Ulcus cruris venosum

Ulcus cruris venosum

Samenvatting

Richtlijnen diagnostiekNaar Volledige tekst

AnamneseNaar Volledige tekst

  • ontstaan, duur en beloop van de klachten
  • pijnklachten (cave arterieel ulcus)
  • infectie: koorts, algehele malaise en immobiliteit door pijn
  • kwaliteit van leven: slecht slapen, immobiliteit, sociale isolatie
  • voorgeschiedenis: doorgemaakt ulcus cruris venosum; veneuze klachten (zie tabel h1); oorzakelijke factoren (diepveneuze trombose, varices, tromboflebitis, claudicatieklachten of lymfoedeem)
  • risicofactoren: beperkte mobiliteit, obesitas, langdurig staan

Lichamelijk onderzoekNaar Volledige tekst

Let op:

  • lokalisatie, grootte, aspect wondrand en wondbodem
  • tekenen van infectie en eventuele uitbreiding in omliggend weefsel
  • aanwijzingen voor chronische veneuze insufficiëntie (CVI), perifeer arterieel vaatlijden, hartfalen

Aanvullend onderzoekNaar Volledige tekst

Enkel-armindex: alleen bij vermoeden van perifeer arterieel vaatlijden (voor kenmerken arterieel ulcus zie tabel h1).

EvaluatieNaar Volledige tekst

Een ulcus cruris venosum is waarschijnlijk bij:

  • een huiddefect aan het onderbeen, meestal aan de mediale zijde, dat ten minste 2 weken bestaat
  • voorafgaande veneuze klachten
  • tekenen van CVI

Richtlijnen beleidNaar Volledige tekst

VoorlichtingNaar Volledige tekst

Voorlichting is essentieel om motivatie, acceptatie en therapietrouw van de patiënt te bevorderen. Bespreek:

  • ontstaanswijze van CVI en ulcus cruris venosum
  • duur van de behandeling (weken tot maanden)
  • belang van oedeembestrijding door ambulante compressietherapie én voldoende lopen
  • therapeutische elastische kousen ter preventie recidief veneus ulcus
  • informatie op thuisarts.nl met kuitspieroefeningen

Niet-medicamenteuze behandelingNaar Volledige tekst

WondbehandelingNaar Volledige tekst

  • Kies een niet-klevende wondbedekker op basis van wondkenmerken en ga uit van de meest ernstige fase van de wond: wondfase (zwart = necrose, geel = debris, of rood = granulatie/epithelisatie), vochtigheid (nat/vochtig of droog) en eventuele tekenen van infectie (zie tabel h2).
  • Zie bijlage 1 voor stappenplan.
  • Houd rekening met de aanwezigheid van pijn, allergieën, gebruiksgemak (zoals wisselfrequentie) en kosten.

Ambulante compressietherapieNaar Volledige tekst

  • We bevelen ambulante compressietherapie met korte-rekverband aan. Zonder ambulante compressietherapie heeft wondbehandeling weinig zin.
  • Contra-indicaties: enkel-armindex < 0,6 en ernstig hartfalen.
  • Frequentie is afhankelijk van: de hoeveelheid wondvocht en oedeem, toestand van het veneus ulcus, aanwezigheid van infectie en mobiliteit van de patiënt.
  • Geef instructies:
    • lopen ter bevordering van terugstroom veneus bloed
    • oefeningen voor activatie kuitspierpomp
    • hoog leggen van het been in rust ter preventie van oedeemvorming

Medicamenteuze behandelingNaar Volledige tekst

  • Bij pijn: adviseer zo nodig paracetamol en/of een oraal NSAID (zie NHG-Standaard Pijn). Overweeg:
    • ibuprofenschuimverband bij exsuderend, pijnlijk ulcus én voorkeur voor lokale pijnbehandeling (bijvoorbeeld bij contra-indicatie oraal NSAID)
    • lokale toepassing van lidocaïne(-prilocaïne) bij pijn tijdens wondverzorging of débridement
  • Bij uitbreidende infectie (erysipelas, cellulitis): systemische antibiotica, zie NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties.

ControlesNaar Volledige tekst

Evalueer na 3 weken. Beoordeel of:

  • de genezing van het ulcus vordert, zie Tekenen van wondgenezing
  • ambulante compressietherapie adequaat en effectief is
  • er stagnerende factoren voor genezing zijn, zoals hypergranulatie, contactallergie, comorbiditeit of pijn
  • leefstijlfactoren die wondgenezing ondersteunen optimaal zijn

Consultatie en verwijzingNaar Volledige tekst

Stagnatie of uitblijvende wondgenezingNaar Volledige tekst

Verwijs bij een veneus ulcus zonder genezingstendens na 3 weken behandeling (afhankelijk van regionale mogelijkheden):

  • naar een wondverpleegkundige, bijvoorbeeld bij inadequate ambulante compressietherapie, of voor aanvullende wondbehandeling. Monitor de voortgang. Verwijs naar een dermatoloog als een genezingstendens in de weken daarna uitblijft
  • of direct naar een dermatoloog:
    • als de ingezette behandeling adequaat lijkt, maar desondanks onvoldoende effect heeft (mogelijk afwijkend beloop of onjuiste werkdiagnose)
    • bij een groot of diep ulcus dat mogelijk kan worden gesloten

Enkel-armindex < 0,9Naar Volledige tekst

  • Verwijs naar een vaatchirurg bij een enkel-armindex < 0,6.
  • Overweeg verwijzing naar een vaatchirurg bij een enkel-armindex 0,6-0,9, met name bij ontbreken van een genezingstendens na 3 weken behandeling.

VaricesNaar Volledige tekst

Overweeg verwijzing naar een dermatoloog of vaatchirurg, gericht op eventuele behandeling van varices, met name bij uitblijvend of stagnerend herstel, of bij een recidief ulcus.

Overige verwijsindicaties

  • Bij twijfel over de diagnose: verwijs naar de dermatoloog.
  • Bij ernstig hartfalen: overleg met de cardioloog over het risico van decompensatie bij ambulante compressietherapie.
  • Voor ondersteuning bij oefeningen voor activatie van kuitspierpomp: verwijs zo nodig naar de fysiotherapeut.

Nazorg en preventieNaar Volledige tekst

  • Adviseer het dragen van therapeutische elastische kousen ter preventie van een recidief ulcus.
  • Geef dezelfde instructies als beschreven bij ambulante compressietherapie.
Volledige tekst

Belangrijkste wijzigingen

  • Er ligt meer nadruk op het behandelen van de onderliggende oorzaak van ulcus cruris venosum.
  • Bepaal de enkel-armindex alleen bij vermoeden van perifeer arterieel vaatlijden.
  • De verwijstermijn bij een niet-genezend veneus ulcus is verkort van 2 maanden naar 3 weken, omdat de verwachting is dat de wondgenezing na 3 weken adequate behandeling goed op gang is. Overweeg bij het ontbreken van een genezingstendens verwijzing naar een wondverpleegkundige, dermatoloog of vaatchirurg. 

Kernboodschappen

  • Ambulante compressietherapie, gericht op de onderliggende oorzaak van ulcus cruris venosum, is de belangrijkste pijler van de behandeling en vermindert de recidiefkans.
  • De behandeling is meestal goed uitvoerbaar in de 1e lijn.
  • Bespreek bij de voorlichting dat ambulante compressietherapie cruciaal is voor de genezing van het ulcus.
  • Adequate pijnbehandeling is essentieel voor goede wondzorg, effectieve ambulante compressietherapie en behoud van mobiliteit.
  • Behandeling van onderliggende varices kan genezing van het ulcus versnellen en het recidiefrisico verkleinen. Bespreek deze behandeloptie met de patiënt.

Inleiding

Scope

  • Richtlijnen voor diagnostiek, behandeling en preventie van ulcus cruris venosum.
  • Huisartsen kunnen ook diabetespatiënten met een veneus ulcus aan het onderbeen volgens deze NHG-Standaard behandelen.

Buiten de scope

  • De behandeling van een ulcus cruris op basis van arteriële, neurologische (vooral diabetische neuropathie) en andere stoornissen valt buiten het bestek van deze standaard.
  • Richtlijnen voor diagnostiek en beleid bij een voetulcus veroorzaakt door decubitus of diabetes: zie respectievelijk NHG-Standaard Decubitus en NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2.
  • Richtlijnen voor diagnostiek, behandeling en begeleiding bij chronische veneuze insufficiëntie staan beschreven in de NHG-Standaard Varices.

Achtergronden

Begrippen

Atrofie blanche

Ontkleurde, atrofische huid in combinatie met erythemateuze maculae door beschadigde capillairen. Dit kan aanwezig zijn op intacte huid of aan de rand van een veneus ulcus.

Chronische veneuze insufficiëntie

Langer bestaande afvloedstoornis van de beenvenen, veroorzaakt door onder andere primaire varices, congenitaal ontbrekende kleppen of een doorgemaakte diep veneuze trombose. Dit leidt tot een verhoogde ambulante veneuze druk. Er is sprake van chronische veneuze insufficiëntie (CVI) bij aanhoudend oedeem en eventuele andere gevolgen van microcirculatiestoornissen in de huid, zoals hypostatisch eczeem, hyperpigmentatie, corona phlebectatica paraplantaris, lipodermatosclerose en atrofie blanche. De meest ernstige complicatie van CVI is een ulcus cruris venosum.

Corona phlebectatica paraplantaris

Krans van uitgezette adertjes distaal van de mediale malleolus als uiting van CVI.

Débridement

Verwijderen van dood weefsel.

Epithelisatie

Epithelisatie is het geleidelijk bedekt raken van het ulcus met epitheelweefsel dat vanuit de rand of follikelresten groeit. Daarna vindt nog langdurig remodellering van het collageen plaats.

Granulatie

Granulatie is een fase in het wondgenezingsproces. Tijdens de granulatiefase is er groei van kleine capillairen en bindweefsel om oppervlakkige wonden op te vullen. Gezond granulatieweefsel is korrelig, licht oneffen weefsel, rood van kleur en bloedt niet gemakkelijk. De conditie van het granulatieweefsel is vaak een graadmeter voor het herstel van de wond.

Hypergranulatie

Wanneer granulatieweefsel boven het niveau van de omliggende huid uitgroeit, spreken we van hypergranulatie. Hypergranulatie kan optreden in de epithelisatiefase door te veel vochtopname van het granulatieweefsel, bijvoorbeeld bij gebruik van bepaalde verbanden (hydrocolloïden, hydrogel, schuimverbanden) of bij een infectie.

Lipodermatosclerose

Verharding van omliggend weefsel/kuit.

Maceratie

Maceratie (verweking van de huid) wordt veroorzaakt door grote hoeveelheden waterige vloeistof op de huid of het wondoppervlak gedurende een langere periode. Het vocht kan geproduceerd worden door de wond zelf (exsudaat), door zweten of door uitgebreid oedeem van de benen (‘huilende’ benen). Wanneer de huid rond de wond is blootgesteld aan vocht, zwelt de hoornlaag op. Als deze verzadigd is, worden de onderliggende epitheelcellen op hun beurt blootgesteld aan vocht. Uiteindelijk leidt dat tot beschadiging van de omliggende huid.

Ulcus cruris

Defect van de huid tot in de subcutis (wond) aan het been, zonder duiding van de mogelijke onderliggende pathologie. 

Ulcus cruris venosum

Defect van de huid tot in de subcutis van het been, ontstaan op basis van CVI. De locatie van een ulcus cruris venosum is meestal aan de mediale zijde van het onderbeen bij de enkel. In deze standaard wordt verder gesproken over een veneus ulcus, ook wel ‘open been’ genoemd.

Details
Begrippen

Chronische veneuze insufficiëntie

De internationale definitie van chronische veneuze insufficiëntie luidt ‘(elke) morfologische en functionele afwijking van het veneuze systeem van lange duur, die zich manifesteert door symptomen en/of tekenen die wijzen op de noodzaak van onderzoek en/of zorg’.  1  

Granulatie en hypergranulatie

Granulatie is een fase in het wondgenezingsproces. Gezond granulatieweefsel is korrelig, licht oneffen weefsel, rood van kleur en bloedt niet gemakkelijk. De conditie van het granulatieweefsel is vaak een graadmeter voor het herstel van de wond.
Er kan ook abnormaal granulatieweefsel gevormd worden. Dit kan een abnormaal aspect van de wond zijn, met een rood-livide verkleuring en ontstekingsverschijnselen, maar er kan ook sprake zijn van hypergranulatie: granulatieweefsel dat boven het niveau van de omliggende huid uitgroeit. Hypergranulatie kan een teken van infectie zijn, maar kan ook ontstaan tijdens de epithelisatiefase, bijvoorbeeld bij langdurig gebruik van hydrocolloïden, hydrogel of schuimverbanden 2  
Een donkere kleur van het ulcus duidt vaak op een slecht doorbloede, ischemische of geïnfecteerde wond.

