NHG-Behandelrichtlijn

Fasciitis plantaris

Auteur(s):
Van de Pol AC, Kuijpers T

Kernboodschappen

Naar Samenvatting ›
  • Fasciitis plantaris is een veel voorkomende klacht; de precieze oorzaak is niet bekend.
  • Adviseer de patiënt zeer lang staan en lopen te vermijden en prettige schoenen te dragen; het doel is overbelasting te voorkomen.
  • De effectiviteit van de verschillende behandelopties is onzeker; behandelingen kunnen mogelijk bijwerkingen geven.
  • Bespreek de verschillende behandelmogelijkheden en kom tot gezamenlijke besluitvorming met de patiënt.
  • We bevelen aan om in eerste instantie het natuurlijke beloop van de klachten af te wachten.
  • Als behandeling wordt overwogen, bijvoorbeeld bij ernstige of langdurende klachten, hebben rekoefeningen, inlegzolen, een nachtspalk of tapen de voorkeur.
  • Dry needling, shockwavetherapie en corticosteroïdinjectie in de fascia plantaris bevelen we niet aan.
  • Verwijs naar de tweede lijn bij twijfel over de diagnose.

Inleiding

Naar Samenvatting ›

Scope

Naar Samenvatting ›

Behandeling van fasciitis plantaris bij volwassenen. Fasciitis plantaris wordt ook wel ‘fasciopathie plantaris’ genoemd.

Buiten de scope

Naar Samenvatting ›
  • Symptomen die wijzen in de richting van een zeldzame oorzaak (maligniteit, neurologische aandoeningen, systeemziekte, spondyloartritis), infectie, atrofie van het hielkussen of stressfractuur.
  • Acuut ontstane klachten, bijvoorbeeld door een acuut trauma en/of passend bij ruptuur van de fascia plantaris.
  • Klachten bij kinderen; bij kinderen komt fasciitis plantaris niet vaak voor, de meest voorkomende oorzaak van hielpijn bij kinderen is de ziekte van Sever (apofysitis calcanei).

Achtergronden

Naar Samenvatting ›

Epidemiologie

Naar Samenvatting ›

De incidentie van fasciitis plantaris in de Nederlandse huisartsenpraktijk is 3,8 per 1000 patiëntjaren. Een huisarts ziet gemiddeld ongeveer 8 nieuwe patiënten met fasciitis plantaris per jaar.

Details
Epidemiologie

De ICPC-code voor fasciitis plantaris is L99.08 (Andere ziekte(n) bewegingsapparaat; Hielspoor/fasciitis plantaris). Recent is een Nederlands cohortonderzoek gedaan waarbij de incidentie van fasciitis plantaris werd onderzocht in een database van medische dossiers van bijna 2 miljoen patiënten. 1 Met een zoekalgoritme werden patiënten met fasciitis plantaris eruit gefilterd. De incidentie was 4,64 per 1000 patiënten per jaar voor vrouwen (95%-BI 4,55 tot 4,72) en 2,98 voor mannen (95%-BI 2,91 tot 3,05).

In de internationale literatuur wordt fasciitis plantaris genoemd als de meest voorkomende vorm van plantaire hielpijn. 2 3 Naar schatting gaan in de Verenigde Staten ruim 1 miljoen patiënten per jaar naar een arts voor deze klacht, meestal naar de huisarts. 4 5

Klinisch beeld

Naar Samenvatting ›
  • Fasciitis plantaris komt het vaakst voor in de leeftijd van 40-60 jaar en wordt gekenmerkt door pijn aan de onderzijde van de hiel die geleidelijk is ontstaan.
  • Patiënten vertellen vaak dat de pijn het meest uitgesproken is bij het starten met lopen na een langdurige periode van rust, bijvoorbeeld bij het uit bed stappen ’s ochtends, en vervolgens weer toeneemt na lang lopen.
  • De pijn kan meestal worden opgewekt door palpatie van de mediale zijde van de calcaneus.
Details
Klinisch beeld

Klachten van fasciitis plantaris komen het vaakst voor in de leeftijd 40-60 jaar. 3 6 5 De klachten kunnen unilateraal of bilateraal voorkomen. 2 Sommige publicaties vermelden dat bilaterale klachten geassocieerd zijn met een inflammatoire oorzaak. 2 4 Er zijn trials die specifiek patiënten includeren met langdurige klachten (ook wel recalcitrant plantar fasciitis genoemd), bijvoorbeeld gedefinieerd als > 6 maanden. Uit deze trials is tot nu toe echter geen eenduidig antwoord gekomen op de vraag na hoeveel tijd een bepaalde interventie overwogen kan worden. Daarom maken we in deze richtlijn geen onderscheid tussen meer en minder langdurige klachten.

Etiologie

Naar Samenvatting ›

  

  • De precieze etiologie van fasciitis plantaris is onbekend. Waarschijnlijk is de oorzaak meestal overbelasting, bijvoorbeeld door zeer langdurig staan of rennen. Hierdoor ontstaan kleine beschadigingen in het bindweefsel dat de hiel met het midden van de voetzool verbindt: de aponeurosis plantaris (plantaire fascie).
  • Meestal is de proximale insertie van de aponeurosis aan het mediale tuberkel van de calcaneus aangedaan (zie figuur 1).
  • Risicofactoren zijn obesitas, standsafwijkingen van de voet en een verkorte achillespees of kuitspier.

Figuur 1 Aanhechting van de plantaire fascie aan de calcaneus
Details
Etiologie

Bij fasciitis plantaris is meestal het centrale segment van de plantaire fascie aangedaan, dat aanhecht aan de plantaire zijde van het mediale tuberkel van de calcaneus. Dit deel splitst zich juist voor de kopjes van de metatarsalia in vijf strengen, die hun insertie hebben aan de proximale falanx van de vijf tenen. Dit centrale segment vormt de longitudinale voetboog. 7

De literatuur is niet eenduidig over de pathofysiologie van fasciitis plantaris. Waarschijnlijk is de oorzaak multifactorieel. De aandoening wordt wel gezien als een overbelastingsfenomeen waarbij herhaalde microtrauma’s een inflammatoire reactie veroorzaakt in de fascia plantaris. 2 8 Andere auteurs menen dat een niet-inflammatoir, degeneratief proces een rol speelt. 7 9 10 Mogelijk gaat het onderliggende pathologische proces in de loop van de tijd geleidelijk over van een acute, inflammatoire fase (fasciitis) naar een chronische, degeneratieve fase (fasciose).

