- gebruikte pijnmedicatie, anticonceptie of zelfzorgmiddelen voor dysmenorroe en ervaren effectiviteit
- eerdere behandelingen van dysmenorroe
- aanwijzingen voor aandoeningen die ook (chronische) buikpijn geven: prikkelbaredarmsyndroom (PDS) (zie NHG-Standaard Prikkelbaredarmsyndroom), proctitis (zie NHG-Standaard Rectaal bloedverlies) of chirurgische buikingrepen
- aanwijzingen voor tubapathologie die ook buikpijn geven: obstetrische voorgeschiedenis, zoals extra-uteriene graviditeit (EUG)
Lichamelijk onderzoek
Naar Samenvatting ›Onderzoek abdomen
Naar Samenvatting ›- Verricht buikonderzoek bij buikpijn. Let op drukpijn, loslaatpijn, défense musculaire en lokalisatie hiervan.
- Verricht een rectaal toucher bij rectaal bloed- of slijmverlies (zie NHG-Standaard Rectaal bloedverlies).
Gynaecologisch onderzoek
Naar Samenvatting ›Overweeg gynaecologisch onderzoek. Neem hierbij wensen en voorkeuren van de patiënt mee. Wees terughoudend bij virgo, trauma in de voorgeschiedenis, of wanneer het onderzoek naar verwachting (te) pijnlijk is.
Speculumonderzoek
Naar Samenvatting ›- Let op:
- endometrioselaesies (zwellingen die rood, blauw of bruin doorschemeren) in de fornix posterior (vaak (zeer) pijnlijk bij aanraken met speculum of bij vaginaal toucher)
- fluor (zie NHG-Standaard Fluor vaginalis en NHG-Standaard Pelvic inflammatory disease)
- bij spiraal: check of de draadjes in situ zijn
- Let bij vaginaal bloedverlies op het aspect van de cervix en vaginawand (zie NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies).
Vaginaal toucher
Naar Samenvatting ›- Palpeer de uterus en let op ligging, mobiliteit, consistentie, vorm, grootte, oppervlak.
- Beoordeel of er sprake is van opstoot- en slingerpijn, en of het pijnlijk is als de uterus van buitenaf wordt aangeraakt.
- Palpeer de adnexen op grootte en pijnlijkheid.
- Palpeer rondom de portio of er pijn is en of er palpabele massa’s aanwezig zijn in de fornix posterior: op deze manier kan de verdenking op diepe endometriose worden overwogen.
- Let bij dyspareunie op aanwijzingen voor verhoogde bekkenbodemspanning (zie NHG-Standaard Seksuele klachten).
- De betrouwbaarheid van een vaginaal toucher hangt af van de ervaring van de huisarts en van patiëntkenmerken, zoals lichaamsbouw en leeftijd.
Aanvullend onderzoek
Naar Samenvatting ›Laboratoriumonderzoek
Naar Samenvatting ›We bevelen laboratoriumonderzoek naar oorzaken van dysmenorroe niet aan.
De diagnose van endometriose of adenomyose op basis van klachten en het gynaecologisch onderzoek kan lastig zijn. Door het ontbreken van een gouden standaard voor diagnostiek duurt het vaak jaren voordat de juiste diagnose gesteld wordt. Om deze reden wordt al geruime tijd gezocht naar goedkope en minimaal belastende biomarkers in het bloed en urine die de aanwezigheid van endometriose kan voorspellen bij (jonge) vrouwen met dysmenorroe. Een van de meest onderzochte biomarkers in de diagnostiek van endometriose is CA-125, welke niet alleen wordt gebruikt om bij een vergroot ovarium onderscheid te maken tussen maligne en benigne afwijkingen, maar ook in verhoogde concentraties aanwezig kan zijn bij endometriose. In een cochranereview, waarin 141 studies werden onderzocht, konden slechts vier biomarkers in het bloed (anti-endometriale antilichamen, interleukine-6, CA-19,9 en CA-125) worden geanalyseerd, omdat er alleen voor deze markers voldoende studies beschikbaar waren. Alle onderzochte biomarkers blijken slechts van beperkte diagnostische waarde te zijn. Acht onderzoeken met 646 vrouwen die een diagnostische laparoscopie ondergingen (meestal voor diagnostiek naar endometriose) hebben biomarkers geïdentificeerd die mogelijk waardevol zijn voor de diagnose van endometriose. Echter, het aantal onderzoeken is nog te beperkt om de diagnostische waarde vast te stellen. Concluderend kan er door de lage kwaliteit van de onderzoeken geen marker worden aanbevolen voor routinematig gebruik in de diagnostiek van endometriose.
Transvaginale echoscopie
Naar Samenvatting ›- Wees terughoudend bij virgo, trauma in de voorgeschiedenis, of wanneer het onderzoek naar verwachting (te) pijnlijk is.
- Omdat het initiële beleid van primaire dysmenorroe en vermoeden van endometriose of adenomyose overeenkomt, is een transvaginale echo meestal niet nodig, tenzij er een vermoeden is van een andere oorzaak.
- Overweeg transvaginale echoscopie bij
- niet beoordeelbaar gynaecologisch onderzoek
- hevig menstrueel bloedverlies en/of vergrote uterus (myomen/adenomyose, zie NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies)
- vermoeden van vergroot ovarium bij gynaecologisch onderzoek (ovariumpathologie, endometriosecyste)
- vermoeden van cervicale ligging of perforatie van spiraal (zie NHG-Standaard Anticonceptie)
- Let op: wanneer er op een transvaginale echo geen afwijkingen zichtbaar zijn, dan sluit dit endometriose nog niet uit.
De diagnostische waarde van de transvaginale echo voor het aantonen of uitsluiten van endometriose of adenomyose is beperkt; een echo zonder afwijkingen sluit deze aandoeningen niet uit. De toegevoegde waarde van een transvaginale echo naast anamnese en lichamelijk onderzoek is onvoldoende bekend. Voor andere oorzaken van secundaire dysmenorroe, zoals myomen, kan een transvaginale echoscopie wél van meerwaarde zijn. Bij een vermoeden van endometriose of adenomyose heeft een transvaginale echoscopie in eerste instantie weinig invloed op het medicamenteuze beleid, omdat een echo zonder afwijkingen deze aandoeningen niet uitsluit. Het advies is daarom om eerst medicamenteuze behandeling te starten. Een transvaginale echo kan worden overwogen om andere oorzaken, zoals myomen, ovariumpathologie of afwijkende positie spiraal, uit te sluiten. Indien medicamenteuze behandeling (en eventueel een echo zonder afwijkingen) na drie tot zes maanden onvoldoende effectief is, overweeg dan een verwijzing naar de gynaecoloog voor verdere diagnostiek naar endometriose of adenomyose.
Gewenste en ongewenste effecten
De resultaten in de verschillende onderzoeken zijn heterogeen, inconsistent en onderzoeken in de eerste lijn ontbreken veelal. In een (klein) aantal onderzoeken is de sensitiviteit en specificiteit van de transvaginale echo hoog genoeg om endometriose en adenomyose aan te tonen dan wel uit te sluiten, terwijl in de meeste onderzoeken de testeigenschappen lager zijn. De PVW ligt tussen de 72 en 98% (voor endometriose en adenomyose), terwijl de NVW tussen de 67 en 100% ligt voor endometriose (peritoneale endometriose, endometriosecysten en diepe endometriose) en tussen 49 en 100% voor adenomyose.
Voor zowel de diagnostiek van endometriose als adenomyose is idealiter de specificiteit zo hoog mogelijk, met andere woorden als er op de transvaginale echo afwijkingen zichtbaar zijn die passen bij endometriose of adenomyose dan zijn deze diagnosen daadwerkelijk aanwezig (i.e. de kans op een fout-positieve uitslag van de echo is dan laag). Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat de diagnostische testeigenschappen van de transvaginale echo voor endometriose en adenomyose variabel zijn en er een grote diagnostische onzekerheid bestaat.
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van het bewijs is (zeer) laag. Er werd afgewaardeerd voor het risico op vertekening door onduidelijkheid of de juiste patiënten geselecteerd (i.e. vrouwen met vermoeden van endometriose en adenomyose in de eerste lijn) zijn of onduidelijkheid over de uitgevoerde test, voor indirectheid omdat de onderzoeken veelal in de tweede en derde lijn uitgevoerd zijn en in verband met heterogeniteit; de sensitiviteit en specificiteit varieerde behoorlijk tussen de onderzoeken. Ook viel de grens van klinische relevantie soms binnen het 95% betrouwbaarheidsinterval van de onderzoeken, waardoor afgewaardeerd werd voor onnauwkeurigheid.
Waarden en voorkeuren van patiënten
Een deel van de patiënten wil graag weten of er een oorzaak is wanneer ze klachten van dysmenorroe hebben en geven waarschijnlijk de voorkeur aan een onderzoek dat zo min mogelijk invasief en niet belastend is. Een transvaginale echografie kan helpen om andere oorzaken van secundaire dysmenorroe, zoals myomen, ovariumpathologie of afwijkende positie spiraal, uit te sluiten. Het is echter belangrijk te realiseren dat een echo zonder afwijkingen endometriose of adenomyose niet uitsluit. Een ander deel van de vrouwen is niet op de hoogte van het bestaan van de diagnose endometriose of adenomyose en hun hulpvraag is voornamelijk symptoombestrijding.
Kosten
De kosten voor een echo worden bepaald door de zorgverzekeraar.
Aanvaardbaarheid
De transvaginale echo is eenvoudig uit te voeren, minimaal belastend voor de patiënt en wordt over het algemeen niet als pijnlijk ervaren. Bij verdenking op endometriose of adenomyose wordt een transvaginale echo als eerste stap in de diagnostiek vaak uitgevoerd door een gynaecoloog. Om andere oorzaken van secundaire dysmenorroe uit te sluiten is er de mogelijkheid om te verwijzen voor een echo in een diagnostisch centrum of een (kader)huisarts die bekwaam is met het maken van een transvaginale echo (afhankelijk van regionale afspraken).
Haalbaarheid
Bijna alle huisartsen hebben de mogelijkheid om voor patiënten een transvaginale echo aan te vragen. Er zijn voor de meeste huisartsen geen problemen met de haalbaarheid voor het aanvragen van een transvaginale echo.
Uitgangsvraag
Is een transvaginale echo (uitgevoerd in diagnostisch centrum of ziekenhuis) als aanvulling op anamnese en lichamelijk onderzoek aan te bevelen voor het diagnosticeren van endometriose of adenomyose bij vrouwen met dysmenorroe die daarvoor de huisarts bezoeken? Zie de PICO-tabel.