Maceratie

Maceratie (verweking van de huid) wordt veroorzaakt door grote hoeveelheden waterige vloeistof op de huid of het wondoppervlak gedurende een langere periode. Het vocht kan geproduceerd worden door de wond zelf (exsudaat) en door zweten. Wanneer de huid rond de wond wordt blootgesteld aan vocht, zwelt de hoornlaag op. Als deze verzadigd is, worden de onderliggende epitheelcellen op hun beurt blootgesteld aan vocht. Uiteindelijk leidt dat tot een beschadiging van de omliggende huid. Een witte rand rond de wond is nog geen maceratie. Vergevorderde maceratie waarbij de volledige huid rond de wond stuk is, komt niet vaak voor. Als het zich echter wél voordoet, zijn de gevolgen meestal vrij ernstig. Preventie bestaat vooral uit goede wondzorg: de huid moet droog en schoon zijn. Vochtvasthoudende verbanden bij matig tot sterk exsuderende wonden kunnen maceratie in de hand werken (hydrogels, hydrocolloïden of schuimverbanden), maar maceratie kan ook worden veroorzaakt door onderliggende pathologie. De gevolgen daarvan zijn soms wel via goede wondzorg te beperken.  3  

Epidemiologie

  • De prevalentie van een veneus ulcus is naar schatting ongeveer 1%. De prevalentie stijgt met de leeftijd, tot een prevalentie van ongeveer 4-5% bij personen > 80 jaar.
  • Een veneus ulcus neigt tot recidiveren, waarbij de kans op een recidief het grootst is in het 1e jaar na genezing. 
Details
Epidemiologie

De prevalentie van ulcus cruris venosum wordt op basis van meerdere onderzoeken geschat op ongeveer 1%.  4   5   Een systematische review over onderzoeken uit voornamelijk West-Europese landen laat een lagere gepoolde prevalentie zien van 0,32% en een incidentie van 0,17%. Tussen onderzoeken is er aanzienlijke variatie in gerapporteerde prevalentie en incidentie.  6   De prevalentie stijgt met de leeftijd, tot een prevalentie van ongeveer 4-5% bij personen > 80 jaar.  5  

Terugkijkend is de incidentie van veneus ulcus in Nederland in de loop van de jaren afgenomen. In 1980 werd de diagnose bij bijna 4 per 1000 vrouwen en 0,8 per 1000 mannen per jaar voor het eerst gesteld. De Continue Morbiditeitsregistratie (CMR) over 1995 tot 2005 laat een gemiddelde zien van 1,0 per 1000 patiëntjaren voor vrouwen en 0,3 per 1000 patiëntjaren voor mannen. De incidentie was bij 65- tot 74-jarigen 3,0 per 1000 patiëntjaren voor vrouwen en 0,6 per 1000 patiëntjaren voor mannen; bij 75-plussers was de incidentie 8,3 per 1000 patiëntjaren voor vrouwen en 2,2 per 1000 patiëntjaren voor mannen (Continue Morbiditeitsregistratie (2009), Nivel zorgregistraties eerste lijn).
Recentere morbiditeitscijfers uit het Transitieproject en de Tweede Nationale Studie zijn voor ulcus cruris venosum niet voorhanden, omdat hierin de ICPC-code S97 gebruikt wordt. In deze ICPC-code is de diagnose ulcus cruris venosum samengevoegd met decubitus en chronisch ulcus.

Recidieven komen frequent voor. Buitenlandse onderzoeken geven, afhankelijk van onder andere de follow-upduur, een recidiefkans van 17-68%, waarbij de kans op een recidief het grootst is gedurende het eerste jaar na genezing.  7   8   9   10   11   Dit betreft recidiefcijfers bij patiënten behandeld met ambulante compressietherapie. De recidiefkans in het eerste jaar varieert eveneens in de literatuur van 15-80%, afhankelijk van patiëntpopulatie en behandeling.  5  

Prognose

  • Bij adequate ambulante compressietherapie is de wondgenezing doorgaans na 3 weken goed op gang, met zichtbare tekenen van herstel.
  • 40-70% van de veneuze ulcera zijn met adequate ambulante compressietherapie en wondbehandeling na 12 weken gesloten.
  • Een veneus ulcus vermindert de kwaliteit van leven, onder meer door pijn, verminderd fysiek functioneren, een onaangename geur en/of door sociale isolatie.
Details
Prognose

Genezingsduur en factoren voor wondgenezing

De genezingsduur van een veneus ulcus cruris varieert per onderzoek. Bij een goed aangelegd compressieverband en goede wondbehandeling lijkt gemiddeld 70% van de ulcera na 12 weken gesloten te zijn.  12   Met goed uitgevoerde compressietherapie wordt geschat dat de kans dat een wond van maximaal 10 cm2 en < 12 maanden oud binnen 24 weken genezen is  ongeveer 71% is.  13   Een derde onderzoek beschreven door Probst et al. (2023) rapporteert dat zo’n 40% van de patiënten na 3 maanden genezen was.  6   Ongeveer 20% van de veneuze ulcera lijkt niet goed te reageren op behandeling, wat kan leiden tot een aanzienlijk langere behandelduur.  6   14  

In een Engels onderzoek onder 1186 patiënten met een veneus ulcus dat minimaal 4 weken bestond of recent was genezen, met een enkel-armindex > 0,85, werd onderzocht welke factoren samenhangen met een tragere genezing. De onderzoekers vonden hierbij twee onafhankelijke, maar kleine risicofactoren voor langzamere genezing: hogere leeftijd (hazardratio 0,989 per jaar; 95%-BI 0,984 - 0,995) en langere bestaansduur van het ulcus (hazardratio 0,996 per maand; 95%-BI 0,993 - 0,9999).  15  

Een retrospectief cohortonderzoek in de Verenigde Staten bij 260 patiënten met een veneus ulcus identificeerde een aantal risicofactoren die kunnen samenhangen met het uitblijven van wondgenezing binnen 24 weken  16  :

  • wondoppervlakte > 5 cm2 (OR 1,19; 95%-BI 1,11 - 1,27)
  • wondduur > 6 maanden (OR 1,09; 95%-BI 1,04 - 1,16)
  • voorgeschiedenis van veneuze ligatie/stripping (OR 4,85; 95%-BI 1,84 - 11,36)
  • voorgeschiedenis van heup- of knieprotheseplaatsing (OR 3,52; 95%-BI 1,12 - 11,08)
  • enkel-armindex < 0,8 (OR 3,52; 95%-BI 1,12 - 11,08)
  • fibrinebeslag op > 50% van het wondoppervlak (OR 3,42; 95%-BI 1,38 - 8,45).

In een groot cohortonderzoek is onderzocht welke wondkenmerken van een veneus ulcus de uiteindelijke genezing vroegtijdig kunnen voorspellen. Uit de Curative Health Services database werden 29.189 patiënten geselecteerd met in totaal 56.488 veneuze ulcera. De mediane ulcusgrootte was 189 mm2 en de gemiddelde ulcusduur 3 maanden. Na analyse van de data bleek dat 3 kenmerken, gemeten na 4 weken behandeling, de genezing na 12 en 24 weken redelijk goed voorspelden:

  • snelheid van de wondgenezing
  • wondoppervlakte bij het eerste consult
  • percentuele verandering van de wondoppervlakte

In 68% van de gevallen kon op basis van deze drie wondkenmerken in week 4, worden voorspeld welke ulcera na 24 weken behandeling zouden genezen (OR 0,85; 95%-BI 0,83 - 0,88). Wanneer gecorrigeerd werd voor ulcera die in de eerste 4 weken waren genezen en wanneer patiënten zonder follow-up werden geëxcludeerd, steeg dit percentage naar 81%. Patiënten met een grotere kans op uitblijvende genezing konden volgens deze analyses vroegtijdig worden doorverwezen naar gespecialiseerde centra voor optimale behandeling.  17  
Ook een klein cohortonderzoek onder 104 patiënten met een ulcus cruris venosum suggereerde dat de procentuele verandering in wondoppervlakte in de eerste 4 weken de beste voorspeller is voor complete wondgenezing binnen 24 weken. Een afname van minimaal 3% in wondoppervlakte had een positief-voorspellende waarde van 68,2% en een negatief-voorspellende waarde van 74,4%.  18  

Conclusie

De prognose van een ulcus cruris venosum lijkt bepaald te worden door een aantal wondkenmerken die na een aantal weken behandeling objectief meetbaar zijn: de snelheid van de wondgenezing, de wondoppervlakte bij het eerste consult en de percentuele verandering van de wondoppervlakte. Daarnaast worden meerdere risicofactoren voor uitblijvende wondgenezing gerapporteerd, zoals hogere leeftijd, lange wondduur, groot wondoppervlakte en fibrinebeslag op > 50% van het wondoppervlak. Echter, de kwaliteit van bewijs is laag, omdat de associaties voornamelijk uit observationeel onderzoek afkomstig zijn.

Kwaliteit van leven

Een ulcus cruris venosum heeft een negatieve invloed op het psychologisch en sociaal functioneren en lijkt de kwaliteit van leven te verminderen. Een systematische review van 37 onderzoeken identificeerde pijn, immobiliteit, slaapstoornissen, gebrek aan energie, belemmeringen in werk, bezorgdheid, frustratie en laag zelfvertrouwen als belangrijkste oorzaken.  19  

Ook een andere systematische review van 12 onderzoeken bevestigde deze bevindingen en rapporteerde een verminderde kwaliteit van leven door pijn, verminderd fysiek functioneren, verminderde mobiliteit, negatieve emotionele reacties en sociale isolatie.  20  

Een prospectief onderzoek onder 758 patiënten met een veneus ulcus (gemiddelde ulcusduur 10,5 maanden) in Groot-Brittannië, gebaseerd op twee gevalideerde vragenlijsten (Health-related quality of life (HRQoL) en Nottingham Health Profile (NHP)), vond associaties tussen ulcusgrootte ( > 10 cm2) en pijn, emotionele isolatie en sociale isolatie. Daarnaast leken pijn en sociale isolatie ook geassocieerd met langere genezingsduur (6 tot 36 maanden).  21  

Conclusie

De verminderde kwaliteit van leven bij patiënten met een ulcus cruris venosum lijkt vooral samen te hangen met pijn, immobiliteit, slaapproblemen, verminderd fysiek functioneren, negatieve emotionele reacties en sociale isolatie.

(Patho)fysiologie en etiologie

  • Een veneus ulcus kan na een trauma ontstaan of spontaan, waarbij CVI (zie Begrippen) een causale rol speelt. CVI is het gevolg van een langer bestaande afvloedstoornis van de venen van de benen met verhoging van de ambulante veneuze druk tot gevolg. Pathofysiologisch spelen het oppervlakkige en diep veneuze systeem een rol met reflux en/of obstructie, waarbij vervolgens veranderingen optreden in de microcirculatie, huid en subcutis:
    • Oppervlakkig systeem: kenmerkend zijn varices met reflux door klepinsufficiëntie.
    • Diepe venen: reflux door klepinsufficiëntie (primair of secundair aan een diepveneuze trombose) of obstructie door verlittekening in het bloedvat (posttrombotische resten).
  • De druk in de venen en de capillairen neemt bij alle vormen van veneuze afvloedbelemmering toe, wat tot afwijkingen leidt in het capillaire vaatbed en veranderingen in cutis en subcutis. Zo kunnen de volgende tekenen van CVI ontstaan: varices, oedeem, hypostatisch eczeem, hyperpigmentatie, een corona phlebectatica paraplantaris, lipodermatosclerose en atrofie blanche. De meest ernstige complicatie van CVI is een ulcus cruris venosum.  
Details
Chronische veneuze insufficiëntie

Een ulcus cruris venosum is een chronische wond aan het onderbeen die zijn origine vindt in een gestoorde veneuze afvloed. De gestoorde veneuze afvloed veroorzaakt een hoge druk in het vaatbed en kan leiden tot chronische veneuze insufficiëntie (CVI). Tekenen van CVI zijn: varices, oedeem, hyperpigmentatie, corona phlebectatica, lipodermatosclerose (verharding van omliggend weefsel/kuit), atrofie blanche en ulcus cruris venosum.  22  

  • Pitting oedeem is een vroeg symptoom van CVI.
  • Bij hyperpigmentatie lekken er erytrocyten uit de capillairen, de hemoglobine wordt geoxideerd en gedeponeerd als hemosiderinepigment. De macrofagen kunnen het aanbod niet meer aan.
  • Corona phlebectatica is een krans van uitgezette adertjes distaal van de mediale malleolus als uiting van CVI.
  • Atrofie blanche bestaat uit ontkleurde atrofische huid in combinatie met erythemateuze maculae door beschadigde capillairen. Het kan aanwezig zijn op intacte huid, of aan de rand van een veneus ulcus. Atrofie blanche kan een belangrijk signaal zijn aangezien het regelmatig bestaat voorafgaand aan het ontstaan van een veneus ulcus cruris. Het gebied van atrofie blanche blijft daarnaast een kwetsbaar gebied voor een recidief ulcus.
  • In een vergevorderd stadium van CVI ontstaat stuwingsinduratie. Dit leidt uiteindelijk tot een chemische ontstekingsreactie ter plaatse, die op zijn beurt weer bindweefselproliferatie stimuleert. De afwijkingen kunnen zich uitbreiden tot in het vetweefsel, dan spreekt men over lipodermatosclerose.  10   23   Uiteindelijk gaat de huid kapot en ontstaat er een ulcus cruris venosum.

Een veneus ulcus kan spontaan ontstaan of na een trauma, waarbij CVI een causale rol speelt. Pathofysiologisch spelen het oppervlakkige en diepveneuze systeem een rol met reflux en /of obstructie. De bijdrage van oppervlakkige en diepe CVI aan het ulcus cruris venosum is ongeveer even groot. Andere oorzaken van veneuze afvloedbelemmering en veneuze hypertensie bestaan uit extrinsieke compressie van venen (bijvoorbeeld een intra-abdominale massa of compressie van de iliacale venen), rechtsdecompensatio cordis, een onvoldoende werkende kuit- of voetspierpomp en obesitas. Bij obesitas is met name een grote buikomvang bijdragend aan veneuze hypertensie.

Risicofactoren

Risicofactoren die mogelijk geassocieerd zijn met het ontstaan van veneuze ulcera zijn onder meer: hogere leeftijd, hogere BMI, staand beroep, doorgemaakte diepveneuze trombose, een eerder ulcus cruris venosum en beperkte mobiliteit (bijvoorbeeld door parese, uitgebreid beentrauma door fracturen, operatieve ingrepen, reumatoïde artritis of onvoldoende (mogelijkheid tot) afwikkelen van de voeten).

Details
Risicofactoren

Diepveneuze trombose (DVT) en varices kunnen leiden tot CVI en worden daarom als risicofactoren voor het krijgen van een veneus ulcus beschreven.  10   Hetzelfde geldt voor tromboflebitis in de voorgeschiedenis. Immobiliteit en paresen verminderen de werking van de fysiologische kuitspierpomp. Diabetes mellitus en hypertensie kunnen via veranderingen in de microcirculatie de weefselperfusie beïnvloeden, met hypoxie als gevolg. Ook deze factoren worden gezien als mogelijke risicofactoren voor het ontstaan van een veneus ulcus  23  , of kunnen een rol spelen in een stagnerende genezing.