Er is weinig bekend over de directe relatie tussen risicofactoren en het ontwikkelen van fasciitis plantaris in de algemene bevolking. 11 12 In de literatuur worden verschillende mogelijke oorzakelijke factoren genoemd: hardlopen, langdurig staan of lopen (bijvoorbeeld bij militairen), overmatige pronatie van de voet (pes planus), een hoog voetgewelf (pes cavus), beperkte mogelijkheid tot dorsiflexie van de voet (stijve achillespees of kuitmusculatuur), een sedentaire levensstijl en overgewicht. 4 Het daadwerkelijk hebben van hielspoor (een benige uitloper van het mediale tuberkel van de calcaneus, te zien op een röntgenfoto) lijkt niet gerelateerd te zijn aan klachten. 3 9

Prognose

Naar Samenvatting ›

Het natuurlijke beloop van fasciitis plantaris in de huisartsenpraktijk is niet bekend. De klachten gaan over het algemeen uiteindelijk vanzelf over, maar kunnen maanden tot langer dan een jaar hinder geven.

Details
Prognose en natuurlijk beloop

Wij vonden geen literatuur over de prognose van fasciitis plantaris in de huisartsenpraktijk in Nederland. In een cochranereview uit 2003 over de behandeling van fasciitis plantaris schrijven de auteurs dat de aandoening meestal zelflimiterend is, maar in uitzonderlijke gevallen wel jarenlang klachten kan geven. 11 Reviews en case-series geven een klachtenduur aan van enkele maanden tot 6-18 maanden 13 3 14 en vermelden dat de klachten uiteindelijk meestal overgaan, vaak binnen een jaar. 15 3 16

Richtlijnen diagnostiek

Naar Samenvatting ›

Anamnese

Naar Samenvatting ›

Vraag naar:

  • lokalisatie van de pijn:
    • uni- of bilateraal?
    • onder de hiel, mediale zijde?
  • het moment waarop de meeste pijn wordt ervaren: 
    • ’s ochtends?
    • op andere momenten na langdurige rust?
  • wijze en moment van ontstaan (afwezigheid van acuut trauma?)
  • duur van de klachten, beloop tot nu toe, ervaren hinder en invloed op functioneren
  • mogelijke predisponerende factoren
    • lang staan of lopen
    • op blote voeten lopen of verandering van schoeisel
    • belasting door lang of snel lopen (werk, sport, hobby’s)
  • aandoeningen die kunnen wijzen op een andere oorzaak (denk aan bekende maligniteit, (symptomen van een) neurologische aandoening, systeemziekte, spondylartropathie, infectie, atrofie van het hielkussen, stressfractuur)

Lichamelijk onderzoek

Naar Samenvatting ›
  • Lokalisatie en type pijn
  • Hiel:
    • afwezigheid van zwelling, roodheid, warmte of atrofie
    • pijn opwekbaar ter plaatse van de mediale tuberkel van de calcaneus
  • Voet:
    • standsafwijking
    • beperkte mogelijkheid tot dorsiflexie bij gestrekt been
    • schoenen
  • Obesitas

Aanvullend onderzoek

Naar Samenvatting ›
  • We bevelen geen aanvullend onderzoek aan.
  • Vraag geen röntgenfoto aan om hielspoor aan te tonen (benige uitloper van het mediale tuberkel van de calcaneus, te zien op een röntgenfoto); er lijkt geen causale relatie te zijn tussen hielspoor en klachten van fasciitis plantaris.
  • Vraag alleen een röntgenfoto aan als er twijfel bestaat over de aanwezigheid van een stressfractuur van de calcaneus.
  • Houd in het achterhoofd dat een stressfractuur niet altijd zichtbaar is op een röntgenfoto.

Evaluatie

Naar Samenvatting ›
  • Denk aan fasciitis plantaris bij volwassenen met geleidelijk ontstane pijn aan de onderzijde van de hiel waarbij sprake is van startpijn, pijn na lang lopen en pijn die is op te wekken bij palpatie van de mediale zijde van de calcaneus.
  • Wees alert op de aanwezigheid van een stressfractuur:
    • pijn lijkt soms spontaan te ontstaan of na toegenomen trainingsintensiteit
    • pijn ontstaat bij belasten en verergert bij toenemende belasting, later ook pijn in rust
    • is soms lastig te onderscheiden van fasciitis plantaris
  • Wees alert op zeldzamere, soms ernstige oorzaken van plantaire hielpijn bij verschijnselen die niet passen bij het normale beloop van fasciitis plantaris:
    • maligniteit (alarmsymptomen zijn nachtelijke pijn en maligniteit in de voorgeschiedenis)
    • zenuwcompressie of neuropathie (brandende pijn, hyperesthesie)
    • systeemziekte (bilaterale pijn)
    • spondyloartritis (aanwezigheid van uveïtis, psoriasis, inflammatoire darmziekte, inflammatoire rugpijn of artritis)
    • infectie
    • atrofie van het hielkussen
    • gevolgen van acuut trauma

Richtlijnen beleid

Naar Samenvatting ›

Voorlichting en advies

Naar Samenvatting ›
  • Geef uitleg over ontstaanswijze en beloop; leg uit dat de klachten waarschijnlijk het gevolg zijn van overbelasting, waardoor kleine beschadigingen ontstaan in het bindweefsel.
  • Bespreek de volgende adviezen die mogelijk klachtenverlichting geven:
    • vermijd zeer langdurig staan en lopen
    • loop zo min mogelijk op blote voeten als de klachten hierbij verergeren
    • draag schoenen die prettig zijn (bijvoorbeeld schoenen die veel steun geven)
    • probeer uit of een zacht of juist een hard voetbed helpt

Thuisarts

Naar Samenvatting ›

Verwijs naar de informatie op Thuisarts.nl. De informatie op Thuisarts.nl is gebaseerd op deze NHG-Standaard.

Niet-medicamenteuze behandeling

Naar Samenvatting ›
  • Er is onzekerheid over de effectiviteit van de verschillende behandelopties van fasciitis plantaris; behandelingen kunnen mogelijk wel bijwerkingen geven; bespreek daarom de behandelmogelijkheden en kom tot gezamenlijke besluitvorming.
  • In eerste instantie heeft afwachten van het natuurlijke beloop de voorkeur.
  • Verschillende behandelmogelijkheden kunnen worden overwogen, bijvoorbeeld wanneer patiënten ernstige en langdurig klachten hebben én er geen twijfel bestaat over de diagnose. De volgende behandelingen hebben dan de voorkeur:
    • rekoefeningen
    • inlegzolen
    • nachtspalk
    • tapen
  • Deze 4 behandelopties zijn het minst invasief, het simpelst toepasbaar en brengen de minste kosten met zich mee.

Rekoefeningen

Naar Samenvatting ›

Overweeg behandeling met rekoefeningen, bespreek de voor- en nadelen:

  • praktijkervaring wijst uit dat 3 maanden lang rekoefeningen doen zou kunnen helpen
  • de behandeling is niet invasief, makkelijk toepasbaar en kosteloos
  • nadeel is dat er geen bewijs is voor de werkzaamheid en dat klachten mogelijk ook zouden kunnen verergeren (er is slechts onderzoek gedaan met 1 week follow-up)
Details
Waarom deze aanbeveling?