Patiënten | Vrouwen met dysmenorroe in de huisartsenpraktijk |
Indextest | Transvaginale echo uitgevoerd in diagnostisch centrum of ziekenhuis |
Rol van de indextest | Toegevoegde test (aanvullend onderzoek, naast anamnese en LO) |
Referentietest | MRI of diagnostische laparoscopie |
Uitkomstmaten | Cruciaal
|
De volgende grenzen voor klinisch relevante verschillen zijn vastgesteld (op basis van consensus in de werkgroep):
- Sensitiviteit (% terecht positieve uitslagen onder personen met endometriose of adenomyose): 80%
- Specificiteit (% terecht negatieve uitslagen onder personen zonder endometriose of adenomyose): 95%
De prevalentie van endometriose en adenomyose in de eerste lijn zijn onbekend. Bij een geschatte prevalentie van 2% van endometriose en adenomyose in de 1e lijn, gebaseerd op gegevens uit de tweede lijn, en 6% voor endometriose en adenomyose in de 2e lijn (ESHRE Guideline Endometriosis, ), wordt op basis van de gekozen afkappunten voor sensitiviteit en specificiteit de:
- Negatief voorspellende waarde (NVW): 99,6% voor endometriose en adenomyose in de 1e lijn en 98,7% voor endometriose en adenomyose in de 2e lijn.
- Positief voorspellende waarde (PVW): 25 % voor endometriose en adenomyose in 1e lijn, 51% voor endometriose en adenomyose in de 2e lijn.
Achtergrond
Het vaststellen van oorzaken van dysmenorroe (i.e. secundaire dysmenorroe) is soms een uitdaging. Het duurt gemiddeld zeven jaar voordat de diagnose endometriose wordt gesteld wat de complexiteit van de aandoening illustreert. Er bestaat momenteel geen gouden standaard voor het diagnosticeren van endometriose en adenomyose. Naast een gedetailleerde anamnese en het lichamelijk onderzoek, kan een gynaecologische echo worden ingezet. De diagnostische waarde van de gynaecologische echo voor endometriose en adenomyose is onderzocht.
Gevolgen en consequenties van diagnostische testeigenschappen
Bij het starten van een medicamenteuze behandeling bij dysmenorroe, zonder voorafgaand onderzoek naar de oorzaak, heeft het missen van de diagnose (fout-negatieven) mogelijk minder klinische impact (zie ook detail Medicamenteuze behandeling dysmenorroe in eerste lijn), terwijl fout-positieven uiteindelijk kunnen leiden tot onnodige verwijzingen.
Methoden
Er is een systematische literatuurzoekactie naar SR’s, RCT’s en observationeel onderzoek uitgevoerd in PubMed en Embase in februari 2024, met een update in juni 2025.
Resultaten
Diagnostische testeigenschappen
Resultaat zoekactie
Uit de zoekresultaten selecteerden we de meest geschikte recente systematische reviews. Het betrof 2 systematische reviews (SR’s) naar de diagnostische accuratesse van transvaginale echo voor endometriose en adenomyose. Een aanvullende search na de zoekdata van deze literatuuronderzoeken (respectievelijk april 2015 en juli 2020) leverde 15 aanvullende diagnostische accuratesse-onderzoeken op. Bij de update werden twee nieuwe onderzoeken gevonden. Er zijn geen aanwijzingen dat deze onderzoeken aanleiding geven tot het wijzigen van de aanbevelingen, daarom hebben we deze twee onderzoeken niet verder verwerkt in de resultaten.
Onderzoekskarakteristieken
Nisenblat (2016) includeerde 49 onderzoeken die de diagnostische accuratesse van verschillende beeldvormende technieken voor de verschillende vormen van endometriose beschreven. De referentietest voor endometriose in deze onderzoeken was een diagnostische laparoscopie. Ten aanzien van de transvaginale echo, werd er in 8 onderzoeken de sensitiviteit en specificiteit van de transvaginale echo voor endometriosecysten berekend (n = 765). Voor diepe endometriose werden er 9 onderzoeken geïncludeerd (n = 934). Er waren geen beschikbare studies die de detectie van peritoneale endometriose met een transvaginale echo onderzochten.
Liu (2021) includeerde 32 onderzoeken die de diagnostische accuratesse van een transvaginale echo of MRI voor adenomyose beschreven, uitgevoerd in de tweede en derde lijn. De referentietest voor adenomyose in deze onderzoeken was een hysterectomie. In 29 van deze onderzoeken werd de sensitiviteit en specificiteit van de transvaginale echo voor adenomyose berekend (n = 3023).
Na de zoekdatum van bovenstaande reviews werden nog 5 onderzoeken met betrekking tot het diagnosticeren van endometriosecysten, 6 onderzoeken met betrekking tot diepe endometriose en 4 onderzoeken met betrekking tot het diagnosticeren van adenomyose gevonden. In totaal werden 3.678 vrouwen in deze onderzoeken geïncludeerd (endometriosecysten: n = 1528, diepe endometriose: n = 965; adenomyose: n = 1213). De gouden standaard in de onderzoeken was histologie na laparoscopie, of MRI. De gemiddelde leeftijd van de vrouwen in de onderzoeken varieerde van 31 tot 47 jaar en bijna alle onderzoeken werden in de 2e of 3e lijn uitgevoerd. Eén onderzoek werd in een diagnostisch centrum in de eerste lijn uitgevoerd. In de tabellen in de Totstandkoming staan de karakteristieken van deze onderzoeken in detail. Geen van de onderzoeken onderzocht de waarde van echo als aanvullende test op anamnese en lichamelijk onderzoek.
Diagnostische testeigenschappen
Zie tabel d1. Diagnostische accuratesse van een echo voor endometriose(cysten), tabel d2. Diagnostische accuratesse van een echo voor diepe endometriose, tabel d3. Diagnostische accuratesse van een echo voor adenomyose voor de samenvatting van de resultaten van de diagnostische accuratesseonderzoeken en tabel d4. Resultaten van de onderzoeken gepubliceerd na de zoekdatum van de reviews.
Moet een transvaginale echo gebruikt worden voor de diagnose van endometriosecysten bij vrouwen met dysmenorroe?
Patiënten: vrouwen met dysmenorroe | Setting: 2e en 3e lijn | Referentietest: diagnostische laparoscopie Range sensitiviteit: 0,83 tot 1,00 | Range specificiteit: 0,86 tot 1,00 | Range PVW 1e lijn = 0,11 tot 1,00 en 2e lijn = 0,31 tot 1,00 | Range NVW 1e lijn = 0,997 tot 1,00 en 2e lijn = 0,989 tot 1,00. | ||||
|---|---|---|---|---|
Testresultaat | Aantal per 1000 geteste patiënten (95%-BI) | Aantal patiënten | Kwaliteit van het bewijs (GRADE) | |
Prevalentie 2% Schatting in 1e lijn | Prevalentie 6% Schatting in 2e lijn | |||
Terecht positieven | 17 tot 20 | 50 tot 60 | 198 | ⨁⨁◯◯ |
Fout negatieven | 0 tot 3 | 0 tot 10 | ||
Terecht negatieven | 843 tot 980 | 808 tot 940 | 567 | ⨁◯◯◯ |
Fout positieven | 0 tot 137 | 0 tot 132 | ||
BI: betrouwbaarheidsinterval. a. Index test niet altijd duidelijk. b. Populaties voornamelijk 2e- en 3e-lijns, niet eerstelijns. c. Grens klinische relevantie (80%) NIET in range, dus niet afgewaardeerd. d. Grens klinische relevantie (95%) in betrouwbaarheidsinterval.
Moet een transvaginale echo gebruikt worden voor de diagnose van diepe endometriose bij vrouwen met dysmenorroe?
Patiënten: vrouwen met dysmenorroe | Setting: 2e en 3e lijn | Referentietest: diagnostische laparoscopie Range sensitiviteit = 0,44 tot 0,94 | Range specificiteit = 0,50 tot 1,00 | Range PVW 1e lijn = 0,001 tot 1,00 en 2e lijn = 0,05 tot 1,00 | Range NVW 1e lijn = 0,996 tot 1,00 en 2e lijn = 0,933 tot 0,993 | ||||
|---|---|---|---|---|
Testresultaat | Aantal per geteste 1000 patiënten (95%-BI) | Aantal patiënten | Kwaliteit van het bewijs (GRADE) | |
Prevalentie 2% Schatting in 1e lijn | Prevalentie 6% Schatting in 2e lijn | |||
Terecht positieven | 9 tot 19 | 26 tot 56 | 440 | ⨁◯◯◯ |
Fout negatieven | 1 tot 11 | 4 tot 34 | ||
Terecht negatieven | 490 tot 980 | 470 tot 940 | 695 | ⨁◯◯◯ |
Fout positieven | 0 tot 490 | 0 tot 470 | ||
BI: Betrouwbaarheidsinterval. a. Heterogeniteit in resultaten. b. Populaties voornamelijk 2e- en 3e-lijns, niet eerstelijns. c. Grens klinische relevantie (80%) in betrouwbaarheidsinterval. d. Grens klinische relevantie (80%) in betrouwbaarheidsinterval.
Moet een transvaginale echo gebruikt worden voor de diagnose van adenomyose bij vrouwen met dysmenorroe?
Patiënten: vrouwen met dysmenorroe | Setting: 2e en 3e lijn | Referentietest: hysterectomie Gepooled sensitiviteit: 0,81 (95%-BI: 0,77 tot 0,84)| Gepooled specificiteit: 0,87 (95%-BI: 0,81 tot 0,91) PVW 1e lijn = 2/132 = 0,02 en 2e lijn = 81/198 = 0,41 | NVW 1e lijn = 867/868 = 0,999 en 2e lijn = 783/802 = 0,976 | ||||
|---|---|---|---|---|
Testresultaat | Aantal per 1.000 geteste patiënten (95%-BI) | Aantal patiënten | Kwaliteit van het bewijs (GRADE) | |
Prevalentie 0,3% Zoals gezien in Nivel-database 2022 | Prevalentie 10% Zoals gezien in 2e lijn | |||
Terecht positieven | 2 (2 tot 3) | 81 (77 tot 84) | (29) | ⨁◯◯◯ |
Fout negatieven | 1 (0 tot 1) | 19 (16 tot 23) | ||
Terecht negatieven | 867 (808 tot 907) | 783 (729 tot 819) | (29) | ⨁◯◯◯ |
Fout positieven | 130 (90 tot 189) | 117 (81 tot 171) | ||
BI: betrouwbaarheidsinterval. a. Niet altijd duidelijk of juiste patiënten geselecteerd zijn. b. I2 boven 60%, veel variatie in sensitiviteit en specificiteit tussen onderzoeken. c. Populaties voornamelijk 2e- en 3e-lijns, niet eerstelijns. d. Grens klinische relevantie (80%) in range. e. Grens klinische relevantie (95%) in range, niet afgewaardeerd.