In een patiënt-controleonderzoek (follow-up 12 maanden) werd onderzocht of ulcus cruris venosum een langetermijncomplicatie van DVT is. In dit onderzoek werden patiënten met veneuze ulcera (ulceraduur > 6 weken; n = 241) vergeleken met patiënten zonder veneuze ulcera (n = 224). De resultaten suggereren dat mensen met DVT in de voorgeschiedenis ongeveer 3 keer zoveel kans hadden op het krijgen van een veneus ulcus (OR 2,92; 95%-BI 1,47 - 6,08). Ook mensen met een beentrauma of -operatie in de voorgeschiedenis (factoren die gepaard gaan met een grotere kans op DVT) bleken een verhoogde kans te hebben (OR 2,25; 95%-BI 1,49 - 3,42).  24  

In een ander prospectief patiënt-controleonderzoek (patiëntengroep n = 102; controlegroep n = 200; follow-up 12 maanden) bleek DVT in de voorgeschiedenis ook een significante voorspeller te zijn voor een veneus ulcus (OR 17,6; 95%-BI 2,9 - 106,8).  25  

Een grootschalig retrospectief onderzoek bij 32.221 patiënten (gemiddeld 81 jaar) die opgenomen waren in een verzorgings- of verpleeghuis in de Verenigde Staten vond associaties tussen diabetes mellitus (OR 2,4; 95%-BI 1,2 - 4,6), perifeer vaatlijden (OR 4,3; 95%-BI 1,8 - 10,2) en oedeemvorming (OR 2,1; 95%-BI 1,1 - 4,1) en het ontstaan van een veneus ulcus binnen 1 jaar na opname.  26  

Een systematische review naar risicofactoren voor een eerste veneus ulcus liet zien dat hogere leeftijd, hogere BMI, lage fysieke activiteit, arteriële hypertensie, diep veneuze reflux en een positieve familiegeschiedenis voor ulcus cruris venosum geassocieerd lijken te zijn met het ontwikkelen van ulcus cruris venosum.  4  

Richtlijnen diagnostiekNaar Samenvatting

De anamnese richt zich vooral op het achterhalen van onderliggende oorzaken van een ulcus cruris, zoals veneus, arterieel of posttraumatisch. Het onderscheid tussen een veneus of arterieel ulcus kan lastig zijn, hoewel er verschillende kenmerken zijn die helpen bij de differentiatie (zie tabel h1). Soms is er sprake van een gemengd veneus en arterieel ulcus. 

AnamneseNaar Samenvatting

Vraag naar:

  • ontstaan van het huiddefect (een eventuele foto gemaakt door de patiënt kan bijdragen)
  • duur en beloop van de klachten
  • pijnklachten (een arterieel ulcus is vaak pijnlijker dan een veneus ulcus)
  • tekenen van infectie, zoals koorts, algehele malaise en functieverlies (pijn veroorzaakt immobiliteit)
  • invloed op het dagelijks leven, zoals slecht slapen en immobiliteit (cave sociale isolatie)
  • voorgeschiedenis:
    • eerder doorgemaakt ulcus cruris venosum
    • veneuze klachten (met name aan het eind van de dag), zoals zwaar gevoel, vermoeid en/of pijnlijk been, jeuk, oedeem, verslechtering na lang staan of zitten, afname van de klachten bij hoog leggen van het been
    • aandoeningen van het vaatstelsel die een veneuze of arteriële oorzaak aannemelijker maken (zie ook tabel h1), zoals (status na) diepveneuze trombose, tromboflebitis, varices, claudicatieklachten, lymfoedeem, ingrepen aan vaatstelsel van benen en/of bekken
    • aanwezigheid van risicofactoren, zoals staand beroep en beperkte mobiliteit (zie Risicofactoren)

Lichamelijk onderzoekNaar Samenvatting

Inspectie van het ulcus

Inspecteer beide benen in hun geheel (zonder sokken/broek). Let op:

  • Lokalisatie van het ulcus: een veneus ulcus zit vaak bij mediale malleolus, een arterieel ulcus vaak bij laterale malleolus.
  • Grootte van het ulcus:
    • noteer de grootste lengte en breedte en schat de diepte in.
    • of maak een detailfoto van het ulcus en een overzichtsfoto van het onderbeen met ulcus, eventueel met meetlint ernaast.
  • Wondranden: is er ondermijning van de rand, re-epithelisatie, maceratie (zie Begrippen), roodheid (lichte huid) of donkerdere verkleuring (donkere huid).
  • Wondbodem: is er necrose (zwart), beslag (geel), granulatie (rood) of epithelisatie (roze/wit).
Details
Inspectie van het ulcus

Lokalisatie veneus ulcus

Veneuze ulcera zijn klassiek gelokaliseerd boven de mediale malleolus, maar kunnen zich ook lateraal bevinden en zich zelfs circulair uitbreiden.  23   27   28   Een mediaal ulcus ontstaat door insufficiëntie van de vena arcuata posterior en zijn perforanten. Een lateraal ulcus ontstaat door insufficiëntie van de vena saphena parva.

Fotografie

De follow-up van de ingestelde behandeling wordt vergemakkelijkt door het maken van foto’s. Veranderingen van het veneus ulcus worden in de loop van de tijd vastgelegd en kunnen steeds opnieuw worden bekeken. Vooral als de huisarts de behandeling delegeert aan de wijkverpleegkundige, praktijkassistente of -ondersteuner, wondverpleegkundige of huidtherapeut is het een bruikbaar hulpmiddel; met behulp van de foto’s kan het overleg sneller en duidelijker plaatsvinden. Bij het maken van een foto is het volgende belangrijk:

  • maak een overzichtsfoto en detailfoto('s)
  • leg een meetlint aan twee zijden om de grootte van ulcus aan te geven
  • gebruik geen flits, zoom niet in
  • zorg voor genoeg licht

Tekenen van infectie

  • Wondinfectie: zwelling, pijn, toename van het exsudaat, pussende wond en/of een onaangename geur, roodheid (lichte huid) of donkerdere verkleuring (donkere huid). Hypergranulatie (zie Begrippen) kan ook een teken van infectie zijn.
  • Uitbreiding in omliggend weefsel of diepe bacteriële huidinfectie: impetigo, erysipelas, cellulitis en necrotiserende fasciitis. Zie NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties.

Aanwijzingen voor onderliggende oorzaken

Controleer op tekenen van onderliggende of andere oorzaken:

  • CVI aan het onderbeen: varices, ‘pitting’ oedeem, hypostatisch eczeem, hyperpigmentatie, corona phlebectatica, lipodermatosclerose en atrofie blanche (zie Begrippen).
  • Perifeer arterieel vaatlijden:
    • vergelijk in het linker- en rechterbeen de kleur, huidtemperatuur en de capillary refill (normaalwaarde ≤ 3 sec)
    • palpeer de pulsaties van de a. tibialis posterior en a. dorsalis pedis (overigens is bij 10% van de gezonde mensen de a. dorsalis pedis afwezig)
    • zie NHG-Standaard Perifeer arterieel vaatlijden
  • Hartfalen: aanwezigheid van perifeer ‘pitting’ oedeem. Zie NHG-Standaard Hartfalen
Tabel h1. Kenmerken van ulcera die een veneuze of arteriële oorzaak aannemelijker maken

Veneus 

Arterieel 

  • zwaar, vermoeid gevoel bij lang staan/zitten, dat afneemt bij hoog leggen van het been 

  • locatie: mediale malleolus (retromalleolair), soms voorvoet nabij basis van tenen 

  • vaak oppervlakkig 

  • tekenen van CVI: varices, oedeem, hypostatisch eczeem, hyperpigmentatie, corona phlebectatica, lipodermatosclerose en/of atrofie blanche  

  • vaak pijnlijker dan veneuze ulcera 

  • nachtelijke pijn; afname door afhangen van het been 

  • claudicatio intermittens 

  • locatie: laterale malleolus, tenen 

  • bleke of zwarte wondbodem (necrose) 

  • meestal geen oedeem 

  • koude, bleke voet; bij een donkere huid kan bleekheid minder zichtbaar zijn 

  • zwakke/afwezige perifere pulsaties 

  • vertraagde capillary refill ( > 3 sec)  

Ulcus cruris venosum met rondom hyperpigmentatie bij posttrombotisch syndroom
Afbeelding 1. Ulcus cruris venosum met rondom hyperpigmentatie bij posttrombotisch syndroom
 
Pijnlijk ulcus cruris venosum in atrofie blanche gebied met enige maceratie
Afbeelding 2. Pijnlijk ulcus cruris venosum in atrofie blanche gebied met enige maceratie
 
Ulcus cruris venosum met contactallergisch eczeem
Afbeelding 3. Ulcus cruris venosum met contactallergisch eczeem
 

Aanvullend onderzoekNaar Samenvatting

Laboratoriumonderzoek

We bevelen laboratoriumonderzoek niet aan.

Enkel-armindex

Duplexonderzoek

Verwijs naar de dermatoloog of vaatchirurg (afhankelijk van regionale afspraken) bij een indicatie voor duplexonderzoek. Zie Consultatie en verwijzing voor de indicaties.

Wondkweek

We bevelen het afnemen van een wondkweek niet aan.

  • Als het ulcus zelf geïnfecteerd is: reinig het ulcus en verricht zo nodig débridement. Zie Bijlage 1 voor een stappenplan voor wondbehandeling en tabel h2 voor een geschikte wondbedekker.
  • Behandel volgens NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties als de omgeving van het ulcus geïnfecteerd is.
Details
Wondkweek

Afname van een wondkweek is niet zinvol, omdat ulcera in de regel gecontamineerd zijn en kolonisatie niet geassocieerd is met een vertraagde wondgenezing.  29   Ook bij diepe huidinfecties zoals erysipelas en cellulitis is een wondkweek niet nodig. Zie ook de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties

EvaluatieNaar Samenvatting

Stel vast of er klinisch sprake is van een ulcus cruris venosum. Dit is waarschijnlijk bij een ulcus aan het onderbeen met de volgende kenmerken:

  • een ulcus, meestal aan de mediale zijde, dat ten minste 2 weken bestaat
  • veneuze klachten die voorafgingen aan het ulcus
  • tekenen van CVI in de omgeving van het ulcus (zie (Patho)fysiologie en etiologie)

Differentiaaldiagnostiek

Arterieel ulcus

Een droog ulcus, meestal aan de laterale zijde van het onderbeen (zie tabel h1 voor andere kenmerken van een arterieel ulcus). 

Exogeen ulcus

Betreft een ulcus ontstaan door fysische of chemische schade, krabben, artefact, trauma of druk (decubitus is een gelokaliseerde beschadiging van de huid en/of het onderliggende weefsel als gevolg van druk, of druk in samenhang met schuifkracht).

Ulcus van Martorell (hypertensief ischemisch ulcus)

Een ulcus dat wordt gezien bij patiënten met langdurige hypertensie (ook als deze goed onder controle is):

  • veroorzaakt door ischemie ten gevolge van een verhoogde vaatweerstand
  • meestal gelokaliseerd op het onderbeen, lateraal boven het enkelgebied of aan de achterzijde van de kuit, in het begin meestal zwart-necrotisch
  • zeer pijnlijk, voorkeurshouding voor afhangen van het been
Neuropathisch ulcus

Aanwijzingen voor dit type ulcus zijn sensibiliteitsstoornissen (wijst vaak op diabetische neuropathie). 

Neoplastisch ulcus

Ook een plaveiselcelcarcinoom, basaalcelcarcinoom, melanoom of lymfoom kan leiden tot ulcusvorming. Denk hieraan bij een afwijkend beloop en/of een atypisch beeld. 

Ulcus ten gevolge van infecties

Soms ligt een infectie aan een ulcus ten grondslag, zoals bij een ecthyma, tropische infectie (zoals leishmaniasis) of diepe mycose. Ook kunnen blaren die openbarsten een ulcus veroorzaken, zoals bij een bulleuze erysipelas.

Richtlijnen beleidNaar Samenvatting

  • De behandeling van een ulcus cruris venosum bestaat uit voorlichting, wondbehandeling, ambulante compressietherapie en nazorg ter preventie van een recidief.
  • De belangrijkste pijler van de behandeling is de oorzaak aan te pakken: de verhoogde veneuze druk. Ambulante compressietherapie compenseert zoveel mogelijk de veneuze insufficiëntie.
  • Activatie van de kuitspierpomp, bijvoorbeeld door lopen of kuitspieroefeningen te doen, verbetert de microcirculatie waardoor genezing mogelijk wordt.

VoorlichtingNaar Samenvatting

Voorlichting is essentieel om de patiënt te motiveren en acceptatie en therapietrouw te bevorderen.

  • Bespreek de ontstaanswijze van CVI en een veneus ulcus.
  • Leg uit dat de behandeling van een veneus ulcus vaak weken tot maanden duurt en dat het adequaat behandelen essentieel is voor de genezing. Een snelle start van de behandeling bevordert de genezing.
  • Leg het principe van de behandeling uit: het belang van verlagen van de verhoogde veneuze druk door ambulante compressietherapie én door voldoende te lopen. Vertel dat het been enkele weken tot maanden gezwachteld moet worden.
  • Bespreek dat de patiënt aangemeten therapeutische elastische kousen voor onbeperkte duur moet dragen om de kans op een recidief ulcus te verkleinen.
  • Leg zo nodig uit dat diuretica alleen zinvol zijn bij oedeem ten gevolge van hartfalen. Bij statisch oedeem door CVI zijn diuretica niet zinvol.
  • Leg uit dat verwijzing voor duplexonderzoek en behandeling van onderliggende varices mogelijk is. Mogelijk geneest het veneus ulcus door deze behandeling sneller en vermindert het de kans op een recidief.
Details
Voorlichting en therapietrouw

Omdat het veel tijd vergt het veneus ulcus te laten genezen en recidieven te voorkomen, is medewerking van de patiënt en diens inzicht in de pathogenese van het veneus ulcus van groot belang. De gemiddelde behandelduur bedroeg in het Amsterdams Ulcus Cruris project 11 weken. De onderzoekers vonden dat 70% van de artsen meende goede voorlichting te hebben gegeven, terwijl 70% van de betrokken patiënten met een ulcus cruris venosum de voorlichting onvoldoende vond.  30   Door middel van een non-directief interview is geprobeerd te achterhalen welke factoren meespelen bij het niet kunnen verdragen van ambulante compressietherapie bij een veneus ulcus. Het blijkt dat de meeste patiënten geen goed inzicht hebben in de oorzaak van een veneus ulcus. Bijkomende problemen die geassocieerd worden met het dragen van zwachtels zijn: pijn, lekkage van wondvocht en huidirritatie. Voor een goede therapietrouw ten aanzien van ambulante compressietherapie is het van belang dat de patiënt vertrouwen heeft in de zorgverlener en dat er sprake is van goede communicatie, waarbij de zorgverlener aandacht heeft voor de perceptie van de patiënt, en voorlichting geeft over het ziektebeeld en de behandeling.  31   De werkgroep is van mening dat goede voorlichting belangrijk is ter bevordering van de therapietrouw en ter voorkoming van recidieven, hoewel harde cijfers over het effect van voorlichting op de genezing ontbreken.  32  

Thuisarts

Verwijs naar de informatie op thuisarts.nl, die gebaseerd is op deze NHG-Standaard. Op thuisarts.nl zijn ook enkele eenvoudige kuitspieroefeningen te vinden.