De effecten van rekoefeningen op pijn en functie zijn onzeker (kwaliteit van bewijs laag) en alleen onderzocht na 1 week. Omdat er onvoldoende bewijs is dat rekoefeningen werken en ze de de pijn wel kunnen verergeren, bevelen we aan om in eerste instantie het natuurlijke beloop van de klachten af te wachten.

Sommige patiënten zullen vanwege de hinder van de klachten wel een behandeling willen proberen en er is onvoldoende bewijs dat rekoefeningen níet werken. Indien er geen twijfel is over de diagnose heeft verwijzing naar de tweede lijn weinig meerwaarde zonder eerst een aantal niet-invasieve interventies te proberen. In de tweede lijn zijn goede ervaringen opgedaan met rekoefeningen indien deze consequent worden uitgevoerd gedurende 3 maanden; orthopeden starten hun beleid vaak met rekoefeningen gedurende 3 maanden. Om deze redenen kan het zinvol zijn een behandeling met rekoefeningen te overwegen.

Van bewijs naar aanbeveling

Voor- en nadelen

De effecten van rekoefeningen op pijn en functie zijn onzeker en alleen gemeten na 1 week. Rekoefeningen kunnen mogelijk bijwerkingen geven.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is laag.

Waarden en voorkeuren van de patiënt

Omdat rekoefeningen mogelijk geen effect hebben op pijn of voetfunctie en de oefeningen bijwerkingen (verergering van de pijn) kunnen geven, denken we dat de meeste patiënten in eerste instantie niet voor rekoefeningen zullen kiezen. Sommige patiënten zullen het vanwege de hinder van de klachten wel willen proberen. Er is ook onvoldoende bewijs dat rekoefeningen níet werken.

Kosten

Rekoefeningen zijn kosteloos.

Samenvatting van bewijs
Uitgangsvraag

Zijn rekoefeningen aan te bevelen bij volwassenen met fasciitis plantaris?

PICO
Patiënten Volwassenen met fasciitis plantaris
Interventie Rekoefeningen
Vergelijking Placebo of afwachtend beleid 
Uitkomstmaten

Pijn (3 maanden)

Functiebeperking (3 maanden)

Bijwerkingen

 

Methode

Een systematisch literatuuronderzoek uit 2017 vormde de basis voor beantwoording van deze uitgangsvraag. 17 De auteurs vonden slechts 2 RCT’s, daarom beperken wij ons tot de bespreking van deze twee. 18 19 Op 13 januari 2020 is een aanvullende literatuursearch uitgevoerd naar RCT’s verschenen na de datum van het meest recente onderzoek. Er zijn geen aanvullende RCT’s gevonden.

Resultaten

Onderzoekskarakteristieken

Hyland 2006 18  includeerde volwassenen met fasciitis plantaris, een pijnscore ≥ 3 op een visuele analoge schaal (VAS) en een eversiestand ≥ 2° van de calcaneus (n = 42). Patiënten werden gerekruteerd bij bezoek aan een fitnesscentrum of een arts; behandeling vond plaats in een fysiotherapiekliniek. Ze werden gerandomiseerd over 4 onderzoeksarmen: rekoefeningen, controle (geen behandeling), tape en nep-tape. De rekoefeningen hielden in dat de onderzoeker op dag 1 en op dag 3 of 4 driemaal gedurende 30 seconden de plantairflexoren en de plantaire fascie van de patiënt passief rekte. Uitkomstmaten waren pijn bij de eerste stap in de ochtend en functie van de voet, beide na 1 week. De onderzoekers rapporteerden geen bijwerkingen van de rekoefeningen. Wij gebruikten voor dit detail de vergelijking van de rekoefeningengroep versus de controlegroep.

Radford 2007 19  includeerde volwassenen in de algemene bevolking die > 1 maand klachten hadden van fasciitis plantaris (n = 92). Deelnemers kregen op de dag van inclusie een nep-echografie in een universitaire podologische kliniek. In de controlegroep bleef het daarbij, in de interventiegroep kregen de deelnemers het advies om gedurende 14 dagen dagelijks 5 minuten de kuitspier te rekken met behulp van een wigvormige balk. Uitkomstmaten waren pijn bij de eerste stap in de ochtend en functioneren, beide gemeten na 1 week. De onderzoekers rapporteerden ook eventuele bijwerkingen van de rekoefeningen.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs voor de uitkomst ‘pijn’ was laag. We waardeerden af vanwege indirect bewijs (verschillende soorten rekoefeningen) en onnauwkeurigheid van de resultaten. De follow-upduur van de onderzoeken was erg kort (1 week), liever hadden we uitkomsten gehad na 6 weken of 3 maanden.

Effectiviteit en bijwerkingen

Bekijk de tabel voor de samenvatting van de resultaten.

Conclusies
  • Er is mogelijk niet of nauwelijks voordeel van rekoefeningen in pijn en functie na 1 week (kwaliteit van bewijs is laag)
  • Er is mogelijk vaker sprake van bijwerkingen na 1 week (kwaliteit van bewijs is laag)
Thuisarts
Naar Samenvatting ›

Verwijs naar de informatie op Thuisarts.nl. De informatie op Thuisarts.nl is gebaseerd op deze NHG-Standaard.

Inlegzool of hakstuk

Naar Samenvatting ›

Overweeg behandeling met inlegzolen, bespreek de voor- en nadelen:

  • praktijkervaring wijst uit dat sommige patiënten baat hebben bij inlegzolen.
  • standaard inlegzolen lijken niet slechter dan op maat gemaakte zolen.
  • de behandeling is niet-invasief met een lage kans op bijwerkingen en is bij gebruik van standaard zolen relatief gemakkelijk en goedkoop.
  • nadelen:
    • de effectiviteit is onzeker
    • er zijn kosten aan verbonden
    • onduidelijk is welk type inlegzool gebruikt moet worden en voor hoe lang
    • de zolen passen mogelijk niet in alle schoenen
  • Er zijn geen onderzoeken naar het effect van hakstukken.
Details
Waarom deze aanbeveling?

De effecten van inlegzolen op pijn en functie zijn onzeker (kwaliteit van bewijs laag). Mogelijk is er sprake van een beperkte vermindering van pijn of verbetering van functie. In het systematische literatuuronderzoek werden geen bijwerkingen gerapporteerd.

Er zijn geen gecontroleerde onderzoeken gevonden met betrekking tot hakstukken. We schatten in dat de meeste patiënten in eerste instantie niet zullen kiezen voor een inlegzool, vanwege praktische bezwaren (onduidelijkheid over type en kosten, het feit dat de zolen mogelijk niet in alle schoenen passen) en de onzekere effecten. We raden daarom aan om in eerste instantie het natuurlijke beloop van de klachten af te wachten.

Sommige patiënten zullen vanwege de hinder van de klachten wel een behandeling willen proberen, en er is onvoldoende bewijs dat inlegzolen níet werken. Indien klachten ernstig en langdurig zijn en er geen twijfel is over de diagnose, heeft verwijzing naar de tweede lijn weinig meerwaarde zonder eerst een aantal niet-invasieve interventies te proberen. Sommige huisartsen zien van inlegzolen goede effecten; daarom kunnen ze overwogen worden. Adviseer in dat geval te beginnen met standaardzolen; deze lijken niet minder werkzaam dan op maakt gemaakte zolen.