Endometriose | ||||
Artikel | Sensitiviteit | Specificiteit | PVW* | NVW* |
Peritoneale endometriose | ||||
Bailey 2024 | 52 | 94 | 81 | 80 |
Endometriosecysten |
|
|
|
|
Puri 2022 | 91 | 75 | 94 | 67 |
Panichyawat 2022 | 77 | 91 | 88 | 82 |
Sofic 2018 | 84 | - | - | - |
Sayasneh 2015 | 75 | 99 | 95 | 95 |
RANGE | 75-91 | 75-99 | 88-95 | 67-95 |
Diepe endometriose | ||||
Artikel | Sensitiviteit | Specificiteit | PVW* | NVW* |
Roditis 2023 | 84 | 93 | 86 | 92 |
Deslander 2023 | 100 | 96 | 75 | 100 |
Ros 2021 | 97 | 82 | 85 | 96 |
Yin 2020 | 96 | 86 | 98 | 80 |
Alborzi 2018 | 71 | 93 | 90 | 78 |
Zannoni 2017 | 98 | 33 | 91 | 67 |
RANGE | 71-100 | 33-96 | 75-98 | 67-100 |
Adenomyose | ||||
Artikel | Sensitiviteit | Specificiteit | PVW* | NVW* |
Shaikh 2023 | 74 | 96 | 98 | 56 |
Krentel 2023 | 72 | 49 | 72 | 49 |
Alborzi 2021 | 78 | 40 | - | - |
Sam 2020 | 37 | 92 | - | - |
RANGE | 37-78 | 40-96 | 72-98 | 49-56 |
*Dit zijn PVW’s en NVW’s zoals gepubliceerd in de onderzoeken en die zijn gebaseerd op de populaties in de betreffende onderzoeken. Deze populaties zijn 2e- en 3e-lijns met een hogere prevalentie van endometriose en/of adenomyose dan dat er in de 1e lijn is. Daarom zijn deze PVW en NVW hoger dan in beide tabellen hierboven, waarin de prevalentie van het ESHRE-richtlijn Endometriose (tweede lijn) genomen is.
Conclusies
Diagnostische testeigenschappen
Er zijn geen onderzoeken gevonden over de toegevoegde diagnostische waarde van een transvaginale echo als aanvulling op anamnese en lichamelijk onderzoek. Er is (zeer) geringe zekerheid over de diagnostische testeigenschappen van een transvaginale echo voor het diagnosticeren van (verschillende vormen van) endometriose of adenomyose bij vrouwen met dysmenorroe (kwaliteit van bewijs: (zeer) laag). Er is veel variatie in de sensitiviteit en specificiteit van een transvaginale echo voor het diagnosticeren van endometriose en adenomyose uitgevoerd in de tweede en derde lijn. Ranges voor sensitiviteit lopen uiteen van 44 tot 100% voor endometriose (peritoneale endometriose, endometriosecysten en diepe endometriose) en van 37 tot 84% voor adenomyose. Voor specificiteit zijn de ranges nog breder: 75-99% voor endometriosecysten, 33-96% voor diepe endometriose en 40-96% voor adenomyose. De ranges voor PVW en NVW gevonden in de reviews zijn heel breed: 0,1 – 100%, maar gevonden in de overige onderzoeken iets smaller: PVW 72-98% (endometriose en adenomyose) en NVW 67-100% (endometriose) en 49-56% (adenomyose).
Behandelconsequenties
De variabele sensitiviteit van de transvaginale echo vergroot het risico op fout-negatieve uitslagen, waardoor endometriose en adenomyose gemist kunnen worden. Hoewel dit frequent voorkomt, is de klinische impact hiervan beperkt, omdat de behandeling van dysmenorroe in eerste instantie medicamenteus is, zonder dat vooraf nodig is om endometriose of adenomyose vast te stellen (zie details Pijnmedicatie en Hormonale anticonceptie). Een transvaginale echo kan worden overwogen om andere oorzaken van secundaire dysmenorroe, zoals myomen, ovariumpathologie of afwijkende positie van een spiraal, uit te sluiten. Het is belangrijk te realiseren dat een echo zonder afwijkingen endometriose of adenomyose niet uitsluit. Bij persisterende of suggestieve klachten ondanks behandeling blijft verwijzing naar de gynaecoloog geïndiceerd.
Evaluatie
Naar Samenvatting ›Beoordeel of er een vermoeden is van endometriose of adenomyose (zie ook figuur 1).
- Vermoeden van endometriose bij dysmenorroe in combinatie met:
- dyspareunie en/of
- cyclische pijnlijke mictie met of zonder hematurie en/of
- cyclische pijnlijke ontlasting met of zonder rectaal bloed- of slijmverlies en/of
- subfertiliteit en/of
- aanwijzingen voor endometriose bij het gynaecologisch onderzoek
- Vermoeden van adenomyose bij dysmenorroe in combinatie met:
- hevig menstrueel bloedverlies en/of vergrote uterus (moeilijk te onderscheiden van myomen)
Differentiaaldiagnostische overwegingen (geen volledige opsomming):
- Overige oorzaken van secundaire dysmenorroe:
- myomen bij cyclisch hevig bloedverlies bij vergrote uterus (zie NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies)
- ovariumpathologie: ovariumcyste (soms endometriosecyste) of ovariumcarcinoom (zeldzaam) bij een vergroot of gevoelig ovarium bij vaginaal toucher
- cervicale ligging of perforatie van spiraal
- obstructieklachten zoals bij vrouwelijke genitale verminking (VGV) of hymen imperforatus (zeldzaam)
- uterusafwijkingen (bijvoorbeeld uterus bicornis, syndroom van Asherman, beide zeldzaam)
- Gastro-intestinale aandoeningen:
- prikkelbaredarmsyndroom bij (terugkerende) episodes van buikpijn die samenhangen met veranderingen in het ontlastingspatroon (zie NHG-Standaard Prikkelbaredarmsyndroom)
- (procto)colitis bij buikpijn en bloederige diarree of rectaal bloedverlies (zie NHG-Standaard Rectaal bloedverlies en NHG-Standaard Het soa-consult)
- diverticulitis bij buikpijn links onder in de buik en tekenen van peritoneale prikkeling (zie NHG-Standaard Diverticulitis)
- Urologische aandoeningen:
- (recidiverende) urineweginfectie bij frequente en/of pijnlijke mictie (zie NHG-Standaard Urineweginfecties)
- Chronische bekkenpijn:
- chronische pijn onder in de buik en het bekken(bodem)gebied > 6 maanden of pijn die steeds terugkomt
Stel de werkdiagnose primaire dysmenorroe als de verdenking op secundaire dysmenorroe laag is en overige oorzaken zoveel mogelijk zijn uitgesloten.
Richtlijnen beleid
Naar Samenvatting ›Algemeen
Naar Samenvatting ›- Adviseer de vrouw om eventueel in voorbereiding op het consult, de informatie en de keuzekaart ‘Ik heb veel pijn als ik ongesteld ben. Wat kan helpen?’ op thuisarts.nl te raadplegen.
- Besteed bij voorlichting aandacht aan de invloed van medicamenteuze behandeling op beloop van dysmenorroe en het bloedingspatroon, aan veelvoorkomende (ernstige) bijwerkingen, en ondersteun bij het afwegen van de effectiviteit en kosten van de verschillende behandelopties.
- Indien hevig menstrueel bloedverlies op de voorgrond staat, zie NHG-Standaard Vaginaal bloedverlies.
- De behandeling van primaire dysmenorroe, endometriose en adenomyose is in de beginfase hetzelfde.
Voorlichting en advies
Naar Samenvatting ›Besteed op indicatie in de loop van de behandeling van dysmenorroe aandacht aan de verschillende aspecten van dysmenorroe, waaronder de impact van de symptomen op werk- of schoolverzuim en psychische klachten, zoals angst en depressie (zie NHG-Standaard Depressie).
Leg uit dat:
- plaatselijke warmte, bijvoorbeeld met een kruik, eenvoudig toe te passen is en de pijn kan verlichten
- zoveel mogelijk normale activiteiten blijven doen, zoals naar school gaan of werk indien mogelijk, afleiding kan geven van de klachten
Vermoeden van primaire dysmenorroe
Naar Samenvatting ›Leg aanvullend uit dat:
- er meestal geen onderliggende oorzaak wordt gevonden maar dat een behandeling van de dysmenorroe geïndiceerd is
- dysmenorroe bij adolescenten de eerste maanden na de menarche heftiger kan zijn
- dysmenorroe vaak met het toenemen van de leeftijd afneemt, maar het is onduidelijk na hoeveel tijd dit gebeurt
- de behandeling naast niet-medicamenteuze behandeling uit pijnmedicatie, hormonale anticonceptie, of een combinatie van beide bestaat
- het advies is om terug te gaan naar de huisarts als behandeling onvoldoende effect heeft
Vermoeden van endometriose of adenomyose
Naar Samenvatting ›Leg aanvullend uit dat:
- endometriose en adenomyose chronische aandoeningen zijn
- endometriose en adenomyose invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid
- hormonale anticonceptie en/of pijnmedicatie eerstekeuzebehandelingen zijn voor endometriose of adenomyose
- hormonale anticonceptie mogelijk de progressie van endometriose of adenomyose vertragen, maar het bewijs ontbreekt dat dit een positief effect heeft op de fertiliteit
Medicamenteuze behandeling
Naar Samenvatting ›Pijnmedicatie
Naar Samenvatting ›Overweeg bij (vermoeden van) primaire dysmenorroe, endometriose of adenomyose pijnmedicatie (zie NHG-Standaard Pijn).
Zowel paracetamol als NSAID’s geven mogelijk meer pijnverlichting dan placebo. Mogelijk zijn NSAID’s iets effectiever dan paracetamol, maar NSAID’s veroorzaken vaker bijwerkingen. Daarom sluiten wij aan op de eerste twee stappen van het stappenplan in de NHG-Standaard Pijn. Voor het gebruik van pijnmedicatie adviseert de NHG-Standaard Pijn om op vaste tijden en in voldoende dosering de pijnmedicatie in te nemen. Bij dysmenorroe is het raadzaam om bij het beginnen van pijnlijke krampen als gevolg van de menstruatie, te starten met pijnmedicatie volgens het medicamenteuze stappenplan. Adviseer te stoppen met de pijnmedicatie zodra de dysmenorroe weer over is.
Gewenste en ongewenste effecten
NSAID’s geven over het algemeen mogelijk vaker pijnverlichting en zorgen voor minder verzuim bij dysmenorroe dan placebo en paracetamol. Paracetamol heeft mogelijk iets meer effect op pijnverlichting dan placebo. NSAID’s geven mogelijk vaker gastro-intestinale bijwerkingen dan paracetamol. Uit overige bronnen komt naar voren dat NSAID’s meer bijwerkingen geven dan paracetamol.
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van het bewijs is laag. Er werd afgewaardeerd voor risico op bias/vertekening, omdat de randomisatie niet altijd duidelijk was, er sprake was van onvolledige of selectieve rapportage, óf (onduidelijkheid over) betrokkenheid van de farmaceutische industrie. Verder werd er afgewaardeerd in verband met onnauwkeurigheid, want het aantal events was niet altijd duidelijk en vaak zat de grens van klinische relevantie in het 95%-betrouwbaarheidsinterval.