Niet-medicamenteuze behandelingNaar Samenvatting

WondbehandelingNaar Samenvatting

Achtergrond wondbehandeling
  • Het beleid bij wondbehandeling berust op de volgende algemene behandelprincipes:
    • zorgen voor een vochtig wondmilieu
    • bestrijden van overtollig exsudaat of een secundaire infectie
    • verwijderen van necrose
  • Een vochtig wondmilieu en het bestrijden van overtollig exsudaat dragen bij aan een snellere wondgenezing:
    • absorbeer het vocht bij natte wonden
    • reguleer het vocht bij vochtige wonden
    • breng vocht in de wond bij droge wonden
  • Maak eventueel gebruik van het TIME-model (Tissue Infection Moisture Edge). Gebruik van dit model bevordert uniformiteit in de werkwijze voor gebruik van wondbedekkers en vergemakkelijkt de overdracht naar andere zorgverleners.
Details
TIME-model

Het TIME-model is een uitbreiding van het traditionele onderscheid tussen zwarte, gele en rode wonden. Door de vier aspecten van het model te optimaliseren, worden belemmerende factoren voor wondgenezing zoveel mogelijk weggenomen.

Door geregelde monitoring van de toename van epitheel aan de wondrand kan de zorgverlener beoordelen of de wondbehandeling adequaat is.

TIME is een acroniem van:

  • tissue (weefsel)
  • infection (infectie/ontsteking)
  • moisture (vochtigheid)
  • edge (wondranden/wondomgeving)

De beoordeling van deze 4 wondkenmerken is van belang voor het bepalen van de verdere behandeling. Het gebruik van het TIME-model kan helpend zijn om geen van de vier wondkenmerken te vergeten. Daarnaast bevordert dit model uniformiteit in werkwijze en vergemakkelijkt het de overdracht met andere zorgverleners, aangezien andere zorgverleners er ook mee werken.

TAspect van het weefsel, zoals zwarte, gele of rode kleur, (hyper)granulatie of bindweefsel. Dit bepaalt mede de keus van de wondbedekker en de noodzaak van débridement.
ITekenen van infectie in en rond de wond, kleur wondvocht en daarnaast: geur, roodheid, warmte en pijn. Bij een infectie is intensievere wondreiniging en eventueel behandeling met een antibioticum geïndiceerd.
MVochtigheid van de wond en het verband (droog, verzadigd, lekkage), mate van exsudaatvorming, maceratie wondranden. Dit bepaalt de keuze voor een absorberend, hydraterend of niet-verklevend verband.
EAspect van de wondrand, zoals ondermijning, keratose en re-epithelisatie. Het beoordelen van de wondrand geeft inzicht in de genezingstendens en kan aanleiding zijn de behandeling bij te stellen.
Wondbedekkers
  • Kies een niet-klevende wondbedekker op basis van de wondkenmerken: kleur, vochtigheid en eventuele tekenen van infectie. Tabel h2 bevat adviezen over de keuze voor een wondbedekker afhankelijk van de wondfase, en berust voor een groot deel op algemene behandelprincipes en praktijkervaringen.
  • Bij een veneus ulcus kunnen meerdere fases tegelijk aanwezig zijn. Stem de keuze af op de meest ernstige fase van de wond. In volgorde van afnemende ernst:
    • necrose (zwart ulcus)
    • débris/beslag (geel ulcus)
    • granulatie (rood ulcus)
  • Houd rekening met aanwezigheid van pijn, mogelijke allergieën, het gebruiksgemak, zoals de wisselfrequentie (een verbandwissel is vaak pijnlijk) en de kosten.
  • Onderzoek toont geen duidelijk verschil in effectiviteit tussen de verschillende wondbedekkers (zoals alginaten, hydrofibers, hydrogels en schuimverbanden).
  • Zie bijlage 1 voor een handleiding over de praktische uitvoering van de wondbehandeling.  
  • Maceratie (zie Begrippen) is meestal een teken van overmatig exsudaat door bijvoorbeeld veel oedeem. Bescherm wondranden tegen maceratie met zinkoxide, eventueel kun je een andere wondbedekker kiezen of effectievere ambulante compressietherapie.
  • We adviseren om met een aantal wondbedekkers ervaring op te doen en over de keuze hiervan regionale afspraken te maken met de behandelaars en met de apothekers.
Details
Lokale wondbehandeling

Uit de beschikbare literatuur kan niet worden geconcludeerd dat bepaalde wondbedekkers beter zijn dan andere, of dat topicale geneesmiddelen effectief zijn in de behandeling van veneuze ulcera. Van belang is om een wondbedekker te gebruiken die zorgt voor een vochtig wondklimaat, zodat uitdroging van de wondbodem of maceratie van het omliggende weefsel wordt voorkomen. Houd bij de keuze voor een wondbedekker ook rekening met gebruikersgemak en patiëntvriendelijkheid, zoals de wisselfrequentie.

Een cochranereview met netwerkanalyse op basis van 59 RCT’s (5156 patiënten, 25 interventies, 40 directe vergelijkingen) laat zien dat het bewijs over wondbedekkers en topicale middelen bij ulcus cruris venosum van lage kwaliteit is, onder andere door risico op bias en onnauwkeurigheid (beperkte netwerk, kleine onderzoeken).  33   Er is enig bewijs dat wondbedekkers met zilver de genezing kunnen bevorderen ten opzichte van niet-klevende wondbedekkers (zonder zilver), maar de kwaliteit van het bewijs is onvoldoende om het gebruik ervan aan te bevelen. Op basis van deze cochranereview is er daarom geen specifieke wondbedekker aan te bevelen die effectiever zou zijn in de wondgenezing dan andere wondbedekkers.
Een recentere cochranereview naar hydrogels vond geen bewijs dat hydrogelwondbedekkers effectiever zijn dan andere wondbedekkers voor de genezing van veneuze ulcera.  34  

De richtlijn Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) (2023) beveelt geen specifieke wondbedekker aan voor de behandeling van ulcus cruris venosum. Er wordt geadviseerd een ‘algemene’ niet-klevende wondbedekker te gebruiken, waarbij je de keuze baseert op de wondaspecten volgens het TIME-model (zie detail TIME-model). Daarnaast wordt geadviseerd rekening te houden met de frequentie van verbandwissels, gebruiksgemak, mogelijke allergieën, pijnklachten en kosten. Er worden geen specifieke topicale geneesmiddelen aanbevolen.  35  

De werkgroep adviseert op basis van het beschikbare onderzoek om een niet-klevende wondbedekker te gebruiken, gekozen op basis van de wondkenmerken: kleur, vochtigheid en eventuele tekenen van infectie. Hiervoor kan eventueel het TIME-model gebruikt worden. Daarnaast is het van belang om de keuze af te wegen op basis van patiëntvoorkeuren (comfort, eventuele allergie en wisselfrequentie).
Niet-klevende wondbedekkers hebben de voorkeur, omdat adhesieve verbanden aan de wond kunnen hechten en daardoor pijnlijk kunnen zijn bij verbandwissels.  35   De keuzes van wondbedekkers zoals weergegeven in tabel h2 in bijlage 1 berusten voor een deel op algemene wondbehandelingsprincipes en voor een deel op ervaringen uit de praktijk.

Ambulante compressietherapieNaar Samenvatting

We bevelen ambulante compressietherapie aan. Adequaat aanleggen van een compressieverband is essentieel voor een goede behandeling. Zonder ambulante compressietherapie heeft wondbehandeling weinig zin.

  • Contra-indicaties:
    • Een enkel-armindex < 0,6 is een absolute contra-indicatie voor ambulante compressietherapie (zie Enkel-armindex voor de indicatie voor het verrichten van een enkel-armindex).
    • Een enkel-armindex tussen 0,6 – 0,9 is geen absolute contra-indicatie voor ambulante compressietherapie, maar monitor wel eventuele complicaties zoals pijn (zie Factoren die de behandeling kunnen compliceren).
    • Ernstig hartfalen (zie NHG-Standaard Hartfalen): overleg met een cardioloog over het toepassen van ambulante compressietherapie en het risico op decompensatie bij deze patiënt.
  • Start bij een bacteriële infectie in de omgeving van het ulcus pas met ambulante compressietherapie als de pijn dit toelaat.
  • Ouderen met een dunne, fragiele huid hebben meer risico op drukplekken, huiddefecten en wonden door ambulante compressietherapie. Wees alert op goede huidbescherming; zorg zo nodig voor extra monitoring.
Details
Ambulante compressietherapie

Effectiviteit ambulante compressietherapie

Het effect van compressietherapie berust op het compenseren van de veneuze insufficiëntie. Het doel van ambulante compressietherapie is daarom om de veneuze bloedstroom te verbeteren, wat de wondgenezing bevordert. Door compressie worden de oppervlakkige venen en de insufficiënte venae perforantes dichtgedrukt, waardoor de werking van de spierpomp verbetert en de veneuze afvloed toeneemt.
Een cochranereview onderzocht de effectiviteit van ambulante compressietherapie vergeleken met geen compressie bij de behandeling van ulcus cruris venosum.  36   Compressietherapie bestond in de geïncludeerde onderzoeken uit korterekverband, vierlaags compressieverband en de Unna-boot (niet-elastisch gaasverband geïmpregneerd met zinkoxide). In de review waren 14 onderzoeken meegenomen met in totaal 1391 patiënten. Voor de 3 vormen van compressietherapie tezamen werd geconcludeerd dat compressie waarschijnlijk tot een hogere kans op genezing van een veneus ulcus leidt vergeleken met geen compressie. Uit de resultaten bleek:

  • Genezingstijd: compressietherapie leidt waarschijnlijk tot een kortere tijd tot volledige genezing (gepoolde HR 2,17, 95%-BI 1,52 - 3,10; kwaliteit van bewijs: redelijk).
  • Genezingskans binnen 12 maanden: patiënten die compressietherapie kregen hadden waarschijnlijk een grotere kans op volledige genezing binnen 12 maanden (RR 1,77, 95%-BI 1,41 - 2,21; kwaliteit van bewijs: redelijk).
  • Bijwerkingen: het is onzeker of er een verschil is in bijwerkingen (RR 0,98, 95%-BI 0,25 – 3,80; kwaliteit van bewijs: zeer laag).
  • Pijn: compressietherapie leidt waarschijnlijk een lagere gemiddelde pijnscore (gepoold gemiddeld verschil -1,39, 95%-BI -1,79 tot -0,98; kwaliteit van bewijs: redelijk).
  • Kwaliteit van leven: mogelijk verbetert de kwaliteit van leven ten opzichte van geen compressie, hoewel dit niet voor alle gemeten domeinen gold (kwaliteit van bewijs: laag).
Conclusie

Compressiebehandeling in de vorm van ambulante compressietherapie heeft waarschijnlijk een positief effect op ulcus cruris venosum ten opzichte van geen compressiebehandeling: wondgenezing verloopt waarschijnlijk sneller, meer wonden genezen volledig, de pijn wordt er waarschijnlijk door verminderd en de ziektespecifieke kwaliteit van leven kan verbeteren.
Ook de richtlijn Veneuze pathologie / Compressietherapie van de NVDV en de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH) (2014) beschouwt compressietherapie als de basis van de behandeling bij ulcus cruris venosum.

Contra-indicaties ambulante compressietherapie

De NVDV/NVVH-richtlijn Veneuze pathologie / Compressietherapie (2014) noemt arteriële insufficiëntie als de belangrijkste contra-indicatie voor compressietherapie. Een (te) hoge druk kan de bloedtoevoer naar de huid en het onderhuidse weefsel verminderen en leiden tot necrose en ulceratie, met name bij patiënten met een verminderde arteriële doorbloeding. De NVDV-richtlijn adviseert de enkel-armindex (en een teendruk bij patiënten met diabetes mellitus) te bepalen, maar geeft geen grenswaarden voor ambulante compressietherapie.
De Europese richtlijn van de European Society for Vascular Surgery (ESVS)  37   adviseert om ambulante compressietherapie te vermijden bij een enkel-armindex < 0,6 of een teendruk < 30 mmHg. Ernstig hartfalen wordt eveneens als contra-indicatie genoemd.
De Global vascular guideline beschrijft de WIfI-classificatie (Wound, Ischemia, and foot Infection), waarin ten aanzien van de classificatie van ischemie van de benen een enkel-armindex van < 0,6 of een teendruk van < 40 mmHg, aangeeft dat het een ernstiger ischemie betreft.  38  
Bepaling van een enkel-armindex wordt alleen geadviseerd bij vermoeden van perifeer arterieel vaatlijden. Indien de meting buiten de huisartsenpraktijk wordt verricht en niet uitvoerbaar blijkt (bijvoorbeeld door de locatie van de wond of door pijn), kan het voorkomen dat de teendruk wordt bepaald. De NVDV/NVVH-richtlijn Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum (2014, deels herzien 2023) noemt een teendruk < 40 mmHg als kritieke arteriële insufficiëntie.