We kunnen geen uitspraak doen over hakstukken omdat hier geen onderzoeken naar zijn gedaan.

Van bewijs naar aanbeveling

Voor- en nadelen

Mogelijk is er een sprake van een kleine vermindering van pijn of verbetering van functie. In het systematische literatuuronderzoek werden geen bijwerkingen gerapporteerd. Er werden geen gecontroleerde onderzoeken gevonden voor het gebruik van hakstukken. Wat inlegzolen betreft lijken op maat gemaakte zolen niet beter dan standaardzolen.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is laag.

Waarden en voorkeuren van de patiënt

We schatten in dat de praktische bezwaren van inlegzolen (onduidelijkheid over welk type en hoe lang, de kosten, het feit dat de zolen mogelijk niet in alle schoenen passen) voor de meeste patiënten niet opwegen tegen de onzekerheid van het effect (mogelijk een kleine verbetering van pijn en functie). Sommige patiënten zullen de zolen vanwege de hinder van de klachten wel willen proberen; er is ook onvoldoende bewijs dat inlegzolen níet werken.

Kosten

Aan de aanschaf van inlegzolen of hakstukken zijn kosten verbonden. We verwachten dat kosten bij deze vraag meestal niet de doorslag zullen geven, maar het kan wel meespelen.

Samenvatting van bewijs
Uitgangsvraag

Zijn inlegzolen of hakstukken aan te bevelen bij volwassenen met fasciitis plantaris?

PICO
Patiënten Volwassenen met fasciitis plantaris
Interventie Inlegzolen of hakstukken
Vergelijking Placebo of afwachtend beleid 
Uitkomstmaten

Pijn (3 maanden)

Functiebeperking (3 maanden)

Bijwerkingen


Methode

Een systematisch literatuuronderzoek uit 2018 naar inlegzolen bij fasciitis plantaris vormde de basis voor beantwoording van deze uitgangsvraag. 20 Op 13 januari 2020 is een aanvullende literatuursearch gedaan naar (1) RCT’s over inlegzolen verschenen na de datum van het meest recente geïncludeerde onderzoek en (2) RCT’s over hakstukken ongeacht jaar van publicatie (omdat hiernaar niet expliciet was gezocht in het literatuuronderzoek). Beide zoekacties leverden geen aanvullende RCT’s op. De resultaten zijn daarom alleen beschreven voor inlegzolen.

Resultaten

Beschrijving onderzoekskarakteristieken

Rasenberg 2018 20 includeerde RCT’s waarin de effectiviteit van inlegzolen voor de behandeling van fasciitis plantaris bij volwassenen werd vergeleken met verschillende andere niet-chirurgische behandelingen, placebo en geen inlegzool. In de 3 RCT’s die inlegzolen betroffen, waren de deelnemers gerekruteerd in universitaire podologische kliniek, een reumatologische polikliniek en een gespecialiseerde voet-enkelkliniek. De onderzoekers poolden de populaties met op maat gemaakte en standaard inlegzolen, omdat er geen verschil werd gevonden tussen de effecten van beide types zolen. In 2 geïncludeerde onderzoeken bevatte de interventiegroep zowel deelnemers met op maat gemaakte als deelnemers met standaard inlegzolen; in 1 RCT droeg de interventiegroep alleen op maat gemaakte inlegzolen. De deelnemers in de controlegroepen kregen patiënten nep-inlegzolen. Primaire uitkomsten waren pijn, functie en herstel. Bijwerkingen werden niet gerapporteerd.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs voor de uitkomst ‘pijn’ was laag. We waardeerden af vanwege indirect bewijs (verschil tussen de geïncludeerde populaties en een eerstelijns populatie, verschil tussen de interventies) en onnauwkeurigheid van de resultaten (betrouwbaarheidsintervallen overlappen met geen effect).

Effectiviteit

Bekijk de tabel voor de samenvatting van de resultaten. 

Conclusies
  • Inlegzolen geven mogelijk een kleine pijnvermindering na 3 maanden (kwaliteit van bewijs is laag)
  • Inlegzolen geven mogelijk een kleine functieverbetering na 3 maanden (kwaliteit van bewijs is laag)

Nachtspalk

Naar Samenvatting ›

Overweeg behandeling met een nachtspalk, bespreek de voor- en nadelen:

  • praktijkervaring wijst uit dat 3 maanden lang een nachtspalk dragen zou kunnen helpen.
  • de behandeling is niet-invasief, relatief gemakkelijk en goedkoop.
  • nadelen:
    • er is geen bewijs voor de werkzaamheid
    • er zijn kosten aan verbonden
    • onduidelijk is welk type nachtspalk gebruikt moet worden
  • voor- en nadelen van de strassburgsok (onderbeensok met strekband):
    • de sok is eenvoudig in gebruik
    • er is geen onderzoek naar de effectiviteit
    • de ervaring in de praktijk is wisselend
Details
Waarom deze aanbeveling?

De effecten van een nachtspalk op pijn en functie zijn zeer onzeker (kwaliteit van bewijs zeer laag). Mogelijk is er geen vermindering van pijn of verbetering van functie. Over bijwerkingen vonden we geen gegevens, daarom is het onzeker of er nadelige effecten zijn van het gebruik van een nachtspalk. Aan de aanschaf zijn kosten verbonden en het is onduidelijk welk type nachtspalk gebruikt moet worden. We schatten in dat de meeste patiënten om deze redenen niet in eerste instantie zullen kiezen voor een nachtspalk en we raden daarom aan om in eerste instantie het natuurlijke beloop van de klachten af te wachten.

Sommige patiënten zullen vanwege de hinder van de klachten wel een behandeling willen proberen en er is onvoldoende bewijs dat een nachtspalk níet werkt. Indien er geen twijfel is over de diagnose heeft verwijzing naar de tweede lijn weinig meerwaarde zonder eerst een aantal niet-invasieve interventies te proberen. In de tweede lijn zijn goede ervaringen opgedaan met een nachtspalk indien deze consequent wordt gebruikt gedurende 3 maanden; orthopeden starten hun beleid vaak met een nachtspalk gedurende 3 maanden. Om deze redenen kan het zinvol zijn om behandeling met een nachtspalk te overwegen. 

Orthopeden geven de patiënt vaak de keus tussen een rigide spalk en een strassburgsok (een onderbeensok met strekband). De ervaring met de rigide spalk is over het algemeen goed, maar deze is wel wat duurder en minder gebruiksvriendelijk dan de sok. De ervaring met de sok is wisselend. Welke variant de voorkeur heeft, is ter overweging van de patiënt.