Waarden en voorkeuren
Vrouwen met dysmenorroe willen graag snelle en effectieve pijnverlichting, met zo min mogelijk bijwerkingen.
Kosten
NSAID’s en paracetamol zijn vrij verkrijgbaar bij drogisterij en apotheek. De kosten zijn laag (van onder de €1 tot €5 voor 10 tabletten).
Aanvaardbaarheid
Het is algemeen aanvaard om medicatie te nemen tegen pijn.
Haalbaarheid
Het is voor elke patiënt haalbaar om pijnmedicatie in huis te hebben en in te nemen wanneer men dysmenorroe heeft.
Uitgangsvraag
Is pijnmedicatie (vergeleken met placebo of onderling) aan te bevelen bij vrouwen met dysmenorroe? Zie de PICO-tabel.
| Patiënten | Vrouwen met dysmenorroe |
| Interventie | Pijnmedicatie (NSAID of paracetamol) |
| Vergelijking | Placebo of onderling |
| Uitkomstmaten | Cruciaal
Belangrijk
|
De werkgroep heeft bepaald dat 20% het minimale klinisch relevante verschil is voor alle uitkomstmaten, net als een SMD (Standardized Mean Difference) > 0,50, een OR of RR < 0,8 of > 1,25 en een verandering van 20% op de totale score van een vragenlijst. Daarnaast werd bepaald dat een verschil van 2 werkdagen verzuim per 3 cycli klinisch relevant is.
Achtergrond
Dysmenorroe kenmerkt zich door hevige krampende pijn onder in de buik of onderrug direct, die optreedt rond de start van de menstruatie. Pijnmedicatie richt zich op symptoombestrijding. De impact op het dagelijks functioneren is aanzienlijk; het ziekteverzuim bij dysmenorroe is vergelijkbaar met dat bij chronische aandoeningen zoals diabetes mellitus type 2. Onderzoek naar een effectieve behandeling is dus van belang.
Methoden
Er is een systematische literatuurzoekactie naar systematische reviews (SR’s) en RCT’s uitgevoerd in PubMed en Embase in februari 2024, met een update in juni 2025. Voor enkele vergelijkingen werden de resultaten van individuele onderzoeken gepoold met behulp van Review Manager.
Resultaten
Resultaat zoekactie
Uit de zoekresultaten selecteerden we de meest geschikte SR’s: zo recent mogelijk, met de beste aansluiting bij de PICO en van voldoende kwaliteit. Een aanvullende search na de zoekdata van deze literatuuronderzoeken (respectievelijk januari 2015 en december 2013) leverde 1 aanvullende RCT op. De update leverde geen nieuwe onderzoeken.
Onderzoekskarakteristieken
Marjoribanks (2015) includeerde 80 onderzoeken (5.820 patiënten) die de effectiviteit en veiligheid van NSAID’s (vergeleken ten opzichte van elkaar, met paracetamol en met placebo) bij primaire dysmenorroe beschrijven. Voor de uitgangsvraag gebruiken we uit deze review de vergelijkingen NSAID’s versus placebo en NSAID’s versus paracetamol. Drie RCT’s gaan over diclofenac (50 of 75 mg, 2-4x per dag gedurende 3 dagen) versus placebo (n = 140, 16-40 jaar; setting onbekend; follow-up 3 cycli), 6 RCT’s gaan over ibuprofen (200 of 400 mg, 4x per dag, aantal dagen onbekend) versus placebo (n = 294, 15-40 jaar; setting onbekend; follow-up 3 cycli) en 16 RCT’s gaan over naproxen (220-275 mg 2-5x per dag of 500-550 mg 2x per dag, gedurende maximaal 4 dagen) versus placebo (n = 995, 16-45 jaar; setting onbekend; follow-up 2-4 cycli). Bij bijna alle RCT's was de farmacie betrokken. De vergelijking NSAID’s versus paracetamol wordt beschreven in 3 RCT’s (194 patiënten; setting onbekend). De leeftijd van de vrouwen was vanaf 16 jaar en de interventie-duur was 1 of 2 cycli. Onderzochte NSAID’s waren ibuprofen (in 2 RCT’s) en naproxen (1 RCT); doseringen en vergelijkingen: 400 mg ibuprofen versus 1000 mg paracetamol (beide: start met 2 tabletten, daarna elke 6 uur 1 tablet) (ook versus placebo), 200 mg ibuprofen versus 500 mg paracetamol (beide: 3x 2 capsules per dag gedurende 4 dagen), en 220 mg naproxen versus 500 mg paracetamol (respectievelijk maximaal 660 mg en maximaal 4000 mg per dag) (ook versus placebo). Bij twee van de drie RCT’s was de farmacie betrokken. Beschreven uitkomstmaten zijn onder andere: pijnvermindering (dichotoom) en bijwerkingen.
Latthe (2014) includeerde 8 onderzoeken met betrekking tot farmacologische behandelingen bij primaire dysmenorroe. Eén van deze onderzoeken (een review,
beschreef 1 RCT
(Noorwegen) met daarin de vergelijking van paracetamol versus placebo (en versus aspirine). Deze vergelijking willen we gebruiken voor de uitgangsvraag. In de RCT werden 35 vrouwen geïncludeerd, data van 30 vrouwen (gemiddelde leeftijd 23 jaar) worden beschreven. Alle vrouwen werden gedurende 3 cycli gevolgd. In deze cycli namen ze óf gedurende 3 dagen 4x per dag 0,5 g paracetamol (er werd geen reden voor deze lagere dosering gegeven) óf placebo (óf 0,5 g aspirine). De farmacie leverde de medicatie. Beschreven uitkomstmaten zijn onder andere: pijn (VAS-score 0-10) en bijwerkingen.
Daniëls (2019; USA) includeerde 189 gezonde vrouwen (leeftijd 15-35 jaar, gemiddelde leeftijd 25 jaar) met primaire dysmenorroe die in de ene cyclus een enkele dosis naproxen (440 mg) namen en de volgende cyclus 1 dosis paracetamol (1000 mg). De farmacie lijkt betrokken bij dit onderzoek. Beschreven uitkomstmaten zijn onder andere ervaren effectiviteit van medicatie en bijwerkingen (die behandeling behoeven).
Data-analyse
De vergelijking paracetamol versus placebo werd niet in Marjoribanks beschreven, maar er waren wel twee RCT’s in de review van Marjoribanks waarin deze vergelijking paracetamol versus placebo wel onderzocht werd. De data van deze RCT’s hebben we gepoold met de RCT uit de review van Latthe die dezelfde vergelijking beschreef.
Effectiviteit en bijwerkingen
Zie tabellen Ibuprofen vergeleken met placebo, Naproxen vergeleken met placebo, Diclofenac vergeleken met placebo, Paracetamol vergeleken met placebo en NSAID’s vergeleken met paracetamol voor de samenvatting van de resultaten.
Uit overige bronnen komen er zelden bijwerkingen voor bij het gebruik van paracetamol. Bijwerkingen bij het gebruik van NSAID’s zijn maag-darmklachten (inclusief gastro-intestinale bloedingen), cardiovasculaire complicaties, renale complicaties en huidreacties (KNMP Kennisbank, geraadpleegd maart 2025).
Conclusies
- NSAID’s (ibuprofen, naproxen en diclofenac) geven mogelijk vaker pijnverlichting dan placebo of paracetamol (kwaliteit van bewijs is laag).
- NSAID’s (naproxen en diclofenac) geven mogelijk minder verzuim dan placebo (kwaliteit van bewijs is laag).
- Paracetamol geeft mogelijk iets vaker pijnverlichting dan placebo, maar het verschil is klein (kwaliteit van bewijs is laag).
- Naproxen geeft mogelijk vaker gastro-intestinale klachten dan placebo en paracetamol (kwaliteit van bewijs is laag).
- Uit overige bronnen komt naar voren dat NSAID’s vaker bijwerkingen (in het algemeen) geven dan paracetamol.
- Er werden niet voor alle vergelijkingen onderzoeken gevonden met de uitkomstmaten: kwaliteit van leven, verzuim, dyspareunie, dyschezie, darmklachten, misselijkheid, overgeven en diarree.
- Voor de behandeling van dysmenorroe werden er geen onderzoeken gevonden met NSAID in combinatie met paracetamol versus placebo of paracetamol alleen.
Hormonale anticonceptie
Naar Samenvatting ›Overweeg bij (vermoeden van) primaire dysmenorroe, endometriose of adenomyose hormonale anticonceptie.
Hormonale anticonceptie heeft als doel het aantal menstruaties en daarmee de dysmenorroe te verminderen door het overslaan van stopweken (combinatiepreparaten) of door induceren van amenorroe (methoden met alleen progestageen), waardoor dysmenorroe (primaire dysmenorroe en bij endometriose of adenomyose) kan worden verminderd. Er waren alleen onderzoeken van voldoende kwaliteit met orale combinatiepreparaten. Deze laten zien dat orale combinatiepreparaten mogelijk tot meer pijnverlichting en minder verzuim, maar ook meer bijwerkingen leiden dan placebo. Onderzoek met anticonceptiemethodes met alleen progestageen bij primaire dysmenorroe ontbrak of was van zeer lage kwaliteit (bij endometriose of adenomyose), maar de werkgroep neemt aan dat hiermee een vergelijkbaar effect kan worden bereikt. Dit leidt tot een zwakke aanbeveling voor hormonale anticonceptie bij dysmenorroe.
Gewenste en ongewenste effecten
Het gebruik van een oraal combinatiepreparaat geeft mogelijk meer pijnverlichting, minder verzuim en meer bijwerkingen dan wanneer de patiënt een placebo krijgt. Oraal combinatiepreparaat geeft meer kans op ernstige bijwerkingen zoals veneuze trombose, hart- en vaatziekten en mammacarcinoom (zie voor meer informatie de NHG-Standaard Anticonceptie, paragraaf ‘Ernstige bijwerkingen’. Alle onderzoeken hebben een relatieve korte follow-up (3-4 cycli), hier moet rekening mee gehouden worden.
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van het bewijs is (zeer) laag. Er werd afgewaardeerd voor risico op bias/vertekening, doordat (naast methodische tekortkomingen) veel onderzoeken gesponsord werden door de farmacie en er werd afgewaardeerd vanwege onnauwkeurigheid (vaak zat de grens van klinische relevantie in het betrouwbaarheidsinterval, soms was het aantal events of patiënten laag).
Waarden en voorkeuren
We verwachten dat vrouwen met dysmenorroe graag effectieve pijnverlichting willen, met zo min mogelijk bijwerkingen.
Kosten
Afhankelijk van het soort oraal combinatiepreparaat betaal je tussen de 2 en 20 euro per 3 maanden. De kosten zijn exclusief apotheekkosten (Medicijnkosten.nl, geraadpleegd juni 2024).
Aanvaardbaarheid
Het zal voor de meeste vrouwen aanvaardbaar zijn om een oraal (combinatie)preparaat te starten om de dysmenorroe tegen te gaan/te verlichten, terwijl sommige vrouwen dit liever niet doen in verband met (angst voor) potentiële bijwerkingen. Daarnaast zal een deel van de vrouwen een kinderwens hebben en daarom geen anticonceptiemethode willen gebruiken.