Conclusie

De werkgroep handhaaft een enkel-armindex < 0,6 als absolute contra-indicatie voor ambulante compressietherapie, conform de ESVS-richtlijn.  37   Daarnaast bevelen we aan om een teendruk < 40 mmHg als contra-indicatie te beschouwen, op basis van verschillende richtlijnen. Tenslotte bevelen we aan om acuut hartfalen eveneens als contra-indicatie voor ambulante compressietherapie aan te houden, overeenkomstig de ESVS-richtlijn.  37  

Facultatief

Praktische toepassing
  • Ambulante compressietherapie is geen basisaanbod in de huisartsenpraktijk en daarom facultatief. Deze therapie kan tevens uitgevoerd worden door een wijkverpleegkundige, wondverpleegkundige, huidtherapeut of oedeemfysiotherapeut, of kan gedelegeerd worden aan een praktijkassistent of -ondersteuner.
  • In de beginfase is vaak oedeem aanwezig; door het zwachtelen slinkt het been. De frequentie van zwachtelen hangt af van de hoeveelheid wondvocht, de toestand van het ulcus, een eventuele infectie, de hoeveelheid oedeem en de mobiliteit van de patiënt. Een passende frequentie is essentieel voor een effectieve ambulante compressietherapie.
    • De frequentie van zwachtelen varieert van 1x per week tot dagelijks. Bij veel wondvocht, oedeem of infectie is meestal een hogere frequentie nodig. Ook bij een snelle afname van oedeem kan vaker zwachtelen nodig zijn.
    • Als het been slanker wordt en genezing optreedt: afbouwen naar 1-2 keer per week. Korterekzwachtels dienen dag en nacht te blijven zitten.
    • Bij patiënten bij wie de zwachtels niet goed blijven zitten: verkort zo mogelijk het interval van verwisselen van de zwachtels of overweeg verwijzing.
  • De behandeling met compressieverband kan extra ongemak veroorzaken naast de eventuele pijn van het veneus ulcus zelf. Indien pijn door zwachtelen niet vermindert na circa 10 minuten lopen, moeten de zwachtels opnieuw worden aangebracht. Helpt dit ook niet om de pijn te verminderen, heroverweeg dan de diagnose, want dit kan wijzen op een arterieel ulcus.
  • Vervang de zwachtels door aangemeten therapeutische elastische kousen zodra het oedeem voldoende is gereduceerd en gestabiliseerd (maximale oedeemreductie) (zie Nazorg en preventie). 
Zwachtelmethode
  • Gezien het belang van correcte toepassing van de zwachtelmethode, adviseert de werkgroep het aantal gebruikte methodes te beperken. Eerste keus blijft het korte-rekverband, waarmee in Nederland de meeste ervaring is opgedaan en dat bovendien het goedkoopst is. In specifieke gevallen kan voor een andere methode worden gekozen, afhankelijk van de expertise van de behandelend zorgverlener.
  • Bij de korterekzwachtelmethode wordt een niet-elastisch compressieverband aangelegd.
  • Het verband moet de grootste druk uitoefenen aan de voet vanaf de tenenrij, en de druk dient proximaal richting de knie gelijkmatig af te nemen.
  • Het verband dient stevig aangebracht te worden. Doordat het verband niet-elastisch is, kent het een lage rustdruk en kan het ook ’s nachts worden gedragen. Tijdens spieractiviteit is de werkdruk hoog: er treden drukschommelingen op van 30 tot 40 mmHg.
  • Zie voor verdere informatie de NHG-Instructiefilm Zwachtelen: korterekzwachtelmethode.
Instructies bij ambulante compressietherapie

De volgende adviezen zijn van belang voor een goed resultaat van de behandeling.

  • Lopen:
    • Motiveer de patiënt om zoveel mogelijk te blijven lopen om de terugstroom van veneus bloed uit de benen te bevorderen. In de praktijk blijkt het vaak moeilijk om ouderen hiertoe aan te zetten.
    • Adviseer goed schoeisel te dragen dat comfortabel is en voldoende steun biedt.
  • Oefenen om de kuitspierpomp te activeren:
    • Laat de patiënt in staande houding beide hielen van de grond tillen en weer neerzetten of bij immobiliteit dorsaal-plantaire voetbewegingen uitvoeren als het been is gezwachteld.
    • Schakel zo nodig ter ondersteuning een fysiotherapeut in.
  • Hoog leggen van de benen in rust:
    • Dit gaat het ontstaan van oedeem tegen.
    • Instrueer de patiënt in liggende positie de benen boven het niveau van het hart te leggen (ook ’s nachts) en in zittende positie boven het zitniveau (de benen maken een hoek van 10 tot 30 graden omhoog).

Medicamenteuze behandelingNaar Samenvatting

Pijnmedicatie

  • Adviseer zo nodig paracetamol en/of een oraal NSAID conform stap 1 en 2b voor acute nociceptieve pijn, zie NHG-Standaard Pijn. Dit is ook eerste keus bij een pijnlijk exsuderend ulcus en bij pijn tijdens de wondverzorging of débridement.
  • Adequate pijnbehandeling is essentieel voor goede wondzorg, effectieve compressietherapie en behoud van mobiliteit. 
Pijnlijk exsuderend ulcus

Overweeg ibuprofenschuimverband bij een exsuderend, pijnlijk ulcus als er een voorkeur is voor lokale pijnbehandeling, bijvoorbeeld bij een contra-indicatie voor een oraal NSAID. Dit verband geeft mogelijk minder pijn dan een wondbedekker zonder ibuprofen, maar is doorgaans duurder.

Details
Waarom deze aanbeveling?

Ibuprofenschuimverband geeft mogelijk een vermindering van de pijn bij een pijnlijk ulcus cruris venosum in vergelijking met een wondbedekker zonder ibuprofen, waarbij er nauwelijks tot geen verschil wordt gezien in genezing en in bijwerkingen. Gebruik van ibuprofenschuimverband is haalbaar en aanvaardbaar, maar heeft over het algemeen hogere kosten dan andere wondbedekkers. Omdat de kwaliteit van bewijs laag is en vergelijking met orale pijnbehandeling ontbreekt, besluit de werkgroep tot een zwak positieve aanbeveling bij een specifieke groep patiënten: ibuprofenschuimverband is alleen te overwegen bij patiënten met een pijnlijk en exsuderend ulcus, waarbij er een voorkeur is voor lokale pijnbehandeling bijvoorbeeld door een contra-indicatie voor een oraal NSAID. Daarbij is het van belang dat de huisarts alert is op een andere oorzaak van de pijn (infectie, arteriële oorzaak) en in de gaten houdt of er geen plaatselijke reactie optreedt, zoals een contactallergie. 
De aanbeveling is in lijn met de aanbeveling in de NVDV/NVVH-richtlijn Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum (2014, deels herzien 2023) waarin ibuprofen bevattende dressings als optie worden genoemd bij exsuderende wonden.

Van bewijs naar aanbeveling

Gewenste en ongewenste effecten

Ibuprofenschuimverband verlaagt mogelijk de pijn vergeleken met een wondbedekker zonder ibuprofen. Op genezing en het optreden van bijwerkingen heeft dit niet of nauwelijks effect. We zijn onzeker over een verschil in kwaliteit van leven.
De vergelijking met andere (lokale of orale) pijnstilling is niet onderzocht. De werkgroep verwacht dat orale pijnmedicatie zoals paracetamol en orale NSAID’s effectief zijn in het bestrijden van pijn bij een ulcus cruris venosum.
Uit het Farmacotherapeutisch Kompas blijkt dat lokale huidreacties de meest voorkomende bijwerkingen zijn van dermale NSAID’s. Dermale toepassing van NSAID’s geeft minder systemische bijwerkingen dan orale toediening. Het is echter onbekend of de bijwerkingen van dermale NSAID’s op intacte huid te vergelijken zijn met ibuprofenschuimverband op een wond. Omdat ibuprofenschuimverband slechts 0,5 mg ibuprofen per cm2 bevat dat maar ten dele in het lichaam wordt opgenomen, worden er weinig tot geen systemische bijwerkingen verwacht.
Er komen zelden bijwerkingen voor bij het gebruik van paracetamol.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs varieert van laag tot zeer laag. We hebben in alle gevallen afgewaardeerd voor risico op bias en onnauwkeurigheid.

Waarden en voorkeuren van patiënten

Indien een ulcus cruris venosum gepaard gaat met pijn zullen de meeste patiënten waarde hechten aan pijnvermindering, vooral als dat niet leidt tot slechtere wondgenezing of bijwerkingen. Daarin wordt weinig variatie verwacht. Hooguit wordt er variatie verwacht in de voorkeur van patiënten voor de wijze van pijnstilling (lokaal met ibuprofenschuimverband of met orale pijnmedicatie).

Kosten

De kosten voor ibuprofenschuimverband liggen over het algemeen enkele euro’s hoger vergeleken met schuimverband zonder toevoeging, siliconen schuimverband of vetgaas. Voor ibuprofenschuimverband variëren de kosten tussen € 9 en € 18 afhankelijk van het formaat (10 x 10 cm tot 15 x 15 cm) van het schuimverband. Voor schuimverband zonder toevoeging tussen €4 en €14 en voor siliconen schuimverband tussen € 5 en € 17. Voor hydrofiber verband variëren de kosten tussen de € 8 en € 19. De kosten van vetgaas liggen een stuk lager, variërend van € 0,50 tot enkele euro’s per stuk (www.wondbedekkers.nl, geraadpleegd 28 mei 2025). De kosten voor een doosje paracetamol of NSAID’s zijn enkele euro’s.

Aanvaardbaarheid

Wondbedekkers zijn een onderdeel van de behandeling van een ulcus cruris venosum. De werkgroep verwacht dat patiënten met een pijnlijk ulcus voorkeur hebben voor een wondverband waar pijnstilling in zit, boven een wondbedekker zonder pijnstilling met daarnaast orale pijnstilling. Ibuprofenschuimverband bevat 0,5 mg ibuprofen per cm2, dit wordt maar ten dele in het lichaam opgenomen. Het voordeel van ibuprofenschuimverband ten opzichte van orale NSAID’s is dat het naar verwachting minder systemische bijwerkingen geeft. Ibuprofenschuimverband is hierom breder toepasbaar dan orale NSAID’s. Maagbescherming is niet nodig. Paracetamol kent nauwelijks contra-indicaties en is ook breed toepasbaar. NSAID-gels mogen alleen toegepast worden op intacte huid en niet met occlusief verband waardoor dit geen optie is bij de behandeling van een ulcus cruris venosum.
Ibuprofenschuimverband kan maximaal 7 dagen blijven zitten tot verbandwissel en moet eerder ververst worden als exsudaat zichtbaar wordt aan de randen van het verband. De meeste wondbedekkers worden 1 à 2 keer per week verwisseld. Orale pijnmedicatie moet meerdere keren per dag worden ingenomen.
De werkgroep schat in dat ibuprofenschuimverband geen relevante impact heeft op het milieu omdat het schuimverband weggegooid wordt in de prullenbak, en dus in principe niet in het oppervlaktewater terechtkomt.

Haalbaarheid

Ibuprofenschuimverband kan alleen toegepast worden bij exsuderende wonden. Ibuprofen komt in het wondbed vrij wanneer het in contact komt met wondexsudaat. De verbandwissel van wondbedekkers wordt gedaan in de huisartsenpraktijk of door de thuiszorg en vereist organisatorische en personele capaciteit. Dat geldt ook voor verbandwissel van andere wondbedekkers. Orale pijnmedicatie kan in principe door de patiënt zelf worden ingenomen. Orale pijnmedicatie wordt over het algemeen acceptabel gevonden door patiënten en de kosten zijn gering. Wel zijn orale NSAID’s gecontra-indiceerd bij een deel van de patiënten.

Samenvatting van bewijs
Uitgangsvraag

Is ibuprofenschuimverband aan te bevelen bij patiënten met een pijnlijk ulcus cruris venosum? Zie de PICO-tabel.

PICO-tabel
PatiëntenPatiënten met een pijnlijk ulcus cruris venosum
InterventieIbuprofenschuimverband
Vergelijking
  • Wondbedekker zonder ibuprofen

  • Lokale pijnstilling (lidocaïne/prilocaïne crème)

  • Orale pijnstilling

Uitkomstmaten

Cruciaal

  • Pijn

  • Genezing

  • Bijwerkingen (o.a. contactallergie voor (schuim)verbanden)

Belangrijk

  • Kwaliteit van leven

De NHG-werkgroep heeft op basis van consensus de volgende grenzen voor klinisch relevante verschillen vastgesteld:

  • pijnverbetering, gedefinieerd als 50% pijnreductie: 100 per 1000 patiënten
  • pijn als continue uitkomstmaat: 1 punt (0-10) schaal wordt beschouwd als een klein verschil; 2 punten als een belangrijk verschil  39  
  • genezing: 50 per 1000 patiënten (na 6 weken)
  • verbetering in welzijn (als proxy voor kwaliteit van leven), gedefinieerd als ‘ik voel me tevredener dan normaal’: 100 per 1000 patiënten
  • (ernstige) bijwerkingen: 50 per 1000 patiënten

Achtergrond

Ibuprofenschuimverband is een schuimverband dat met ibuprofen geïmpregneerd is. Het geeft ibuprofen af onder invloed van wondvocht. Mogelijk kan het van meerwaarde zijn als een ulcus meer continue pijnklachten geeft. Tijdens de vorige herziening van deze Standaard (2010) was er nog te weinig onderzoek beschikbaar om een aanbeveling op te kunnen baseren. In dit detail actualiseren we de literatuur en beschrijven we of ibuprofenschuimverband aan te bevelen is bij patiënten met een ulcus cruris venosum.

Methoden

In januari 2025 is een systematische literatuurzoekactie uitgevoerd naar systematische reviews (SR’s) en RCT’s in PubMed en Embase, met een update in september 2025.