Van bewijs naar aanbeveling

Voor- en nadelen

De effecten van een nachtspalk op pijn en functie zijn zeer onzeker. Mogelijk is er geen sprake van vermindering van pijn noch verbetering van functie. Er is maar 1 onderzoek verricht en dit rapporteerde niet of er bijwerkingen waren.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is zeer laag.

Waarden en voorkeuren van de patiënt

Vanwege de onzekerheid over de voordelen en nadelige effecten verwachten we dat de meeste patiënten in eerste instantie niet zullen kiezen voor een nachtspalk. Sommige patiënten zullen het vanwege de hinder van de klachten wel willen proberen. Er is onvoldoende bewijs dat een nachtspalk níet werkt.

Kosten

Aan de aanschaf van een nachtspalk zijn kosten verbonden.

Samenvatting van bewijs
Uitgangsvraag

Is een nachtspalk aan te bevelen bij volwassenen met fasciitis plantaris?

PICO
Patiënten Volwassenen met fasciitis plantaris
Interventie Nachtspalk 
Vergelijking Placebo of afwachtend beleid 
Uitkomstmaten

Pijn (3 maanden)

Functiebeperking (3 maanden)

Bijwerkingen

 

Methode

Op 13 januari 2020 is een literatuursearch gedaan naar relevante systematische literatuuronderzoeken en RCT’s. Daarin werd 1 RCT gevonden. 21

Resultaten

Onderzoekskarakteristieken

Wheeler 2017 21  includeerde volwassenen met fasciitis plantaris die > 4 maanden klachten hadden en bij wie de plantaire fascie > 4 mm dik was (n = 40). Deelnemers in de interventiegroep kregen een (commercieel verkrijgbare) nachtspalk en een oefenprogramma voor thuis. De controlegroep kreeg alleen het oefenprogramma. De mate van rekken van de kuit kon met de nachtspalk worden bijgesteld. Het oefeningenprogramma voor thuis bestond uit (1) rekoefeningen van de fascie, de voet, de kuit en het been, en (2) kracht- en balansoefeningen van de voet en kuit. Gemeten werden onder andere een pijn- en functiescore na 6 weken en na 3 maanden, geblindeerd voor de interventie. Bijwerkingen werden niet gerapporteerd.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs voor de uitkomst ‘pijn’ was zeer laag. We waardeerden af vanwege risico op vertekening en onnauwkeurigheid van de resultaten.

Effectiviteit

Bekijk de tabel voor de samenvatting van de resultaten.

Conclusie

We zijn onzeker over het effect van een nachtspalk op pijn en functie na 3 maanden

Tapen

Naar Samenvatting ›

Overweeg behandeling met tapen, bespreek de voor- en nadelen:

  • de behandeling is niet-invasief
  • nadelen:
    • er is weinig bewijsvoor de werkzaamheid;  mogelijk is er sprake van pijnvermindering
    • bij niet-verdragen van de tape kunnen klachten mogelijk verergeren (er is alleen onderzoek gedaan met slechts 1 week follow-up)
    • niet precies duidelijk is op welke manier en voor hoe lang de tape moet worden aangelegd en vervangen
Details
Waarom deze aanbeveling?

De effecten van tapen op pijn en functie zijn onzeker (kwaliteit van bewijs laag). Mogelijk is er gedurende een week sprake van vermindering van pijn zonder verbetering van functie. Tapen lijkt soms bijwerkingen te geven. Aangezien klachten van fasciitis plantaris maanden kunnen duren, schatten we in dat voor sommige patiënten de onzekerheid over een mogelijke pijnvermindering gedurende een week zonder functieverbetering niet opweegt tegen de kans op bijwerkingen van tape. Mogelijk zal een substantiële groep patiënten een behandeling wel willen proberen vanwege de hinder van de klachten (er is ook onvoldoende bewijs dat tapen níet werkt). Een niet-invasieve interventie als tapen kan dan worden overwogen.

Van bewijs naar aanbeveling

Voor- en nadelen

De effecten van tapen op pijn en functie zijn onzeker (kwaliteit van bewijs laag). Het voordeel zou kunnen zijn dat er mogelijk gedurende een week sprake is van pijnvermindering. Nadelen zijn dat geen verbetering van functie is aangetoond, dat tapen bijwerkingen kan geven en dat het effect alleen op korte termijn (1 week) onderzocht is.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is laag.

Waarden en voorkeuren van de patiënt

Aangezien klachten van fasciitis plantaris maanden kunnen duren, schatten we in dat voor de meeste patiënten de onzekerheid over een mogelijke pijnvermindering gedurende een week zonder verbetering van functie niet opweegt tegen de kans op bijwerkingen van tape. Sommige patiënten zullen het vanwege de hinder van de klachten wel willen proberen. Er is ook onvoldoende bewijs dat tapen níet werkt.

Kosten

Aan (het laten aanleggen van) tape kunnen kosten verbonden zijn. We verwachten dat kosten bij deze vraag niet de doorslag zullen geven.

Samenvatting van bewijs
Uitgangsvraag

Is tapen aan te bevelen bij volwassenen met fasciitis plantaris?

PICO
Patiënten Volwassenen met fasciitis plantaris
Interventie Tapen
Vergelijking Placebo of afwachtend beleid 
Uitkomstmaten

Pijn

Functiebeperking

Bijwerkingen


Methode

Een systematisch literatuuronderzoek uit 2017 vormde de basis voor beantwoording van deze uitgangsvraag. 17 De auteur vond slechts 2 RCT’s, daarom beperken wij ons hierna tot de bespreking van de individuele RCT’s. 18 22 Op 6 december 2019 is een aanvullende literatuursearch uitgevoerd naar RCT’s verschenen na de datum van het meest recente onderzoek. Er zijn geen aanvullende RCT’s gevonden.

Resultaten

Onderzoekskarakteristieken

Radford 2006 22  includeerde volwassenen met fasciitis plantaris die > 1 maand klachten hadden (n = 92). Patiënten werden geworven uit de algemene populatie en vervolgens behandeld in een universitaire podologische kliniek. Deelnemers in de interventiegroep kregen tape rondom de voet (niet om de hak) gedurende 1 week en nep echografie. Deelnemers in de controlegroep kregen alleen nep echografie. Uitkomstmaten waren pijn bij de eerste stap in de ochtend en functioneren. De onderzoekers rapporteerden ook de bijwerkingen van tapen.

Hyland 2006 18 includeerde volwassenen met fasciitis plantaris, een pijnscore ≥ 3 op een visuele analoge schaal (VAS) en een eversiestand ≥ 2° van de calcaneus (n = 42). Patiënten werden gerekruteerd bij bezoek aan een fitnesscentrum of een arts; behandeling vond plaats in een fysiotherapiekliniek. Ze werden gerandomiseerd over 4 onderzoeksarmen: rekoefeningen, controle (geen behandeling), tape en nep-tape. De tape werd aangebracht over de hak en verwisseld na 3-4 dagen. In de interventiegroep werd met het tapen de eversiestand van de calcaneus gecorrigeerd; in de groep met nep-tape werd de tape losjes op de huid aangebracht. Uitkomstmaten waren pijn bij de eerste stap in de ochtend en functie van de voet. De onderzoekers rapporteerden ook de bijwerkingen van tapen.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs voor de uitkomst ‘pijn’ was laag. We waardeerden af vanwege indirectheid (verschillende soorten tape) en onnauwkeurigheid van de resultaten.