Haalbaarheid
Orale combinatiepreparaten zijn via de apotheek op recept te verkrijgen, terwijl pijnmedicatie vrij verkrijgbaar is.
Uitgangsvraag
Is hormonale anticonceptie (vergeleken met placebo) aan te bevelen bij vrouwen met primaire dysmenorroe, endometriose of adenomyose? Zie de PICO-tabel.
| Patiënten | Vrouwen met primaire dysmenorroe, endometriose of adenomyose |
| Interventie | Hormonale anticonceptiemethodes:
|
| Vergelijking | Placebo |
| Uitkomstmaten | Cruciaal
Belangrijk
|
De werkgroep heeft bepaald dat 20% het minimale klinisch relevante verschil is voor alle uitkomstmaten, net als een SMD (Standardized Mean Difference) > 0,50, een OR of RR < 0,8 of > 1,25 en een verandering van 20% op de totale score van een vragenlijst. Daarnaast werd bepaald dat een verschil van 2 werkdagen verzuim per 3 cycli klinisch relevant is.
Achtergrond
Hormonale anticonceptie is een van de vormen van hormonale behandelingen van endometriose of adenomyose maar er zijn nog andere vormen van hormonale behandelingen (zie detail Consultatie en verwijzing). Hormonale anticonceptie is gericht op het onderdrukken van de menstruatie, waardoor het aantal episoden van dysmenorroe per jaar aanzienlijk vermindert of zelfs volledig kan worden voorkomen. In dit detail onderzoeken we of hormonale anticonceptie kan worden aanbevolen bij vrouwen met dysmenorroe.
Methoden
Er is een systematische literatuurzoekactie naar systematische reviews (SR’s) en RCT’s uitgevoerd in PubMed en Embase in februari 2024, met een update in juni 2025.
Resultaten
Resultaat zoekactie
Uit de zoekresultaten selecteerden we de meest geschikte SR: zo recent mogelijk, met de beste aansluiting bij de PICO en van voldoende kwaliteit. Een aanvullende search na de zoekdatum van dit literatuuronderzoek leverde geen aanvullende RCT’s op. Bij de update werden twee nieuwe onderzoeken gevonden. Er zijn geen aanwijzingen dat deze onderzoeken aanleiding geven tot het wijzigen van de aanbevelingen, daarom hebben we deze twee onderzoeken niet verder verwerkt in de resultaten.
Onderzoekskarakteristieken
Schroll (2023) includeerde 21 RCT’s waarvan er 12 orale combinatiepreparaten met placebo vergeleken en 1 oraal combinatiepreparaat met een NSAID. Van de 12 onderzoeken met oraal combinatiepreparaten waren er 4 met een combinatie die niet in de NHG-Standaard Anticonceptie staan (in Nederland niet meer geregistreerd of nauwelijks meer voorgeschreven) (mestranol 0,05 + noresthisteron 1,0 mg, mestranol 0,1 mg + noresthisteron 2,0 mg, ethinylestradiol 0,05 mg + norgestrel 0,5 mg, ethinylestradiol 0,05 mg + norgestrel 0,06, 0,5 of 1,0 mg), in 2 onderzoeken betrof het geen anticonceptiemethode en in 1 onderzoek werd er medicatie gebruikt met een dosering die in Nederland niet gebruikelijk is. Deze onderzoeken zijn geëxcludeerd uit de analyse. De overige onderzoeken werden in Amerika (3), Japan (2) en Turkije (1) uitgevoerd en 698 vrouwen met dysmenorroe werden geïncludeerd (gemiddelde leeftijd 16-31 jaar; geen informatie over primaire of secundaire amenorroe). Voorgeschreven anticonceptiemethode was oraal combinatiepreparaat met ethinylestradiol (0,01 - 0,03 mg) en óf levonorgestrel (0,09 - 0,15 mg) óf desogestrel (0,15 mg) óf drospirenon (3,0 mg). In 5 onderzoeken werd dit vergeleken met placebo; in 1 onderzoek met een NSAID (mefenaminezuur). De follow-upduur bedroeg 3-4 cycli. De beschreven uitkomstmaten zijn pijn(verlichting), bijwerkingen en school- of werkverzuim. Zie de Totstandkoming voor de specifieke beschrijving per onderzoek.
Schroll vergelijkt de uitkomstmaat pijn ook voor het gebruik van orale combinatiepreparaten met en zonder stopweek.
Effectiviteit en bijwerkingen
Zie tabel Oraal combinatiepreparaat vergeleken met placebo, voor de samenvatting van de resultaten.
Uit de KNMP Kennisbank komen de volgende bijwerkingen naar voren
- Veel voorkomende bijwerkingen van orale combinatiepreparaten zijn: stemmingsveranderingen, gewichtstoename, buikpijn en vooral tijdens de eerste maanden hoofdpijn, misselijkheid en gevoelige borsten.
- Zeldzame ernstige bijwerkingen van orale combinatiepreparaten die kunnen optreden zijn een verhoogd risico op veneuze trombose, hart- en vaatziekten en mammacarcinoom, zie NHG-Standaard Anticonceptie.
- Pijnmedicatie (paracetamol) en NSAID’s zie voor (zeldzame) bijwerkingen de NHG-Standaard Pijn.
Wanneer vrouwen met dysmenorroe geen stopweek inplannen bij het gebruik van orale combinatiepreparaten lijkt de pijn meer te verminderen dan met een stopweek (SMD -0,73 (95%-BI: -1,13 – 0,34); 2 RCT’s; 106 vrouwen; lage kwaliteit van bewijs).
Conclusies
Oraal combinatiepreparaat versus pijnmedicatie of placebo
- We zijn onzeker over het gebruik van oraal combinatiepreparaat, het geeft mogelijk vaker pijnverlichting dan gebruik van placebo (kwaliteit van bewijs is zeer laag).
- Het gebruik van een oraal combinatiepreparaat geeft mogelijk vaker bijwerkingen dan gebruik van een placebo (kwaliteit van bewijs is laag). Uit overige bronnen: veel voorkomende bijwerkingen zijn stemmingsveranderingen, gewichtstoename, hoofdpijn, misselijkheid, mastopathie, onregelmatig bloedverlies. Ernstige bijwerkingen die kunnen optreden zijn een verhoogd risico op veneuze trombose, hart- en vaatziekten en mammacarcinoom.
- Bij gebruik van een oraal combinatiepreparaat is er mogelijk minder verzuim dan bij gebruik van placebo (kwaliteit van bewijs is laag).
- Wanneer vrouwen met dysmenorroe geen stopweek inplannen bij het gebruik van orale combinatiepreparaten vermindert mogelijk meer de pijn dan met een stopweek (kwaliteit van bewijs is laag).
- Er werden geen onderzoeken gevonden met de uitkomstmaten: kwaliteit van leven, darmklachten, overgeven, diarree, dyspareunie, dyschezie en met een langere follow-upperiode dan enkele maanden.
Overige hormonale anticonceptiemethodes versus pijnmedicatie
Er werden geen onderzoeken gevonden met methodes met alleen progestageen (hormoonspiraal, implantatiestaafje, prikpil, pil met alleen desogestrel), en niet-orale combinatiepreparaten (vaginale ring, en hormoonpleister) versus pijnmedicatie of placebo.
Keuze voor pijnmedicatie of hormonale anticonceptie
Naar Samenvatting ›- Er is geen voorkeur voor een bepaalde methode.
- Bij het starten van de medicamenteuze behandeling is diagnostische zekerheid niet noodzakelijk.
- Bespreek met de patiënt de voor- en nadelen en maak samen een keuze. Maak gebruik van de keuzekaart ‘Ik heb veel pijn als ik ongesteld ben. Wat kan helpen?’.
Pijnmedicatie versus hormonale anticonceptie
Er is beperkt bewijs dat pijnmedicatie en hormonale anticonceptie mogelijk meer pijnverlichting geeft dan placebo. Echter, er is nauwelijks onderzoek naar het verschil in effectiviteit tussen pijnmedicatie en hormonale anticonceptie. De werkgroep spreekt op basis van ervaring, en het ontbreken van bewijs van goede kwaliteit, geen voorkeur uit voor een van beide behandelingen.
Hormonale anticonceptie samen met het gebruik van pijnmedicatie
Onderzoek naar hormonale anticonceptie samen met het gebruik van pijnmedicatie bij dysmenorroe ontbreekt. Op basis van ervaring geeft de werkgroep aan om hormonale anticonceptie te combineren met het gebruik van pijnmedicatie indien nodig.
Gewenste en ongewenste effecten
We zijn onzeker over het verschil in effect van het gebruik van een oraal combinatiepreparaat en het gebruik van een NSAID, maar er is mogelijk weinig verschil in pijnverlichting. Hormonale anticonceptie is mogelijk van toegevoegde waarde, omdat die de cyclus onderdrukt en er daardoor minder episodes van dysmenorroe zijn. NSAID’s geven alleen pijnbestrijding. Paracetamol geeft nauwelijks bijwerkingen. NSAID’s geven vooral gastro-intestinale bijwerkingen, huidreacties en renale en cardiovasculaire complicaties (zie ook NHG-Standaard Pijn).
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van het bewijs is zeer laag. Er werd afgewaardeerd voor risico op bias/vertekening (met name door onvoldoende blindering), indirect bewijs (doelgroep mogelijk niet representatief; NSAID dat in Nederland niet gebruikelijk is) en onnauwkeurigheid (klein aantal deelnemers).
Waarden en voorkeuren
We verwachten dat vrouwen met dysmenorroe graag effectieve pijnverlichting willen, met zo min mogelijk bijwerkingen.
Kosten
Afhankelijk van het soort oraal combinatiepreparaat betaal je tussen de 2 en 20 euro per 3 maanden. De kosten zijn exclusief apotheekkosten (Medicijnkosten.nl, geraadpleegd juni 2024).
NSAID’s en paracetamol zijn vrij verkrijgbaar bij drogisterij en apotheek. De kosten zijn laag (van onder de €1 tot €5 voor 10 tabletten).
Aanvaardbaarheid
Het is algemeen aanvaard om pijnmedicatie te nemen tegen pijn. Het zal voor de meeste vrouwen aanvaardbaar zijn om een oraal (combinatie)preparaat te starten om de dysmenorroe tegen te gaan/te verlichten, terwijl sommige vrouwen dit liever niet doen in verband met (angst voor) potentiële bijwerkingen. Daarnaast zal een deel van de vrouwen een kinderwens hebben en daarom geen anticonceptiemethode willen gebruiken.
Haalbaarheid
Orale combinatiepreparaten zijn via de apotheek op recept te verkrijgen, terwijl pijnmedicatie vrij verkrijgbaar zijn. Orale combinatiepreparaten worden dagelijks ingenomen om de cyclus te onderdrukken, terwijl pijnmedicatie alleen ingenomen hoeven te worden als er pijn is.