Resultaten

Resultaat zoekactie

Uit de zoekresultaten selecteerden we de meest geschikte SR: zo recent mogelijk, met de beste aansluiting bij de PICO en van voldoende kwaliteit. Het betrof een Cochrane review over lokale middelen en verbanden voor pijnbehandeling van veneuze ulcera op het been.  40   In deze review zijn 2 RCT’s naar ibuprofenschuimverband opgenomen.  41   42   Een aanvullende search na de zoekdatum van deze review leverde 2 aanvullende RCT’s op.  43   44   De update van september 2025 leverde geen aanvullende RCT’s op. Er is geen onderzoek gevonden waarin ibuprofenschuimverband werd vergeleken met lokale of orale pijnstilling.

Onderzoekskarakteristieken

  • Gottrup 2008: multicenter RCT waarin patiënten met een pijnlijk veneus ulcus op het been werden gerandomiseerd naar een ibuprofenschuimverband of een identiek schuimverband zonder ibuprofen (n = 122; 6 Europese landen; gemiddelde leeftijd 68 jaar; 66% was vrouw; setting onbekend).  41   Patiënten mochten gelijktijdig pijnstilling nemen in een vast schema. De follow-upduur was 6 weken.
  • Arapoglou 2011: secundaire analyse van een multicenter RCT waarin patiënten met pijnlijke exsuderende wonden van verschillende etiologieën werden gerandomiseerd naar ibuprofenschuimverband of het plaatselijk gebruikte standaardverband. We hebben gegevens gebruikt van de subgroep patiënten met veneuze ulcera aan het been (n = 348; 12 Europese landen; mediane leeftijd 70 jaar; 65% was vrouw; patiënten uit ziekenhuizen en eerstelijnszorg).  42   Patiënten mochten gelijktijdig pijnstilling nemen in een vast schema en werden gevraagd de dosering tijdens de duur van het onderzoek niet te wijzigen. De follow-upduur was 5 dagen. Daarnaast hebben we de originele publicatie van dit onderzoek gebruikt voor de uitkomstmaat bijwerkingen.  45   In dit onderzoek is geen onderscheid gemaakt naar etiologie, maar we verwachten dat bijwerkingen onafhankelijk van de etiologie optreden.
  • Fogh 2012: multicenter RCT (n = 120; gemiddelde leeftijd 70 jaar, 68% was vrouw), uitgevoerd in Denemarken, Frankrijk, Duitsland en Spanje, waarin patiënten met chronische, exsuderende, pijnlijke veneuze ulcera op het onderbeen werden gerandomiseerd naar ibuprofenschuimverband of een identiek schuimverband zonder ibuprofen (n=120, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Spanje, gemiddelde leeftijd 70 jaar, 68% was vrouw, patiënten uit ziekenhuizen, wondzorgcentra en eerstelijnszorg).  43   Patiënten mochten geen pijnstilling ‘on demand’ nemen. De follow-upduur was 6 weken.
  • Salomé 2017: RCT waarin patiënten met pijnlijke veneuze ulcera op het onderbeen werden gerandomiseerd naar ibuprofenschuimverband of standaardverband (n = 80; Brazilië; 83% van de deelnemers is tussen 60 en 70 jaar oud; 68% was vrouw; polikliniek).  44   Patiënten die pijnstilling namen, werden geëxcludeerd. De follow-upduur was 32 dagen.

Data-analyse

De resultaten van de RCT’s zijn gepoold met behulp van een random effects model in Review manager 5.3 (zie forest plots in de bijlage van de Totstandkoming).

Effectiviteit en bijwerkingen

Zie tabel Ibuprofenschuimverband vergeleken met wondbedekker zonder ibuprofen voor de samenvatting van de resultaten.
In de KNMP Kennisbank en het Farmacotherapeutisch Kompas staan geen bijwerkingen specifiek voor ibuprofenschuimverband. De meest voorkomende bijwerkingen van dermale NSAID’s zijn lokale huidreacties; dermale toepassing van NSAID’s geeft minder systemische bijwerkingen dan orale toediening (zie het Farmacotherapeutisch Kompas, geraadpleegd op 30 april 2025). Het is echter onbekend of de bijwerkingen van dermale toepassing van NSAID’s op intacte huid te vergelijken is met die van ibuprofenschuimverband op een wond. Ibuprofenschuimverband bevat slechts 0,5 mg ibuprofen per cm2, dat maar ten dele in het lichaam wordt opgenomen (zie NHG-Standaard Decubitus). De werkgroep verwacht daarom weinig tot geen systemische bijwerkingen.

Conclusies

Ibuprofenschuimverband vergeleken met wondbedekker zonder ibuprofen

  • Ibuprofenverband verlaagt mogelijk de pijn (kwaliteit van bewijs: laag).
  • Er is mogelijk weinig tot geen verschil in genezing (kwaliteit van bewijs: laag).
  • We zijn onzeker of ibuprofenschuimverband leidt tot een verschil in kwaliteit van leven (kwaliteit van bewijs: zeer laag).
  • Er is mogelijk weinig tot geen verschil in het optreden van bijwerkingen (kwaliteit van bewijs: laag).
  • Volgens informatie van het Farmacotherapeutisch Kompas zijn lokale huidreacties de meest voorkomende bijwerkingen van dermale NSAID’s. Het is echter onbekend of deze bijwerkingen vergelijkbaar zijn met die van ibuprofenschuimverband.

Ibuprofenschuimverband vergeleken met lokale of orale pijnstilling

Deze vergelijkingen zijn niet onderzocht.

Pijn bij wondverschoning of débridement

Overweeg lokale toepassing van lidocaïne of een combinatie van lidocaïne en prilocaïne bij voorkeur voor lokale pijnbehandeling.

Praktische toepassing van lokale pijnbehandeling bij wondverschoning of débridement:

  • Breng het middel aan. Voorbeelden van toepassingen zijn lidocaïne-prilocaïnecrème onder occlusie, of lidocaïne-injectievloeistof op een gaasje aanbrengen en in de wond laten trekken (zie detail voor meer informatie).
  • Voer het débridement uit 30-60 minuten na aanbrengen. Stem de uitvoering en timing af met de zorgverlener die de wondbehandeling uitvoert.
  • Zie ook Bijlage 1 Wondbehandeling en keus van wondbedekkers.
Details
Pijn bij wondverschoning of débridement

Het verwijderen van dood weefsel (débridement) van een ulcus cruris venosum kan pijnlijk zijn.  40   In een cochranereview is het effect onderzocht van onder andere lokale geneesmiddelen bij pijn als gevolg van ulcus cruris venosum.  40   Zes RCT’s (n = 343) vergeleken lidocaïne-prilocaïnecrème met placebocrème of geen pijnbehandeling tijdens débridement. Een meta-analyse liet een mogelijk pijnstillend effect zien van lidocaïne-prilocaïnecrème, met een gemiddeld verschil op een 100 mm VAS-schaal van ‐20,65 (95%-BI ‐29,11 tot ‐12,19). Drie RCT’s (n = 233) rapporteerden bijwerkingen zoals branderigheid en jeuk. Deze bijwerkingen kwamen mogelijk niet of nauwelijks vaker voor bij gebruik van lidocaïne-prilocaïnecrème. Van alle uitkomsten is de kwaliteit van bewijs laag, vanwege risico op bias, variatie tussen de onderzoeksresultaten wat resulteerde in onnauwkeurigheid.

Conclusie

Gebruik van lidocaïne-prilocaïnecrème voorafgaand aan wondverzorging is mogelijk effectief in het verminderen van pijn.

Overwegingen

De cochranereview bevat geen onderzoeken over andere lokale middelen met lidocaïne. Alleen lidocaïne-prilocaïnecrème is geregistreerd voor pijnbestrijding bij débridement van ulcus cruris venosum. De werkgroep verwacht dat ook andere lidocaïne-bevattende lokale geneesmiddelen mogelijk een pijnstillend effect geven.

Praktische toepassing

Er zijn veel verschillende vormen van lokale middelen met lidocaïne, zoals lidocaïne-prilocaïnecrème, lidocaïne injectievloeistof, spray of zalf.
Voor lidocaïne-prilocaïnecrème geldt dat het meeste effect wordt verwacht wanneer de crème 30-60 minuten voorafgaand aan het débridement in een dikke laag (1-2 g/10 cm2, volwassenen maximaal 10 gram) onder occlusief verband wordt aangebracht. Na de inwerktijd moet de crème verwijderd worden en dien je met het débridement binnen 10 minuten te starten (KNMP Kennisbank, geraadpleegd in juni 2025).
Lidocaïne-injectievloeistof kan op een gaasje worden aangebracht, zodat de lidocaïne via het gaasje in de wond kan trekken (volwassenen maximaal 200 mg) (KNMP Kennisbank, geraadpleegd in september 2025).

Lidocaïne-bevattende geneesmiddelen kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu, wanneer overgebleven medicatie in het oppervlaktewater terechtkomt.  46   Het is daarom van belang om resten niet door de gootsteen te spoelen. Voer het overgebleven geneesmiddel of gaasjes met deze stoffen af zoals vermeld in de NHG-document Afvalstromen in de huisartsenpraktijk.

Antibiotica

  • Ulcus zonder tekenen van infectie: we bevelen antibiotica niet aan. Veel veneuze ulcera worden gekoloniseerd door bacteriën zonder tekenen van infectie. Er is geen bewijs dat antibiotica in dat geval de genezing bevorderen.
  • Geïnfecteerd ulcus zonder betrokkenheid van de omgeving: we bevelen antibiotica niet aan. Er is geen bewijs of (topicale) antibiotica zinvol zijn bij tekenen van een geïnfecteerd ulcus zonder betrokkenheid van de omliggende huid. Wel worden er andere wondbedekkers geadviseerd (zie tabel h2).
  • Bacteriële infectie in de omgeving van het ulcus (zoals erysipelas of cellulitis): we bevelen systemische behandeling met antibiotica aan. Zie Tekenen van infectie en de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties.
Details
Antibiotica

Veel veneuze ulcera zijn gekoloniseerd door bacteriën, maar dit leidt meestal niet tot klinische tekenen van infectie.  29   Volgens een cochranereview is er geen bewijs dat systemische antibiotica zinvol zijn voor de genezing van ulcus cruris venosum als er geen specifieke indicatie voor is.  47   De review beschrijft daarnaast 3 onderzoeken waarin topicale antibiotische behandeling onderzocht is bij patiënten met een veneus ulcus. De onderzoeken lieten geen voordeel zien voor lokale antibiotica in vergelijking met behandeling zonder topicale antibiotica. Geen van de onderzoeken gaan echter specifiek over patiënten met een geïnfecteerd ulcus. 

Diuretica

  • We bevelen diuretica niet aan voor het bestrijden van oedeem bij CVI, omdat dit niet zinvol is (zie NHG-Standaard Varices).
  • Oedeem bij hartfalen ontstaat door een ander mechanisme; voor indicaties voor het starten van diuretica bij hartfalen, zie NHG-Standaard Hartfalen.

Controles door de huisarts

  • Je kunt de behandeling (ambulante compressietherapie en wondbehandeling) delegeren aan een praktijkassistent of -ondersteuner, maar de behandeling kan een wijkverpleegkundige, wondverpleegkundige, huidtherapeut of oedeemfysiotherapeut ook uitvoeren. Spreek af wanneer en hoe de huisarts geïnformeerd wordt over de voortgang van de behandeling.
  • Evalueer na 3 weken of er sprake is van een genezingstendens (eventueel met foto’s of telefonisch met de zorgverlener die de wondbehandeling uitvoert). Wanneer de genezing stagneert of onvoldoende is, overweeg dan een volgende stap in de behandeling, zie Stagnatie of uitblijvende wondgenezing.
Details
Controles door de huisarts

Evaluatiemoment

Normaal gesproken is bij een veneus ulcus cruris 3 weken na aanvang van de behandeling een duidelijke genezingstendens zichtbaar (zie Tekenen van wondgenezing en detail Prognose). De werkgroep adviseert huisartsen daarom om rond dat tijdstip een evaluatie te laten plaatsvinden. Tijdens deze controle wordt beoordeeld of de ingezette behandeling adequaat is en of de genezing verloopt zoals verwacht. Wanneer de genezing stagneert of onvoldoende is, moet een volgende stap in de behandeling overwogen worden.

Aandachtspunten controles

  • Inspecteer het ulcus en beoordeel of de genezing vordert (zie Tekenen van wondgenezing).
    • Leg bij elke controle de grootte van het ulcus steeds op dezelfde manier vast (zie Lichamelijk onderzoek) om het beloop objectief te kunnen volgen. Foto’s kunnen het overleg met degene die de behandeling uitvoert vergemakkelijken.
    • Zie Verbandwissel en bijlage 1 voor een praktische handleiding van de wondcontrole.
  • Beoordeel de onderliggende oorzaak: controleer of ambulante compressietherapie adequaat wordt toegepast en effectief is in het verminderen van oedeem.
  • Ga na of er stagnerende factoren zijn die de genezing vertragen, zoals hypergranulatie, contactallergie, comorbiditeit of pijn.
    • Overweeg een contactallergie bij schilfering rondom de wond en roodheid (lichte huid) of donkerdere verkleuring (donkere huid). Een contactallergie kan ook ontstaan voor een bepaalde wondbedekker tijdens een (langdurige) behandeling.
    • Bepaal de oorzaak van pijn: bij een veneus ulcus staat pijn meestal niet op de voorgrond (tenzij het ulcus in een atrofie blanche-gebied ontstaat). Ernstige pijnklachten kunnen wijzen op een infectie of een arterieel ulcus. Heroverweeg in dat geval de diagnose (zie Anamnese).
    • Overweeg de glucosewaarde te bepalen bij stagnatie van de wondgenezing ondanks adequate ambulante compressietherapie, zie NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2.
  • Optimaliseer leefstijlfactoren die de wondgenezing ondersteunen door bijvoorbeeld het gebruik van de kuitspierpomp te stimuleren en te adviseren om niet te roken.
Details
Factoren die de behandeling kunnen compliceren

Contactallergie

Contactallergie komt relatief vaak voor en berust meestal op een overgevoeligheid voor lokaal aangebrachte preparaten of voor stoffen uit verbandmiddelen. Een contactallergie belemmert de genezing van het veneus ulcus. Bij gebruik van indifferente middelen, zoals vetcrèmes (vaseline-cetomacrogolcrème) en koelzalf (unguentum leniens), is de kans op een allergische reactie gering en wordt de huid beschermd tegen uitdroging. Zie NHG-Standaard Eczeem.