Effectiviteit en bijwerkingen

Bekijk de tabel voor de samenvatting van de resultaten.

Conclusies
  • Tapen geeft mogelijk een kleine pijnvermindering na 1 week (kwaliteit van bewijs is laag)
  • Tapen geeft mogelijk niet of nauwelijks verschil in functie na 1 week (kwaliteit van bewijs is laag)
  • Tapen geeft mogelijk vaker bijwerkingen (kwaliteit van bewijs is laag)

Dry needling

Naar Samenvatting ›

We bevelen dry needling niet aan.

Details
Waarom deze aanbeveling?

De effecten van dry needling op pijn en functie zijn zeer onzeker. Mogelijk is er op de korte en middellange termijn sprake van een kleine pijnvermindering zonder effect op de functie van de voet. De interventie heeft waarschijnlijk bij een substantieel aantal patiënten pijn als bijwerking. De data zijn gebaseerd op 1 trial met 84 deelnemers. Het is onwaarschijnlijk dat het eventuele, kleine effect op pijnvermindering, waarschijnlijk zonder functieverbetering, opweegt tegen de kans op bijwerkingen. We geven dan ook een sterke aanbeveling tegen dry needling.

Van bewijs naar aanbeveling

Voor- en nadelen

De effecten van dry needling op pijn en functie zijn zeer onzeker. Mogelijk is er op de korte en middellange termijn sprake van een kleine pijnvermindering zonder effect op de functie van de voet. Er is maar 1 onderzoek verricht en dit vond bijwerkingen.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is zeer laag.

Waarden en voorkeuren van de patiënt

Vanwege de onzekerheid over de voordelen van dry needling en de kans op bijwerkingen verwachten we dat de meeste patiënten niet zullen kiezen voor dry needling.

Kosten

Aan dry needling zijn kosten verbonden.

Samenvatting van bewijs
Achtergrond

Bij dry needling worden ‘spierknopen’ (triggerpoints) aangeprikt met een naald. Als het juiste triggerpoint gevonden is, spant de spier. Hierdoor ontstaat kort een soort krampgevoel op de plaats van het triggerpoint. Het idee is dat na het verwijderen van de naald de spier ontspant.

Uitgangsvraag

Is dry needling aan te bevelen bij volwassenen met fasciitis plantaris?

PICO
Patiënten Volwassenen met fasciitis plantaris
Interventie Dry needling
Vergelijking Placebo of afwachtend beleid 
Uitkomstmaten Pijn
Functiebeperking
Bijwerkingen

 

Methode

We vonden 1 systematisch literatuuronderzoek. 17 Dit omvatte 1 RCT, daarom beperken wij ons tot de bespreking van deze RCT. 23 Op 6 december 2019 is een aanvullende literatuursearch uitgevoerd naar RCT’s verschenen na de datum van dit onderzoek. Er zijn geen aanvullende onderzoeken gevonden.

Resultaten

Onderzoekskarakteristieken

Cotchett 2014 23  includeerde volwassenen uit de algemene bevolking met fasciitis plantaris die > 1 maand klachten hadden en een VAS-score van ≥ 20 mm op een schaal van 0-100 (n = 84). Deelnemers in de interventiegroep kregen 6 weken lang dry needling in de voet, kuit en/of bilspieren gedurende 30 minuten per week. Patiënten in de controlegroep kregen dezelfde behandeling, maar dan met nepnaalden. De auteurs rapporteerden onder andere pijn bij de eerste stap in de ochtend (na 2, 4, 6 en 12 weken) en voetfunctie (na 6 en 12 weken). Ze rapporteerden ook de bijwerkingen.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs voor de uitkomst ‘pijn’ was zeer laag. We waardeerden af vanwege indirect bewijs (slechts 1 vorm van dry needling werd onderzocht) en onnauwkeurigheid van de resultaten (slechts 1 onderzoek beschikbaar).

Effectiviteit

Bekijk de tabel voor de samenvatting van de resultaten.

Conclusies
  • We zijn onzeker over het effect van een dry needling op pijn en functie na 6 en 12 weken
  • We zijn onzeker of dry needling bijwerkingen geeft binnen 12 weken

Extracorporeal shockwave therapie (ESWT)

Naar Samenvatting ›

We bevelen ESWT niet aan.

Details
Waarom deze aanbeveling?

De effecten van EWST zijn onzeker (kwaliteit van bewijs laag tot zeer laag). Sommige onderzoeken hadden risico op vertekening, de interventies die onderzocht werden verschilden onderling en de betrouwbaarheidsintervallen waren breed. Mogelijk geeft ESWT een kleine pijnvermindering; het effect op functioneren is onbekend. ESWT is invasiever dan rekoefening en inlegzolen. De interventie kan pijnlijk zijn en er kunnen mogelijk bijwerkingen optreden zoals oedeem en roodheid van de huid. We schatten in dat de onzekere, kleine voordelen van ESWT voor het merendeel van de patiënten niet zullen opwegen tegen de bijwerkingen. Dit in overweging nemend, geven we een sterke aanbeveling tegen shockwavetherapie.

Van bewijs naar aanbeveling

Voor- en nadelen

De effecten van EWST zijn onzeker (kwaliteit van bewijs laag tot zeer laag), mogelijk is er sprake van een kleine pijnvermindering. Het effect van ESWT op functioneren is onbekend. De interventie ESWT kan pijnlijk zijn en er kunnen mogelijk bijwerkingen optreden zoals oedeem en roodheid van de huid.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is laag tot zeer laag.

Waarden en voorkeuren van de patiënt

ESWT is een invasieve interventie. We schatten in dat de onzekere kleine voordelen voor het merendeel van de patiënten niet op zullen opwegen tegen mogelijke bijwerkingen.

Kosten

Aan ESWT zijn kosten verbonden.

Samenvatting van bewijs
Achtergrond

Er bestaan verschillende vormen van extracorporeal shockwavetherapie (ESWT). Fysiotherapeuten in Nederland passen meestal radiale ESWT toe waarbij luchtdruk wordt gebruikt. In de tweede lijn wordt gefocuste ESWT toegepast, waarbij geluidsgolven worden gebruikt. In beide vormen onderscheidt men laag-, gemiddeld en hoogenergetische ESWT.

Uitgangsvraag

Is ESWT aan te bevelen bij volwassenen met fasciitis plantaris?