Uitgangsvraag
Is hormonale anticonceptie of pijnmedicatie aan te bevelen bij vrouwen met dysmenorroe? Zie de PICO-tabel.
Patiënten | Vrouwen met dysmenorroe (inclusief endometriose) |
Interventie | Hormonale anticonceptiemethoden:
|
Vergelijking | Pijnmedicatie (paracetamol en/of NSAID’s) |
Uitkomstmaten | Cruciaal
Belangrijk
|
De werkgroep heeft bepaald dat 20% het minimale klinisch relevante verschil is voor alle uitkomstmaten, net als een SMD (Standardized Mean Difference) > 0,50, een OR of RR < 0,8 of > 1,25 en een verandering van 20% op de totale score van een vragenlijst. Daarnaast werd bepaald dat een verschil van 2 werkdagen verzuim per 3 cycli klinisch relevant is.
Achtergrond
Bij dysmenorroe zijn pijnmedicatie en hormonale anticonceptie een gebruikelijke behandeling. Het is onbekend welke behandeling het meest effectief is bij primaire dysmenorroe en endometriose/adenomyose.
Methoden
Er is een systematische literatuurzoekactie naar systematische reviews (SR’s) en RCT’s uitgevoerd in PubMed en Embase in februari 2024, met een update in juni 2025.
Resultaten
Resultaat zoekactie
Uit de zoekresultaten selecteerden we de meest geschikte SR: zo recent mogelijk, met de beste aansluiting bij de PICO en van voldoende kwaliteit. Een aanvullende search na de zoekdatum van dit literatuuronderzoek leverde geen aanvullende RCT’s op. De update leverde geen nieuwe onderzoeken op.
Onderzoekskarakteristieken
Schroll (2023) includeerde 21 RCT’s, waarvan er 1 hormonale anticonceptie met pijnmedicatie vergeleek.
Dit onderzoek beschrijven we apart.
Aydoğmus (2014): RCT naar behandeling van dysmenorroe (Turkije, n = 105, leeftijd niet gerapporteerd, follow-upduur 3 cycli, geen informatie over primaire of secundaire dysmenorroe). De deelnemers werden gerandomiseerd naar hormonale anticonceptie (oraal combinatiepreparaat met 0,03 mg ethinylestradiol en 0,15 mg desogestrel) of pijnmedicatie (mefenaminezuur 2dd 500 mg) en de uitkomstmaat was pijnverlichting.
Effectiviteit en bijwerkingen
Zie tabel Oraal combinatiepreparaat vergeleken met NSAID voor de samenvatting van de resultaten.
Conclusies
- We zijn onzeker over het verschil in effect van een NSAID en een oraal combinatiepreparaat, maar er is mogelijk niet of nauwelijks verschil in pijn(vermindering) (kwaliteit van bewijs is zeer laag).
- Er werden geen onderzoeken gevonden met de uitkomstmaten: kwaliteit van leven, darmklachten, overgeven, diarree, dyspareunie en dyschezie. En met een langere follow-upperiode dan enkele maanden.
Keuze voor hormonale anticonceptiemethode
Naar Samenvatting ›Bij hormonale anticonceptie bestaat de keuze tussen twee anticonceptiemethoden:
- combinatiepreparaten
- anticonceptiemethoden met alleen progestageen; zoals de pil met alleen progestageen, implantatiestaafje, hormoonspiraal
Er is geen voorkeur voor een van deze methoden.
De werkgroep spreekt op basis van ervaring, en het ontbreken van bewijs van goede kwaliteit, geen voorkeur uit voor een bepaalde hormonale anticonceptiemethode. Zie voor voorkeursmiddelen de NHG-Standaard Anticonceptie en de keuzekaart Voorbehoedmiddelen met hormonen en de keuzekaart Ik heb veel pijn als ik ongesteld ben. Wat kan helpen?
Gewenste en ongewenste effecten
We zijn onzeker over het verschil in effect op pijn en kwaliteit van leven tussen een hormoonspiraal en een oraal combinatiepreparaat (gestodeen + ethinylestradiol) bij adenomyose. Met betrekking tot endometriose werden geen onderzoeken gevonden die aan de PICO voldeden. Over de (overige) anticonceptiemethodes met alleen progestageen ten opzichte van placebo of andere combinatiepreparaten zijn er ook geen onderzoeken gevonden, zodat we ook over het effect van deze methoden onzeker zijn. Er werden ook geen onderzoeken gevonden met methodes met alleen progestageen (hormoonspiraal, implantatiestaafje, prikpil, pil met alleen desogestrel) versus combinatiepreparaten (orale combinatiepreparaten, vaginale ring, en hormoonpleister) bij primaire dysmenorroe.
Volgens de KNMP Kennisbank komen de veelvoorkomende bijwerkingen tussen een combinatiepreparaat en anticonceptiemethodes met alleen progestagenen redelijk overeen. Aanvullend geldt dat anticonceptiemethodes met alleen progestagenen vaak doorbraakbloedingen geven (zie ook NHG-Standaard Anticonceptie).
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van het bewijs was zeer laag. Er werd met name afgewaardeerd voor onnauwkeurigheid (grens klinische relevantie in 95% betrouwbaarheidsinterval en kleine aantallen patiënten) en risico op vertekening (onvoldoende blindering).
Waarden en voorkeuren
Patiënten met dysmenorroe willen graag minder pijn ervaren tijdens de menstruatie of stellen liever de menstruatie uit. Eventuele bijwerkingen (minder ernstig dan pijn) zijn van minder belang.
Kosten
Het hormoonspiraal kost eenmalig 130 euro. Het hormoonspiraal kan 5-8 jaar blijven zitten. Afhankelijk van het soort oraal combinatiepreparaat betaal je tussen de 2 en 20 euro per 3 maanden. De kosten zijn exclusief apotheekkosten (Medicijnkosten.nl, geraadpleegd juni 2024).
Aanvaardbaarheid
Het is voor veel vrouwen aanvaardbaar om anticonceptie te gebruiken bij pijnklachten. Een ander deel van de vrouwen gebruikt liever geen hormonen om pijnklachten tegen te gaan.
Haalbaarheid
Voor de meeste patiënten is het haalbaar om anticonceptie te gebruiken.
Uitgangsvraag
Zijn anticonceptiemethodes met alleen progestageen (vergeleken met een combinatiepreparaat of placebo) aan te bevelen bij vrouwen met primaire dysmenorroe, endometriose of adenomyose? Zie de PICO-tabel.
| Patiënten | Vrouwen met primaire dysmenorroe, endometriose of adenomyose |
| Interventie | Anticonceptiemethodes met alleen progestageen (pil met alleen desogestrel, hormoonspiraal, prikpil, implantatiestaafje) |
| Vergelijking | Combinatiepreparaat (anticonceptie: oraal combinatiepreparaat, vaginale ring, pleister) of placebo |
| Uitkomstmaten | Cruciaal
Belangrijk
|
De werkgroep heeft bepaald dat 20% het minimale klinisch relevante verschil is voor alle uitkomstmaten, net als een SMD (Standardized Mean Difference) > 0,50, een OR of RR < 0,8 of > 1,25 en een verandering van 20% op de totale score van een vragenlijst. Daarnaast werd bepaald dat een verschil van 2 werkdagen verzuim per 3 cycli klinisch relevant is.
Achtergrond
Voor patiënten met primaire dysmenorroe, endometriose of adenomyose is het belangrijk om, indien mogelijk, de menstruatie te onderdrukken. Bij endometriose of adenomyose is het daarnaast wenselijk om de aandoening zo rustig mogelijk te houden. Maar het is onduidelijk welke hormonale anticonceptiemethode het beste effect hebben op pijn, kwaliteit van leven, fertiliteit en tegelijkertijd de minste bijwerkingen veroorzaken.
Methoden
Er is een systematische literatuurzoekactie naar systematische reviews (SR’s) en RCT’s uitgevoerd in PubMed en Embase in februari 2024, met een update in juni 2025.
Resultaten
Resultaat zoekactie
Uit de zoekresultaten selecteerden we de meest geschikte systematische review: zo recent mogelijk, met de beste aansluiting op de uitgangsvraag en van voldoende kwaliteit.
- Hormonale anticonceptiemethodes met alleen progestageen bij primaire dysmenorroe:
Er werden geen onderzoeken gevonden met methodes met alleen progestageen (hormoonspiraal, implantatiestaafje, prikpil, pil met alleen desogestrel) versus combinatiepreparaten (orale combinatiepreparaten, vaginale ring, en hormoonpleister) bij primaire dysmenorroe (zie voor meer informatie totstandkoming, bijlage 5). - Hormonale anticonceptiemethodes met alleen progestageen bij endometriose of adenomyose:
Er is een systematische review gevonden over de effectiviteit van farmacologische interventies van anticonceptiemethodes met alleen progestageen bij adenomyose. Een aanvullende search na de zoekdatum van dit literatuuronderzoek leverde geen aanvullende onderzoeken op. De update leverde geen nieuwe onderzoeken op.
Onderzoekskarakteristieken
- Rathinam includeerde 27 onderzoeken over de farmacologische interventies in de behandeling van adenomyose. Zesentwintig onderzoeken werden geëxcludeerd (in verband met het ontbreken van een 2e onderzoeksarm of het beschrijven van een andere vergelijking dan die uit de uitgangsvraag). Eén onderzoek (RCT) voldeed wel aan de PICO:
- Shaaban (Egypte; 2015) includeerde 62 vrouwen met adenomyose (gemiddelde leeftijd 39 jaar) die gedurende een half jaar óf een levonorgestrel IUD (n = 31) óf gestodeen (0,075 mg) + ethinylestradiol (0,03 mg) (n = 31) kregen. Uitkomstmaat was onder andere pijn (VAS) en kwaliteit van leven (tevredenheid met leven ja/nee).
Effectiviteit en bijwerkingen
Zie tabel Anticonceptiemethodes met alleen progestageen vergeleken met een oraal combinatiepreparaat voor de samenvatting van de resultaten. Subgroepanalyse met betrekking tot analgeticagebruik was niet mogelijk.
Uit de KNMP Kennisbank komen de volgende bijwerkingen naar voren:
Hormonale anticonceptiemethodes met alleen progestageen
- Veel voorkomende bijwerkingen: doorbraakbloedingen, onregelmatige cyclus, stemmingswisselingen, afgenomen libido, hoofdpijn, misselijkheid, acne, pijnlijke borsten, gewichtstoename en dysmenorroe.
- Bij gebruik van de prikpil kan verlies van botmassa optreden. Na staken van de prikpil duurt het enige tijd totdat de cyclus terugkeert, dit kan tot anderhalf jaar duren.
- Zeldzame ernstige bijwerkingen: prikpil met medroxyprogesteron verhoogt mogelijk het risico op veneuze trombose (KNMP Kennisbank, geraadpleegd juni 2024).