Hypergranulatie

Hypergranulatie kan optreden in de epithelisatiefase door te veel vochtopname van het granulatieweefsel (met name bij gebruik van hydrocolloïden, hydrogels en schuimverbanden), maar kan ook een teken van infectie zijn (zie Tekenen van infectie). De behandeling bestaat uit het wisselen van de wondbedekker en/of het aanstippen met een zilvernitraatstift.

Comorbiditeit

Comorbiditeit, zoals diabetes mellitus, hartfalen, hypertensie, adipositas, reumatologische en neurologische aandoeningen, komt regelmatig voor en kan de genezing van een veneus ulcus bemoeilijken.

Pijn

Patiënten met een veneus ulcus kunnen pijn hebben aan het ulcus. De pijn zou bij adequate behandeling (wondbehandeling en ambulante compressietherapie) geleidelijk moeten afnemen. Pijn die niet vermindert bij lopen, kan wijzen op een atypisch beloop, of op een andere oorzaak van het ulcus, bijvoorbeeld een arterieel ulcus. Het is van belang dat de patiënt deze pijn meldt. Een pijnscore helpt om de pijnintensiteit te objectiveren en wordt veel gebruikt door thuiszorgorganisaties. De pijnscore wordt meestal bepaald met een numerieke schaal, waarbij de patiënt de pijn een cijfer geeft van 0 (‘geen pijn’) tot 10 (‘ergst denkbare pijn’) (zie NHG-Standaard Pijn). Geschikte tijdstippen om de pijn te meten zijn ’s ochtends voor de toediening van de onderhoudsmedicatie en op het moment dat de onderhoudsmedicatie optimaal zou moeten werken. De pijnscore kan gebruikt worden voor follow-up van de wondbehandeling van een veneus ulcus. De huisarts geeft instructie aan degene die de behandeling uitvoert om contact op te nemen bij aanhoudende of verergerende pijn ondanks adequate therapie. In dat geval moet de diagnose heroverwogen worden (cave arterieel ulcus). Vragen naar de pijnbeleving is van belang, omdat pijnvermindering immobiliteit kan opheffen en de kwaliteit van leven kan verhogen.  19  

Tekenen van wondgenezing

Normaliter is de genezing 3 weken na aanvang van de ambulante compressietherapie duidelijk op gang. Tekenen van wondgenezing van het veneus ulcus zijn:

  • afname van omvang en diepte
  • afname beslag
  • granulatie (zie Begrippen): onderscheid granulatie van hypergranulatie wat juist een teken van infectie kan zijn (zie Tekenen van infectie)
  • epithelisatie: de wond raakt bedekt met epitheelweefsel

Verbandwissel

Iedere verbandwissel bestaat uit de volgende onderdelen:

  • inspectie van het ulcus
  • nagaan of een andere wondbedekker nodig is
  • schoonmaken van het ulcus met kraanwater en opnieuw verbinden
  • informeren naar de therapietrouw
  • informeren naar de pijnbeleving
  • informeren naar de gevolgen van het ulcus voor het dagelijks leven
Details
Kraanwater voor wondreiniging

In een cochranereview is de effectiviteit van wondreiniging met kraanwater onderzocht.  48   In de review zijn 8 RCT’s geïncludeerd waarin kraanwater vergeleken werd met fysiologisch zout en 3 RCT’s waarin kraanwater vergeleken werd met geen wondreiniging. De gepoolde resultaten laten zien dat er onzekerheid bestaat over eventuele verschillen tussen kraanwater en fysiologisch zout voor de uitkomstmaten wondinfectie, wondgenezing, wondgrootte en snelheid van wondgenezing. Voor al deze uitkomsten is de kwaliteit van het bewijs zeer laag. Bij vergelijking van reiniging met kraanwater met geen wondreiniging werd mogelijk geen of nauwelijks verschil gevonden in wondgenezing (kwaliteit van bewijs: laag).  48  

Samenvattend is er geen bewijs dat wondreiniging met kraanwater beter of slechter is dan fysiologisch zout of geen wondreiniging, daarnaast is het goedkoper. We bevelen daarom kraanwater aan.

Consultatie en verwijzingNaar Samenvatting

Bij een ongecompliceerd ulcus cruris venosum is verwijzing naar het ziekenhuis vaak niet nodig.

Stagnatie of uitblijvende wondgenezingNaar Samenvatting

Verwijs bij een veneus ulcus zonder genezingstendens (zie Tekenen van wondgenezing) na 3 weken behandeling, afhankelijk van de regionale mogelijkheden naar:

  • een wondverpleegkundige, bijvoorbeeld bij (inadequate) ambulante compressietherapie met onvoldoende effect, of voor aanvullende wondbehandeling, zoals débridement
    • Monitor de voortgang (eventueel telefonisch of met foto’s).
    • Verwijs naar een dermatoloog als een genezingstendens in de weken daarna nog steeds uitblijft.
  • of direct naar een dermatoloog:
    • Als de ingezette behandeling adequaat lijkt, maar desondanks geen of onvoldoende effect heeft (mogelijk afwijkend beloop of onjuiste werkdiagnose).
    • Bij een groot of diep ulcus dat mogelijk kan worden gesloten met huidtransplantaat of punch grafting.
Details
Onvoldoende genezing na 3 weken

Wanneer de genezing stagneert of onvoldoende is, moet een volgende stap in de behandeling overwogen worden. Mogelijke opties zijn (afhankelijk van regionale mogelijkheden):

  • Verwijzing naar een wondverpleegkundige, bijvoorbeeld als de ambulante compressietherapie thuis niet goed mogelijk is, of wanneer aanvullende wondbehandeling nodig is, zoals débridement. Bij verwijzing naar een wondverpleegkundige blijft het van belang dat de huisarts de voortgang blijft volgen (eventueel telefonisch of met foto’s). Verwijs alsnog naar de dermatoloog of vaatchirurg als een genezingstendens in de weken daarna uitblijft.
  • Verwijzing naar een dermatoloog of vaatchirurg wanneer de ingezette behandeling adequaat lijkt, maar geen of onvoldoende effect heeft. Dit kan wijzen op een abnormaal beloop of de noodzaak om de werkdiagnose te herevalueren en/of aan te passen.

Bovenstaand advies sluit aan bij de Kwaliteitsstandaard Wondzorg 49   Deze kwaliteitsstandaard stelt op basis van expert opinion dat een patiënt uiterlijk na 3 weken verwezen moet worden naar een expertteam bij verslechtering of onvoldoende genezing(stendens). Het is ook in lijn met de NVDV-richtlijn Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum (2023), waarin wordt geadviseerd om patiënten met een veneus ulcus, bij wie binnen 6 weken geen genezingstendens optreedt, te verwijzen naar een tweedelijnscentrum.

Behandelvormen in de 2e lijn

Huidtransplantatietechnieken

Behandeling met een huidtransplantaat wordt in de 2e lijn overwogen bij een ulcus cruris venosum die geen genezingstendens laat zien, ondanks adequate behandeling.  35   De meest gebruikte technieken zijn punch grafting, waarbij kleine stukjes huid (ter grootte van een biopteur) worden getransplanteerd, en split skin grafting, waarbij zeer dunne plakjes huid van bijvoorbeeld het bovenbeen (donorsite) worden verwijderd en op de wond worden aangebracht. Bij beide technieken gaat het om autologe huidtransplantatie, ofwel met huid(cellen) van de patiënt zelf, maar van een andere plek op het lichaam, meestal het bovenbeen. De donorsites zijn oppervlakkige (schaaf)wonden die spontaan genezen. Deze technieken zijn niet bij alle ulcera worden toepasbaar. Er mag bijvoorbeeld niet te veel oedeem aanwezig zijn, en de wond moet voldoende granulatie vertonen (m.a.w. een rood wondbed). Bij een te gele wond is de doorbloeding vaak onvoldoende om transplantatie te laten slagen.

Negatieve druktherapie

Bij negatieve druktherapie wordt een wondverband op de wond aangebracht, dat is aangesloten op een apparaat dat een gecontroleerde onderdruk (vacuüm) creëert. Hierdoor worden wond- en weefselvloeistof uit het behandelde gebied afgezogen en opgevangen in een opvangbak. Deze behandeling kunnen patiënten ook in de thuissituatie krijgen. In de 2e lijn wordt negatieve druktherapie alleen overwogen als aanvullende behandeling bij autologe huidtransplantatie.  35  

Madentherapie

Madentherapie werd in het verleden regelmatig toegepast voor het verwijderen van necrotisch weefsel (biologisch débridement). Tegenwoordig wordt madentherapie niet meer gebruikt als standaardbehandeling voor een veneus ulcus.

Intermitterende pneumatische compressietherapie

Bij intermitterende pneumatische compressietherapie (IPC) wordt er compressie op het been uitgeoefend met behulp van een manchet die aangesloten is op een pomp. Het is een relatief kostbare en arbeidsintensieve behandeling. In de 2e lijn wordt IPC alleen ingezet als standaard compressietherapie onvoldoende effectief blijkt of niet toepasbaar is, bijvoorbeeld bij afwijkende beenvormen, grote hoeveelheden oedeem of wanneer standaard compressietherapie niet verdragen wordt.  35  

Enkel-armindex < 0,9Naar Samenvatting

  • Verwijs naar een vaatchirurg bij een enkel-armindex < 0,6 voor duplexonderzoek (zie NHG-Standaard Perifeer arterieel vaatlijden).
  • Overweeg verwijzing naar een vaatchirurg bij een enkel-armindex 0,6-0,9 voor beoordeling van het arteriële vaatstelsel, vooral bij uitblijven van genezingstendens na 3 weken behandeling.

VaricesNaar Samenvatting

  • Overweeg verwijzing naar een dermatoloog of vaatchirurg bij mobiele patiënten met varices voor eventuele behandeling van de varices, met name bij uitblijvend of stagnerend herstel, of bij een recidief ulcus.
  • Bespreek de voor- en nadelen van behandeling:
    • voordelen: mogelijk snellere genezing en vermindering van de kans op een recidief veneus ulcus
    • nadelen: kleine kans op complicaties van de behandeling, zoals een nabloeding, infectie of huidverkleuring
  • Behandeling van varices vindt meestal poliklinisch plaats, zo nodig onder lokale verdoving.
Details
Varicesbehandeling bij patiënten met een ulcus cruris venosum

Ulcus cruris venosum wordt veroorzaakt door veneuze insufficiëntie. Bij ongeveer de helft van de patiënten is er sprake van een ulcus op basis van oppervlakkige veneuze insufficiëntie.  35   De NVDV-richtlijn Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum (2023) beveelt aan om onderliggende varices bij ulcus cruris venosum te behandelen. Endoveneuze thermische ablatie heeft daarbij de voorkeur, als minst invasieve behandeling, omdat deze mogelijk de genezing versnelt en de kans op een recidief verkleint. Wanneer thermische ablatie niet mogelijk is, wordt echogeleide foamsclerose aanbevolen.  35   Het is daarom relevant om te beoordelen of (invasieve) behandeling van de belemmerde veneuze afvloed voordeel voor de patiënt oplevert.
Voorafgaand aan de behandeling is duplexonderzoek van de beenvaten aangewezen. Dit onderzoek brengt de bloedvaten in beeld met behulp van geluidsgolven, die door de computer worden omgezet in beelden van de bloedstroom en vaatstructuur.  10   Duplexonderzoek helpt bij het vaststellen van chronische veneuze insufficiëntie, maar kan ook gelijktijdige arteriële problematiek aantonen, wat een reden kan zijn om af te zien van een varicesbehandeling. Daarnaast heeft een deel van de patiënten geen belangstelling voor deze invasieve behandelmogelijkheden, of is bijvoorbeeld te kwetsbaar of immobiel om een dergelijke behandeling te ondergaan.
Tot de interventies van de dermatoloog en vaatchirurg bij oppervlakkige veneuze insufficiëntie door varices behoren: endoveneuze ablatieve therapie, ambulante flebectomie, echogeleide foamsclerose en (foam)sclerocompressietherapie (zie NVDV-richtlijn Veneuze pathologie / Varices (2023)).

Overige consultatie- en verwijsindicaties

  • Verwijs naar een dermatoloog bij twijfel over de diagnose, zie Differentiaaldiagnostiek.
  • Overleg met een cardioloog bij ernstig hartfalen over het toepassen van ambulante compressietherapie en het risico op decompensatie.
  • Verwijs zo nodig naar een fysiotherapeut voor ondersteuning bij oefeningen om de kuitspierpomp te activeren.

Nazorg en preventieNaar Samenvatting

Bij patiënten met een genezen ulcus cruris venosum zijn de volgende zaken van belang.

Therapeutische elastische kousen

Adviseer het dragen van therapeutische elastische kousen ter preventie van een recidief ulcus.

  • Voor klasse-3-kousen is het meeste bewijs en het grootste effect op het voorkomen van een recidief ulcus. Dragen van therapeutische elastische kousen is essentieel voor het behoud van adequate compressie waarmee een recidief ulcus mogelijk wordt voorkomen.
  • Dragen van dergelijke kousen stuit bij veel patiënten op weerstand.
    • Bespreek daarom duidelijk de voordelen: het mogelijk voorkómen van een recidief veneus ulcus, bescherming bij het stoten, tegengaan van oedeemvorming en minder zware, vermoeide benen.
    • Benoem ook expliciet de nadelen: het moeilijk aantrekken van de kousen, een stijf gevoel in de benen, cosmetische bezwaren en de noodzaak van dragen voor onbeperkte duur.
    • Kiezen voor de juiste steunkousen, in samenspraak met de patiënt is belangrijk voor het optimaliseren van therapietrouw, kostenbesparing en duurzaamheid.
    • De therapietrouw is mogelijk lager bij klasse-3-kousen doordat deze als minder comfortabel ervaren worden. In de praktijk kan dit leiden tot de keuze voor klasse-2-kousen.
  • Verwijs eventueel voor het aanmeten van therapeutische elastische kousen (TEK) en begeleiding bij het gebruik van de kousen, zoals instructie over het aantrekken, het onderhoud van de kousen en het bevorderen van therapietrouw.
  • Voor verdere informatie zie NHG-Standaard Varices.
Details
Therapeutische elastische kousen

Het dragen van therapeutische elastische kousen ter preventie van een recidief ulcus berust op pathofysiologische principes. Door de onderliggende chronische veneuze insufficiëntie te behandelen met compressie, kan het risico op een recidief ulcus worden verminderd.