PICO
Patiënten Volwassenen met fasciitis plantaris
Interventie ESWT
Vergelijking Placebo of afwachtend beleid 
Uitkomstmaten Pijn (3 maanden)
Functiebeperking (3 maanden)
Bijwerkingen

 

Methode

Op 26 september 2019 is een literatuursearch uitgevoerd naar systematische literatuuronderzoeken van ≤ 5 jaar oud. We vonden 14 systematische literatuuronderzoeken en selecteerden er 2 omdat ze recent zijn, het best aansluiten bij de uitgangsvraag en van voldoende kwaliteit zijn volgens de AMSTAR-criteria. 17 24 Een aanvullende literatuursearch naar trials van latere datum leverde geen aanvullende RCT’s op.

Resultaten

Onderzoekskarakteristieken

Salvioli et al (2017) includeerde Engelstalige publicaties van RCTs naar allerlei verschillende conservatie, niet-farmacologische interventies voor plantaire hielpijn met dezelfde inclusiecriteria als hierboven en keek naar de uitkomst pijn. Functioneren werd door de auteurs niet meegenomen als uitkomst. De onderzoekers gaven aan dat ze niet naar het type ESWT konden kijken omdat informatie hierover veelal ontbrak.
Wang et al (2019) includeerde RCT’s naar ESWT die volwassen includeerden met fasciitis plantaris en in het Engels werden gepubliceerd. Ze keken naar de uitkomst pijn gemeten met visuele analoge schaal (VAS; 10-punts schaal) en naar het succespercentage voor pijn na 1, drie, zes en 12 maanden follow-up. Wij namen in onze resultaattabel de uitkomst pijn mee gemeten na 12 weken. Functioneren en bijwerkingen werden door de auteurs niet meegenomen als uitkomst. De systematische review maakte onderscheid naar het energieniveau van de ESWT (laag, gemiddeld en hoog; < 0.1, 1-2, >2 mJ/mm2).

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs voor de uitkomst ‘pijn’ was laag tot zeer laag. We waardeerden af vanwege risico op vertekening (risk of bias), indirect bewijs vanwege verschil tussen de geïncludeerde patiënten en de huisartsenpopulatie, inconsistentie en onnauwkeurigheid van de resultaten.

Effectiviteit

Bekijk de tabellen voor de samenvatting van resultaten voor ESWT, Lage intensiteit ESWT, Gemiddelde intensiteit ESWT en Hoge intensiteit ESWT.

Conclusie

We zijn onzeker over de effecten van EWST (kwaliteit van bewijs laag tot zeer laag), mogelijk is er sprake van een kleine pijnvermindering. Mogelijk kunnen er bijwerkingen optreden.

Medicamenteuze behandeling

Naar Samenvatting ›

Pijnmedicatie

Naar Samenvatting ›

Volg voor pijnbestrijding de adviezen in de NHG-Standaard Pijn.

Corticosteroïdinjectie

Naar Samenvatting ›

We bevelen een corticosteroïdinjectie niet aan.

Details
Waarom deze aanbeveling?

De effecten van corticosteroïdinjectie op pijn en functie zijn zeer onzeker (kwaliteit van bewijs zeer laag), mogelijk is er op de korte termijn sprake van een kleine pijnvermindering. Het toedienen van corticosteroïdinjecties in de fascia plantaris kan leiden tot ruptuur van de fascia of infectie van de injectieplaats. We schatten in dat voor bijna alle patiënten de onzekerheid over een mogelijke, kleine pijnvermindering op korte termijn niet opweegt tegen de kans op schade en bijwerkingen. We geven dan ook een sterke aanbeveling tegen corticosteroïdinjectie.

Van bewijs naar aanbeveling

Voor- en nadelen

De effecten van corticosteroïdinjectie op pijn en functie zijn zeer onzeker (kwaliteit van bewijs zeer laag), mogelijk is er op de korte termijn sprake van een kleine pijnvermindering. Het toedienen van corticosteroïdinjecties in de fascia plantaris kan leiden tot ruptuur van de fascia of infectie van de injectieplaats.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is laag tot zeer laag.

Waarden en voorkeuren van de patiënt

We schatten in dat voor bijna alle patiënten de onzekerheid over een mogelijk kleine pijnvermindering op korte termijn niet opweegt tegen de kans op schade en bijwerkingen.

Kosten

Aan corticosteroïdinjecties zijn kosten verbonden.

Samenvatting van bewijs
Uitgangsvraag

Is een corticosteroïdinjectie aan te bevelen bij volwassenen met fasciitis plantaris?

PICO
Patiënten Volwassenen met fasciitis plantaris
Interventie Corticosteroïdinjectie
Vergelijking Placebo of afwachtend beleid 
Uitkomstmaten Pijn
Functiebeperking
Bijwerkingen

   

Methode

Een cochranereview uit 2017 vormde de basis voor beantwoording van deze uitgangsvraag. 25 Op 29 november 2019 werd een aanvullende literatuursearch uitgevoerd naar RCT’s verschenen na de datum van het meest recente geïncludeerde onderzoek. Deze zoekactie leverde 1 RCT waarin de uitkomsten van corticosteroïdinjectie versus placebo of afwachtend beleid gerapporteerd zijn, met vergelijkbare resultaten als de eerdere onderzoeken. 26 We verwachten niet dat het toevoegen van de resultaten van deze RCT de effectschattingen van de cochranereview substantieel zou veranderen. Daarom presenteren we alleen de resultaten van de cochranereview.

Resultaten

Onderzoekskarakteristieken

David 2017 25 includeerde RCT’s en quasi-gerandomiseerde trials waarin het effect van corticosteroïdinjectie bij fasciitis plantaris vergeleken werd met verschillende andere behandelingen, placebo of geen corticosteroïdinjectie. Primaire uitkomsten waren pijn, functie en ernstige bijwerkingen.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs voor de uitkomst ‘pijn’ was zeer laag. We waardeerden af vanwege indirect bewijs (verschil tussen de geïncludeerde patiënten en de huisartsenpopulatie), inconsistentie en onnauwkeurigheid van de resultaten.

Effectiviteit

Bekijk de tabel voor de samenvatting van de resultaten.

Conclusie

We zijn onzeker over de effecten van corticosteroïdinjecties op pijn en functioneren (kwaliteit van bewijs zeer laag) en over het optreden van bijwerkingen.

Controles

Naar Samenvatting ›
  • Instrueer de patiënt terug te komen als de klachten verergeren of na een aantal maanden niet overgaan.
  • Overweeg een controleafspraak indien behandeling wordt afgesproken, om het effect te evalueren.
  • Sta tijdens controleconsulten stil bij eventuele beperkingen die de patiënt ervaart door de klachten.

Consultatie en verwijzing

Naar Samenvatting ›

Orthopeed

Naar Samenvatting ›

Verwijs bij

  • twijfel over de diagnose
  • afwijkend beloop (bijvoorbeeld progressieve klachten ondanks adequate aanpassing van activiteiten en schoeisel)
  • substantiële standsafwijkingen of bewegingsbeperking van de voet die duidelijk lijken bij te dragen aan de klachten
Behandelopties in de tweede lijn
Naar Samenvatting ›

Bespreek dat als in de tweede lijn wordt bevestigd dat de klachten komen door fasciitis plantaris, de mogelijkheden voor bewezen effectieve behandeling hiervan niet anders zijn dan in de eerste lijn.