Conclusies
- We zijn onzeker over het verschil in effect op kwaliteit van leven en pijn bij adenomyose tussen een hormoonspiraal en een oraal combinatiepreparaat (gestodeen + ethinylestradiol) (kwaliteit van bewijs zeer laag).
- Er werden geen onderzoeken gevonden:
- Van hormonale anticonceptiemethodes met betrekking tot endometriose.
- Van anticonceptiemethodes met alleen progestageen versus placebo bij adenomyose.
- Van anticonceptiemethodes met alleen progestageen bij adenomyose: pil met alleen desogestrel, hormoonspiraal, prikpil, implantatiestaafje.
- Met de uitkomstmaten: dyspareunie, dyschezie, darmklachten, verzuim en bijwerkingen.
Praktische toepassing van pijnmedicatie
Naar Samenvatting ›- Schrijf alleen paracetamol of orale NSAID’s voor.
- Overweeg laagdrempelig (een combinatie van paracetamol met) orale NSAID’s.
- Het is raadzaam om te starten met pijnmedicatie bij het begin van de pijnlijke krampen. Adviseer te stoppen met pijnmedicatie zodra de dysmenorroe weer over is.
- Adviseer pijnmedicatie op vaste tijden en in voldoende hoge dosering in te nemen.
- Adviseer maandelijks kortdurend gebruik. Wees terughoudend met langdurig gebruik van NSAID’s gezien het risico op ernstige bijwerkingen.
- Schrijf geen opioïden voor vanwege het risico op verslaving door het chronische karakter van (secundaire) dysmenorroe.
- Pijnmedicatie kan ook worden gecombineerd met hormonale anticonceptie.
Praktische toepassing van combinatiepreparaat
Naar Samenvatting ›- Adviseer in de stopweek door te slikken bij aanhoudende klachten (zie NHG-Standaard Anticonceptie).
- Nadelen van het continu doorslikken van het combinatiepreparaat zijn onder andere spotting of doorbraakbloedingen. Deze bloedingen zijn doorgaans onschuldig en duiden niet op een verminderde effectiviteit van de pil of op verergering van de endometriose. Ze kunnen wel hinderlijk zijn en gepaard gaan met buikpijn. Over langdurig continu gebruik van het combinatiepreparaat zijn op harde eindpunten onvoldoende gegevens bekend, zoals kans op zwangerschap, risico op trombose of maligniteit.
- Bij aanhoudende spotting of een doorbraakbloeding kan de vrouw alsnog een stopweek van 4-7 dagen inlassen.
- Voor voorkeurspreparaten: zie NHG-Standaard Anticonceptie.
Praktische toepassing van anticonceptiemethoden met alleen progestageen
Naar Samenvatting ›- Adviseer bij adolescenten (< 18 jaar) of bij toekomstige kinderwens geen prikpil gezien het mogelijke negatieve effect op de botdichtheid en het herstel van vruchtbaarheid 6-12 maanden na laatste toediening (zie NHG-Standaard Anticonceptie).
- Voor voorkeurspreparaten: zie NHG-Standaard Anticonceptie.
Controles
Naar Samenvatting ›Adviseer een evaluatieconsult na 3 maanden:
- Vraag naar het effect en de bijwerkingen van de gestarte medicatie.
- Bespreek school- en werkverzuim, indien van toepassing.
- Bespreek aanpassing van de medicatie indien nodig: bijvoorbeeld pijnmedicatie met hormonale anticonceptie combineren of overgaan naar een andere hormonale anticonceptiemethode. Maak hierbij gebruik van de keuzekaart ‘Ik heb veel pijn als ik ongesteld ben. Wat kan helpen?’. Evalueer de aangepaste behandeling na 3 maanden in overleg met de patiënt.
- Adviseer vrouwen met (recidief) klachten om retour op het spreekuur te komen en om, indien mogelijk, alternatieve behandelopties te bespreken of verwijs naar de gynaecoloog.
Consultatie en verwijzing
Naar Samenvatting ›Verwijs naar gynaecoloog voor aanvullend onderzoek en beleid bij:
- aanhoudende klachten ondanks medicamenteuze behandeling met pijnmedicatie, hormonale anticonceptie, of een combinatie van beide
- vermoeden van ovariumpathologie, uterusanomalie of aanwijzingen voor obstructie (bijvoorbeeld VGV of hymen imperforatus)
Overweeg verwijzing naar een bekkenfysiotherapeut of seksuoloog bij dyspareunie of chronische buikpijn en verhoogde bekkenbodemspanning.
In verschillende regio’s bestaat er de mogelijkheid om een kaderhuisarts urogynaecologie te consulteren voor (advies over) diagnostiek en behandeling.
Endometriose
Na het vaststellen van de diagnose endometriose, start de gynaecoloog meestal in overleg met de patiënte een hormonale behandeling (afhankelijk van de voorgeschiedenis, eerder genomen medicamenteuze behandeling enzovoorts) in de vorm van hormonale anticonceptie, progestagenen zonder anticonceptie of een gonadoreline (GnRH)-agonisten.
Progestagenen zonder anticonceptie
Progestagenen die niet geregistreerd zijn als anticonceptiemiddel (zoals dienogest, dydrogesteron, lynestrenol, medroxyprogesteron (oraal), norethisteron) zijn effectief in het verlichten van pijn gerelateerde symptomen bij endometriose. Naast het verlichten van pijn, hebben progestagenen zonder anticonceptie ook een gunstig effect op het verminderen van bloedverlies. Bovendien is er vaker sprake van amenorroe in vergelijking met andere hormonale behandelingen (zie de ESHRE Guideline Endometriosis, ).
Gonadoreline(GnRH)-agonisten
Gonadoreline (GnRH)-agonisten (gosereline, leuproreline, nafareline en triptoreline) worden gebruikt voor de behandeling van endometriose door oestrogeen- en progestageen productie onderdrukking van de ovaria (kunstmatige overgang). Doordat het een verhoogde kans geeft op ernstige bijwerkingen, zoals afname van de botdichtheid, is het geven van GnRH-agonisten voorbehouden aan de tweede lijn. Om ernstige bijwerkingen te verminderen, wordt vaak ‘add-back’ therapie met oestrogenen en progestagenen toegepast. Oestrogenen helpen vasomotorische symptomen te verlichten en het risico op afname van botdichtheid te verlagen, terwijl progestagenen het risico op endometriumhyperplasie verminderen.
Operatieve behandeling
Naast hormonale behandeling is een operatieve behandeling van endometriose een behandeloptie.
Adenomyose
Indien medicamenteuze behandeling in de eerste lijn onvoldoende effect heeft bij patiënten met adenomyose, zijn er beperkte behandelopties beschikbaar in de tweede lijn.
Hysterectomie
Hysterectomie is de meest effectieve behandeling bij therapieresistente adenomyose. Het leidt doorgaans tot volledige klachtenreductie maar de ingreep resulteert in verlies van fertiliteit.
Uteriene arterie-embolisatie (UAE)
UAE wordt bij adenomyose uitsluitend toegepast in onderzoeksverband. UAE kan overwogen worden bij patiënten die geen hysterectomie wensen en bij wie medicamenteuze therapie faalt.
MRI-geleide gefocuste echotherapie (MRgFUS)
MRgFUS is een experimentele behandeling. MRgFUS is een niet-invasieve behandeling waarbij met behulp van MRI-geleiding gerichte ultrasone energie wordt toegepast om adenomyoseweefsel lokaal te verhitten en af te breken (ablatie). Deze techniek wordt in onderzoeksverband toegepast bij geselecteerde patiënten met adenomyose of myomen, waarbij uterusbehoud gewenst is en andere behandelopties niet geschikt zijn.
Referenties
- Becker CM, Bokor A, Heikinheimo O, Horne A, Jansen F, Kiesel L, et al. ESHRE guideline: endometriosis. Hum Reprod Open 2022:hoac009.
- NIVEL. Kennisvraag: Komt een vrouw bij de huisarts. Vrouwspecifieke aandoeningen in de huisartsenpraktijk (2024). https://www.nivel.nl/sites/default/files/bestanden/1004588_0.pdf, geraadpleegd juli 2024.
- Staal AH, Van der Zanden M, Nap AW. Diagnostic delay of endometriosis in the Netherlands. Gynecol Obstet Invest 2016;81:321–4.
- De Kok L, Boersen Z, Coppus S, Van Haaps A, Van Hanegem N, Klinkert E. Diagnostic delay in endometriosis: is there any progress? Reproductive BioMedicine Online 2025.
- Mishra I, Melo P, Easter C, Sephton V, Dhillon-Smith R, Coomarasamy A. Prevalence of adenomyosis in women with subfertility: systematic review and meta-analysis. Ultrasound Obstet Gynecol 2023;62:23–41.
- Abu Hashim H, Elaraby S, Fouda AA, Rakhawy ME. The prevalence of adenomyosis in an infertile population: a cross-sectional study. Reprod Biomed Online 2020;40:842–50.
- Marjoribanks J, Ayeleke RO, Farquhar C, Proctor M. Nonsteroidal anti-inflammatory drugs for dysmenorrhoea. Cochrane Database Syst Rev 2015:CD001751.
- Hu Z, Tang L, Chen L, Kaminga AC, Xu H. Prevalence and risk factors associated with primary dysmenorrhea among Chinese female university students: a cross-sectional study. J Pediatr Adolesc Gynecol 2020;33:15–22.
- Van Gestel H, Bafort C, Meuleman C, Tomassetti C, Vanhie A. The prevalence of endometriosis in unexplained infertility: a systematic review. Reprod Biomed Online 2024;49:103848.
- De Vries HJ, Elfering IE, Weersma RLS, De Bie B, Van der Zanden M, Mijatovic V. Endometriose sneller herkennen en behandelen in de praktijk. Huisarts Wet 2025:68.
- NICE. Endometriosis: diagnosis and management. NICE guideline NG73. London: National Institute for Health and Care Excellence (NICE); 2024.
- Brown J, Kives S, Akhtar M. Progestagens and anti-progestagens for pain associated with endometriosis. Cochrane Database Syst Rev 2012:CD002122.
- Stefansson H, Geirsson RT, Steinthorsdottir V, Jonsson H, Manolescu A, Kong A, et al. Genetic factors contribute to the risk of developing endometriosis. Hum Reprod 2002;17:555–9.
- Carpinello OJ, Sundheimer LW, Alford CE, Taylor RN, DeCherney AH. Endometriosis. In: Feingold KR, Ahmed SF, Anawalt B, Blackman MR, Boyce A, Chrousos G, et al., editors. Endotext. South Dartmouth (MA): MDText.com, Inc. Copyright © 2000-2025, MDText.com, Inc.; 2000.
- Ballard KD, Seaman HE, De Vries CS, Wright JT. Can symptomatology help in the diagnosis of endometriosis? Findings from a national case-control study-Part 1. BJOG 2008;115:1382–91.
- Evers JLH. Is adolescent endometriosis a progressive disease that needs to be diagnosed and treated? Hum Reprod 2013;28:2023.
- NVOG. Richtlijn Hevig menstrueel bloedverlies (HMB) (2013). https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/hevig_menstrueel_bloedverlies/hmb_beeldvormende_technieken.html, geraadpleegd augustus 2024.
- Dason ES, Maxim M, Sanders A, Papillon-Smith J, Ng D, Chan C, et al. Guideline No. 437: Diagnosis and Management of Adenomyosis. J Obstet Gynaecol Can 2023;45:417–29.
- Mijatovic V, Van Waesberghe JHTM, Schats R, Hompes PGA. Adenomyose in historisch perspectief met focus op moderne beeldvorming en behandeling. NTOG 2010:335–42.
- NVOG. Het vergrote ovarium (2023). https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/het_vergrote_ovarium/startpagina_-_het_vergrote_ovarium.html.
- Timmerman D, Valentin L, Bourne TH, Collins WP, Verrelst H, Vergote I. Terms, definitions and measurements to describe the sonographic features of adnexal tumors: a consensus opinion from the International Ovarian Tumor Analysis (IOTA) Group. Ultrasound Obstet Gynecol 2000;16:500–5.
- NVvP. Richtlijn SOLK en somatoforme stoornissen (2010).
- Gagua T, Tkeshelashvili B, Gagua D, McHedlishvili N. Assessment of anxiety and depression in adolescents with primary dysmenorrhea: a case-control study. J Pediatr Adolesc Gynecol 2013;26:350–4.
- Johnson SR. Premenstrual syndrome, premenstrual dysphoric disorder, and beyond: a clinical primer for practitioners. Obstet Gynecol 2004;104:845–59.
- Proctor ML, Murphy PA, Pattison HM, Suckling J, Farquhar CM. Behavioural interventions for primary and secondary dysmenorrhoea. Cochrane Database Syst Rev 2007:CD002248.
- Nisenblat V, Bossuyt PM, Shaikh R, Farquhar C, Jordan V, Scheffers CS, et al. Blood biomarkers for the non-invasive diagnosis of endometriosis. Cochrane Database Syst Rev 2016b:CD012179.
- Liu E, Nisenblat V, Farquhar C, Fraser I, Bossuyt PM, Johnson N, et al. Urinary biomarkers for the non-invasive diagnosis of endometriosis. Cochrane Database Syst Rev 2015:CD012019.
- Nisenblat V, Bossuyt PM, Farquhar C, Johnson N, Hull ML. Imaging modalities for the non-invasive diagnosis of endometriosis. Cochrane Database Syst Rev 2016a:CD009591.
- Liu L, Li W, Leonardi M, Condous G, Da Silva Costa F, Mol BW, et al. Diagnostic accuracy of transvaginal ultrasound and magnetic resonance imaging for adenomyosis: systematic review and meta-analysis and review of sonographic diagnostic criteria. J Ultrasound Med 2021;40:2289–306.
- Bailey F, Gaughran J, Mitchell S, Ovadia C, Holland TK. Diagnosis of superficial endometriosis on transvaginal ultrasound by visualization of peritoneum of pouch of Douglas. Ultrasound Obstet Gynecol 2024;63:105–12.
- Puri S, Gupta A, Sandhu G, Mohi J. Comparison between ultrasonography and magnetic resonance imaging in endometriosis: a prospective study in a tertiary hospital. Journal of South Asian Federation of Obstetrics and Gynaecology 2022;14:85–90.
- Panichyawat N, Tanmahasamut P, Jaishuen A, Asumpinwong C, Chantrapanichkul P. Prevalence of ovarian mass and diagnostic performance of ultrasonography pattern recognition among women at the Gynaecologic Ultrasonography Unit at University Hospital in Thailand. J Obstet Gynaecol 2022;42:2260–4.
- Sofic A, Husic-Selimovic A, Katica V, Jahic E, Delic U, Sehic A, et al. Magnetic resonance imaging (MRI) and transvaginal ultrasonography (TVU) at ovarian pain caused by benign ovarian lesions. Acta Inform Med 2018;26:15–8.
- Sayasneh A, Kaijser J, Preisler J, Smith AA, Raslan F, Johnson S, et al. Accuracy of ultrasonography performed by examiners with varied training and experience in predicting specific pathology of adnexal masses. Ultrasound Obstet Gynecol 2015;45:605–12.
- Roditis A, Florin M, Rousset P, Touboul C, Bendifallah S, Bazot M, et al. Accuracy of combined physical examination, transvaginal ultrasonography, and magnetic resonance imaging to diagnose deep endometriosis. Fertil Steril 2023;119:634–43.
- Deslandes A, Parange N, Childs JT, Osborne B, Hull ML, Panuccio C, et al. What is the accuracy of transvaginal ultrasound for endometriosis mapping prior to surgery when performed by a sonographer within an outpatient women's imaging centre? J Med Imaging Radiat Oncol 2023;67:267–76.
- Ros C, de Guirior C, Mension E, Rius M, Valdés-Bango M, Tortajada M, et al. Transvaginal ultrasound for diagnosis of deep endometriosis involving uterosacral ligaments, torus uterinus and posterior vaginal fornix: prospective study. Ultrasound Obstet Gynecol 2021;58:926–32.
- Yin S, Lin Q, Xu F, Xu J, Zhang Y. Diagnosis of deep infiltrating endometriosis using transvaginal ultrasonography. Front Med (Lausanne) 2020;7:567929.
- Alborzi S, Rasekhi A, Shomali Z, Madadi G, Alborzi M, Kazemi M, et al. Diagnostic accuracy of magnetic resonance imaging, transvaginal, and transrectal ultrasonography in deep infiltrating endometriosis. Medicine (Baltimore) 2018;97:e9536.
- Zannoni L, Del Forno S, Coppola F, Papadopoulos D, Valerio D, Golfieri R, et al. Comparison of transvaginal sonography and computed tomography-colonography with contrast media and urographic phase for diagnosing deep infiltrating endometriosis of the posterior compartment of the pelvis: a pilot study. Jpn J Radiol 2017;35:546–54.
- Shaikh A, Masroor I, Masood A, Saeed SA. Diagnostic accuracy of transvaginal ultrasound in adenomyosis taking MRI as a gold standard. J Coll Physicians Surg Pak 2023;33:1118–23.
- Krentel H, Keckstein J, Füger T, Hornung D, Theben J, Salehin D, et al. Accuracy of ultrasound signs on two-dimensional transvaginal ultrasound in prediction of adenomyosis: prospective multicenter study. Ultrasound Obstet Gynecol 2023;62:739–46.
- Alborzi S, Askary E, Khorami F, Poordast T, Abdulwahid Hashim Alkhalidi B, Hamedi M, et al. A detailed study in adenomyosis and endometriosis: evaluation of the rate of coexistence between uterine adenomyosis and DIE according to imaging and histopathology findings. Reprod Sci 2021;28:2387–97.
- Sam M, Raubenheimer M, Manolea F, Aguilar H, Mathew RP, Patel VH, et al. Accuracy of findings in the diagnosis of uterine adenomyosis on ultrasound. Abdom Radiol (NY) 2020;45:842–50.
- Barra F, Zorzi C, Albanese M, De Mitri P, Stepniewska A, Roviglione G, et al. Ultrasonographic characterization of parametrial endometriosis: a prospective study. Fertil Steril 2024;122:150–61.
- Dong T, Li J, Li X. Efficacy of transvaginal ultrasound vs pelvic MRI in preoperative diagnosis of pelvic endometriosis. Med Sci Monit 2025;31:e945328.
- Zondervan KT, Becker CM, Koga K, Missmer SA, Taylor RN, Viganò P. Endometriosis. Nat Rev Dis Primers 2018;4:9.
- Zondervan KT, Becker CM, Missmer SA. Endometriosis. N Engl J Med 2020;382:1244–56.
- Latthe PM, Champaneria R. Dysmenorrhoea. BMJ Clin Evid 2014;2014.
- Daniëls SE, Paredes-Diaz A, An R, Centofanti R, Tajaddini A. Significant, long-lasting pain relief in primary dysmenorrhea with low-dose naproxen sodium compared with acetaminophen: a double-blind, randomized, single-dose, crossover study. Curr Med Res Opin 2019;35:2139–47.
- Zhang WY, Li Wan Po A. Efficacy of minor analgesics in primary dysmenorrhoea: a systematic review. Br J Obstet Gynaecol 1998;105:780–9.
- Janbu T, Løkken P, Nesheim BI. Effect of acetylsalicylic acid, paracetamol, and placebo on pain and blood loss in dysmenorrhoeic women. Eur J Clin Pharmacol 1978;14:413–6.
- Dawood MY, Khan-Dawood FS. Clinical efficacy and differential inhibition of menstrual fluid prostaglandin F2alpha in a randomized, double-blind, crossover treatment with placebo, acetaminophen, and ibuprofen in primary dysmenorrhea. Am J Obstet Gynecol 2007;196:35.e1–5.
- Milsom I, Minic M, Dawood MY, Akin MD, Spann J, Niland NF, et al. Comparison of the efficacy and safety of nonprescription doses of naproxen and naproxen sodium with ibuprofen, acetaminophen, and placebo in the treatment of primary dysmenorrhea: a pooled analysis of five studies. Clin Ther 2002;24:1384–400.
- Schroll JB, Black AY, Farquhar C, Chen I. Combined oral contraceptive pill for primary dysmenorrhoea. Cochrane Database Syst Rev 2023:CD002120.
- Osuga Y, Kobayashi T, Hirakawa A, Takayanagi T, Nogami M, Tayzar K, et al. Efficacy and safety of estetrol (15 mg)/drospirenone (3 mg) combination in a cyclic regimen for the treatment of primary and secondary dysmenorrhea: a multicenter, placebo-controlled, double-blind, randomized study. Fertil Steril 2025;123:700–8.
- Harada T, Kobayashi T, Hirakawa A, Takayanagi T, Nogami M, Mochiyama T, et al. Efficacy and safety of the combination of estetrol 15 mg/drospirenone 3 mg in a cyclic regimen for the treatment of endometriosis-associated pain and objective gynecological findings: a multicenter, placebo-controlled, double-blind, randomized study. Fertil Steril 2024;122:894–901.
- Aydoğmus S, Keskin HL, Aydoğmus H, Celen E, Ackay GY, Sivaslioğlu AA, et al. Can extracorporeal magnetic innervation be a treatment modality for primary dysmenorrhea? Gynecol Obstet Invest 2014;77:250–4.
- Rathinam KK, Abraham JJ, Heema Preethy S, Shevaani SA, Maitrayee S, George M, et al. Evaluation of pharmacological interventions in the management of adenomyosis: a systematic review. Eur J Clin Pharmacol 2022;78:531–45.
- Shaaban OM, Ali MK, A Sabra AM, Abd El Aal DEM. Levonorgestrel-releasing intrauterine system versus a low-dose combined oral contraceptive for treatment of adenomyotic uteri: a randomized clinical trial. Contraception 2015;92:301–7.