Kaderhuisarts

Naar Samenvatting ›

In verschillende regio’s bestaat de mogelijkheid voor intercollegiale consultatie van een kaderhuisarts bewegingsapparaat bij specifieke behandelvragen.

Sportarts

Naar Samenvatting ›

Overweeg verwijzing bij (semi)professionele sportbeoefenaars met langdurige of recidiverende klachten die interfereren met sportbeoefening.

Bedrijfsarts

Naar Samenvatting ›

Adviseer de patiënt contact op te nemen met de bedrijfsarts:

  • als er mogelijk een relatie is tussen de klachten en de arbeidssituatie
  • als er sprake is van werkverzuim

Referenties

  1. Rasenberg N, Bierma-Zeinstra SM, Bindels PJ, Van der Lei J, Van Middelkoop M. Incidence, prevalence, and management of plantar heel pain: a retrospective cohort study in Dutch primary care. Br J Gen Pract 2019;69:e801-8.
  2. Buchbinder R. Clinical practice: Plantar fasciitis. N Engl J Med 2004;350:2159-66.
  3. Lapidus PW, Guidotti FP. Painful heel: report of 323 patients with 364 painful heels. Clin Orthop Relat Res 1965;39:178-86.
  4. Goff JD, Crawford R. Diagnosis and treatment of plantar fasciitis. Am Fam Physician 2011;84:676-82.
  5. Riddle DL, Schappert SM. Volume of ambulatory care visits and patterns of care for patients diagnosed with plantar fasciitis: a national study of medical doctors. Foot Ankle Int 2004;25:303-10.
  6. Neufeld SK, Cerrato R. Plantar fasciitis: evaluation and treatment. J Am Acad Orthop Surg 2008;16:338-46.
  7. Inklaar H, Hartgens F, Janssen I. Mono-disciplinaire richtlijn Fasciopathia/fasciosis plantaris bij sporters. Bilthoven: Vereniging voor Sportgeneeskunde, 2013. www.sportgeneeskunde.com, geraadpleegd januari 2021. Ga naar bron: Inklaar H, Hartgens F, Janssen I. Mono-disciplinaire richtlijn Fasciopathia/fasciosis plantaris bij sporters. Bilthoven: Vereniging voor Sportgeneeskunde, 2013. www.sportgeneeskunde.com, geraadpleegd januari 2021.
  8. Williams SK, Brage M. Heel pain-plantar fasciitis and Achilles enthesopathy. Clin Sports Med 2004;23:123-44.
  9. Schneider HP, Baca JM, Carpenter BB, Dayton PD, Fleischer AE, Sachs BD. American College of Foot and Ankle Surgeons clinical consensus statement: Diagnosis and treatment of adult acquired infracalcaneal heel pain. J Foot Ankle Surg 2018;57:370-81.
  10. Thomas JL, Christensen JC, Kravitz SR, et al. The diagnosis and treatment of heel pain: a clinical practice guideline-revision 2010. J Foot Ankle Surg 2010;49:S1-19.
  11. Crawford F, Thomson C. Interventions for treating plantar heel pain. Cochrane Database Syst Rev 2003:CD000416.
  12. NICE. Plantar fasciitis (Clinical knowledge summary). London: National Institute for Health and Care Excellence, 2019. http://cks.nice.org.uk/plantar-fasciitis, geraadpleegd 5 september 2019. Ga naar bron: NICE. Plantar fasciitis (Clinical knowledge summary). London: National Institute for Health and Care Excellence, 2019. http://cks.nice.org.uk/plantar-fasciitis, geraadpleegd 5 september 2019.
  13. Dyck DD, Jr., Boyajian-O'Neill LA. Plantar fasciitis. Clin J Sport Med 2004;14:305-9.
  14. Young CC, Rutherford DS, Niedfeldt MW. Treatment of plantar fasciitis. Am Fam Physician 2001;63:467-74, 77-8.
  15. Davis PF, Severud E, Baxter DE. Painful heel syndrome: results of nonoperative treatment. Foot Ankle Int 1994;15:531-5.
  16. Wolgin M, Cook C, Graham C, Mauldin D. Conservative treatment of plantar heel pain: long-term follow-up. Foot Ankle Int 1994;15:97-102.
  17. Salvioli S, Guidi M, Marcotulli G. The effectiveness of conservative, non-pharmacological treatment, of plantar heel pain: A systematic review with meta-analysis. Foot (Edinb) 2017;33:57-67.
  18. Hyland MR, Webber-Gaffney A, Cohen L, Lichtman PT. Randomized controlled trial of calcaneal taping, sham taping, and plantar fascia stretching for the short-term management of plantar heel pain. J Orthop Sports Phys Ther 2006;36:364-71.
  19. Radford JA, Landorf KB, Buchbinder R, Cook C. Effectiveness of calf muscle stretching for the short-term treatment of plantar heel pain: a randomised trial. BMC Musculoskelet Disord 2007;8:36.
  20. Rasenberg N, Riel H, Rathleff MS, Bierma-Zeinstra SMA, Van Middelkoop M. Efficacy of foot orthoses for the treatment of plantar heel pain: a systematic review and meta-analysis. Br J Sports Med 2018;52:1040-6.
  21. Wheeler PC. The addition of a tension night splint to a structured home rehabilitation programme in patients with chronic plantar fasciitis does not lead to significant additional benefits in either pain, function or flexibility: a single-blinded randomised controlled trial. BMJ Open Sport Exerc Med 2017;3:e000234.
  22. Radford JA, Landorf KB, Buchbinder R, Cook C. Effectiveness of low-dye taping for the short-term treatment of plantar heel pain: a randomised trial. BMC Musculoskelet Disord 2006;7:64.
  23. Cotchett MP, Munteanu SE, Landorf KB. Effectiveness of trigger point dry needling for plantar heel pain: a randomized controlled trial. Phys Ther 2014;94:1083-94.
  24. Wang YC, Chen SJ, Huang PJ, Huang HT, Cheng YM, Shih CL. Efficacy of different energy levels used in focused and radial extracorporeal shockwave therapy in the treatment of plantar fasciitis: a meta-analysis of randomized placebo-controlled trials. J Clin Med 2019;8:1497.
  25. David JA, Sankarapandian V, Christopher PR, Chatterjee A, Macaden AS. Injected corticosteroids for treating plantar heel pain in adults. Cochrane Database Syst Rev 2017;6:CD009348.
  26. Johannsen FE, Herzog RB, Malmgaard-Clausen NM, Hoegberget-Kalisz M, Magnusson SP, Kjaer M. Corticosteroid injection is the best treatment in plantar fasciitis if combined with controlled training. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc 2019;27:5-12.