Een recente cochranereview onderzocht het effect van compressie met elastische kousen op het voorkomen van een recidief ulcus cruris venosum.  50   Op basis van 8 onderzoeken (1995 patiënten) werden verschillende klassen elastische kousen beoordeeld:

  • Klasse 3 elastische kousen verminderen mogelijk het risico op een recidief ulcus vergeleken met geen therapeutische elastische kousen (follow-up 6 maanden; RR 0,46, 95% BI 0,27 – 0,76; kwaliteit van bewijs: laag).
  • Tussen klasse 1 en klasse 2 elastische kousen werd mogelijk niet tot nauwelijks verschil gevonden in effect op recidief ulcus (follow-up 12 maanden; RR 1,70, 95% BI 0,67 – 4,32; kwaliteit van bewijs: laag). Ook de therapietrouw verschilde mogelijk niet tot nauwelijks tussen klasse 1 en klasse 2 kousen (kwaliteit van bewijs: laag).
  • Klasse 2 vergeleken met klasse 3 elastische kousen (volgens de classificatie van het Verenigd Koninkrijk) liet mogelijk een hoger risico op recidief ulcus zien (follow-up 18 maanden tot 10 jaar; RR 1,55, 95% BI 1,26 – 1,91; kwaliteit van bewijs: laag). Wel leek de therapietrouw bij klasse 2 kousen mogelijk groter dan bij klasse 3 kousen (kwaliteit van bewijs: laag).

De NVDV-richtlijn Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum (2023) adviseert het gebruik van therapeutische elastische kousen ter preventie van een recidief ulcus. De voorkeur gaat uit naar kousen van tenminste klasse 2 na een genezen ulcus. Klasse 3 kan overwogen worden om het risico op een recidief ulcus verder te verlagen, maar hierbij moet rekening gehouden worden met een mogelijk lagere therapietrouw.  35   Deze aanbevelingen zijn geformuleerd grotendeels op basis van een eerdere cochranereview uit 2014.  51  

Conclusie

Het meeste bewijs en het grootste effect voor het dragen van therapeutische elastische kousen ter preventie van een recidief ulcus cruris venosum is aanwezig voor de klasse 3-kousen (volgens de lijst van Bernink: druk met 35 tot 45 mmHg op enkelniveau). De therapietrouw is echter mogelijk lager bij klasse 3-kousen, omdat deze als minder comfortabel worden ervaren. Dit kan er in de praktijk toe leiden dat gekozen wordt voor klasse 2-kousen (25-35 mmHg). Adequate voorlichting kan mogelijk bijdragen aan het verbeteren van de therapietrouw.

VoorlichtingNaar Samenvatting

Bij de nazorg gelden dezelfde adviezen als beschreven bij Instructies bij ambulante compressietherapie, maar de oefeningen worden nu gedaan met de therapeutische elastische kous aan.

Bijlage 1 Wondbehandeling en keuzes wondbedekker

Stappenplan voor wondbehandeling

  • Maak het veneus ulcus schoon met behulp van in kraanwater gedrenkte gazen of onder de kraan of douche.
  • Verwijder met schaar en pincet (of met curette of scherpe lepel) de eventueel aanwezige necrose of débris (wondtoilet of débridement).
    • Overweeg pijnbehandeling wanneer débridement gepaard gaat met veel pijn. Zie Pijn bij wondverschoning of débridement.
    • Een uitzondering bij het débridement is het laten zitten van de droge necrose bij een zwart droog ulcus. Het droge necrotische materiaal (korst) fungeert zelf als een wondbedekker.
    • Let op: verwijder droge necrose wel indien de korst bij palpatie fluctueert. Dit betekent dat er onder de korst purulent exsudaat zit.
  • Behandel daarna het veneus ulcus met een wondbedekker afhankelijk van wondfase (zwart, geel of rood), wondvochtigheidsgraad (nat, vochtig of droog) en infectiegraad (zie tabel h2).
  • Maceratie is meestal een teken van overmatig exsudaat door bijvoorbeeld veel oedeem. Bescherm de wondranden tegen maceratie met zinkoxide en kies zo nodig voor een andere wondbedekker.
  • Behandel infectie van het ulcus zelf met een wondbedekker (zie Wondbedekkers en tabel h2).
  • Breidt de infectie zich uit in de omgeving van het ulcus (bijvoorbeeld erysipelas of cellulitis), dan is systemische behandeling met antibiotica geïndiceerd. Zie NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties.
  • Breng na het aanbrengen van de wondbedekker een secundair verband aan. Gebruik hiervoor bij natte en vochtige ulcera een absorberend verband en bij droge ulcera een gaasverband. Fixeer dit secundair verband met een windsel en/of huidvriendelijke pleister.
  • Zwachtel het been ten slotte in (zie Ambulante compressietherapie). 
Tabel h2. Keuze wondbedekker

Wondfase 

Zwart (necrose) 

Geel (débris) 

Rood (granulatie/epithelisatie) 

Actie 

Verwijderen 

Verwijderen/reinigen 

Beschermen 

Vochtigheidsgraad 

Nat en vochtig 

Droog 

Nat en vochtig 

Droog 

Nat en vochtig 

 

Droog 

Wondbehandeling 

  • Collagenase a 

  • Hydrogel b 

  • Alginaat c 

     

Droog kompres* 

 

  • Alginaat c 

  • Hydrofiber h 

     

  • Hydrogel b 

  • Hydrocolloïd b 

     

  • Vetgaas 

  • Hydrofiber h 

  • Silicone g 

  • Schuimverband g 

     

  • Vetgaas 

  • Hydrogel b 

  • Silicone f 

  • Hydrocolloïd b 

 

Wondbehandeling bij infectie van het ulcus** 

  • Alginaat Ag e 

  • Hydrofiber Ag e 

     

     

  • Collagenase

  • Hydrogel b 

  • Zilversulfadiazine i 

  • Alginaat Ag e 

  • Hydrofiber Ag e 

  • Povidonjodium 10% of cadexomeerjodium d

  • Povidonjodium 10% of cadexomeerjodiumd

  • Zilversulfadiazinei 

     

  • Alginaat Ag e 

  • Hydrofiber Ag e 

  • Povidonjodium 10% of cadexomeerjodium d

  • Povidonjodium 10% of cadexomeerjodium d

  • Zilversulfadiazine i 

 

In de tabel worden alleen primaire verbanden benoemd. Wondbedekkers omvatten verschillende soorten verbanden en topicale middelen. Op basis van onderzoek is er geen eenduidig onderscheid te maken welke wondbedekker het meest effectief is voor de patiënt. De keuzes van wondbedekkers zoals weergegeven in deze tabel berusten deels op algemene wondbehandelingsprincipes en deels op ervaringen uit de praktijk.
* uitzondering: necrose laten zitten, de necrose is zelf een wondbedekker 
** uitbreiding infectie in de omgeving van het ulcus behandelen met systemische antibiotica 

 

Opmerkingen bij tabel h2 

a. Bescherm bij gebruik van collagenasezalf de wondranden met zinkoxide of vaseline. Gebruiksadvies: 1 keer per dag vervangen. 
b. Hydrogels en hydrocolloïd-verbanden kunnen maceratie (zie Inspectie van het ulcus) van de wondranden veroorzaken bij veneuze ulcera met matig tot veel exsudaat. Maceratie treedt op als deze verbandsoorten verzadigd zijn met wondvocht. Verschoon de wond minimaal 2 keer per week om maceratie te voorkomen. Gebruiksadvies: vervang hydrogels, afhankelijk van het exsudaat, om de 3 dagen. Gebruik hydrocolloïden bij weinig exsuderende wonden, en vervang deze wanneer ze verzadigd zijn. 

c. Gebruik alginaat voor het reinigen van vochtige tot natte wonden met purulent exsudaat (het sluit débris en bacteriën in). Gebruik het niet bij rode wonden, want die hebben geen reiniging meer nodig. Gebruik alginaat in de wond; het mag de wondranden niet overlappen. Gebruiksadvies: alginaat kan 3 dagen op de wond blijven; het vormt een vormvaste gel. 

d. Povidonjodium-10%-zalfgazen en de met cadexomeerjodium geïmpregneerde verbanden zijn antiseptische middelen die niet cytotoxisch zijn en de schildklierfunctie of wondgenezing niet beïnvloeden. Een nadeel van povidonjodium is dat de wond aan het zicht van de behandelaar wordt onttrokken. Gebruiksadvies: 1 keer per dag of om de dag vervangen. 
e. Zilver (Ag)-verband wordt gebruikt bij geïnfecteerde wonden, omdat de hypothese is dat zilverionen antimicrobiële eigenschappen hebben. Gebruiksadvies: kan maximaal 1 week blijven zitten. 
f. Silicone is verkrijgbaar als gaas of verband. Het voordeel is dat het niet aan de wond kleeft en daardoor minder pijn doet bij verbandwissel. Gebruiksadvies: silicone kan 1 week op de wond blijven, bij gebruik van siliconengaas het secundaire verband eventueel wisselen. 
g. Schuimverband is beter dan niet-verklevend verband en kan bij alle typen vochtproductie gebruikt worden. Gebruiksadvies: schuimverband kan 3 dagen tot 1 week op de wond blijven zitten, afhankelijk van de hoeveelheid exsudaat. 
h. Gebruik hydrofiber-verband voor het reinigen van vochtige tot natte wonden met sereus exsudaat. Gebruiksadvies: hydrofiber kan tot 7 dagen in de wond blijven. Verwijder hydrofiber wanneer het geheel met exsudaat is verzadigd. 
i. Zilversulfadiazinecrème/-gaas heeft een bactericide werking, speciaal ten opzichte van sommige Pseudomonas-stammen. In tegenstelling tot sulfonamiden sensibiliseert zilversulfadiazine zelden. Een nadeel van zilversulfadiazinecrème is dat de wond aan het zicht van de behandelaar wordt onttrokken. Gebruiksadvies: zilversulfadiazinecrème dagelijks vervangen; zilversulfadiazinegaas kan tot 48 uur in het ulcus blijven.  

Referenties

  1. Eklof B, Perrin M, Delis KT, Rutherford RB, Gloviczki P. Updated terminology of chronic venous disorders: the VEIN-TERM transatlantic interdisciplinary consensus document. J Vasc Surg 2009;49:498–501.
  2. McGrath J, Schofield O. Treatment of excessive granulation tissue with EMLA cream and 95% silver-nitrate pencils. Clin Exp Dermatol 1990;15:468.
  3. Vandeputte J. Maceratie rond de wond. Nursing 2004;9:66–9.
  4. Meulendijks AM, de Vries FMC, van Dooren AA, Schuurmans MJ, Neumann HAM. A systematic review on risk factors in developing a first-time Venous Leg Ulcer. J Eur Acad Dermatol Venereol 2019;33:1241–8.
  5. De Roos KP, Van den Bos RR, Van Rijn MJE. Leerboek flebologie; Diagnostiek en behandeling van veneuze ziekten. Prelum 2022:480.
  6. Probst S, Saini C, Gschwind G, Stefanelli A, Bobbink P, Pugliese MT, et al. Prevalence and incidence of venous leg ulcers-A systematic review and meta-analysis. Int Wound J 2023;20:3906–21.
  7. Nelson EA, Harper DR, Prescott RJ, Gibson B, Brown D, Ruckley CV. Prevention of recurrence of venous ulceration: randomized controlled trial of class 2 and class 3 elastic compression. J Vasc Surg 2006;44:803–8.
  8. Finlayson K, Edwards H, Courtney M. Factors associated with recurrence of venous leg ulcers: a survey and retrospective chart review. Int J Nurs Stud 2009;46:1071–8.
  9. Korting HC, Callies R, Reusch M, Schlaeger M, Schöpf E, Sterry W. Dermatologische Qualitätssicherung Leitlinien und Empfehlungen. München/Berlin: ABW Wissenschaftsverlag, 2000.
  10. Nicolaides AN. Investigation of chronic venous insufficiency: A consensus statement (France, March 5-9, 1997). Circulation 2000;102:E126–63.
  11. CBO KvdG. Diagnostiek en behandeling van het ulcus cruris venosum. Alphen a/d Rijn: Van Zuiden Communications, 2005.
  12. Tazelaar DJ. Behandeling van het ulcus cruris venosum. Ned Tijdschr Geneeskd 2003;147:1576–80.
  13. Margolis DJ, Allen-Taylor L, Hoffstad O, Berlin JA. The accuracy of venous leg ulcer prognostic models in a wound care system. Wound Repair Regen 2004;12:163–8.
  14. Gibbs S, van den Hoogenband HM, de Boer EM. Wondgenezing bij veneuze ulcera: het mechanisme, de aanpak en moderne ontwikkelingen. Ned Tijdschr Geneeskd 2007;151:635–40.
  15. Gohel MS, Taylor M, Earnshaw JJ, Heather BP, Poskitt KR, Whyman MR. Risk factors for delayed healing and recurrence of chronic venous leg ulcers--an analysis of 1324 legs. Eur J Vasc Endovasc Surg 2005;29:74–7.
  16. Margolis DJ, Berlin JA, Strom BL. Risk factors associated with the failure of a venous leg ulcer to heal. Arch Dermatol 1999;135:920–6.
  17. Gelfand JM, Hoffstad O, Margolis DJ. Surrogate endpoints for the treatment of venous leg ulcers. J Invest Dermatol 2002;119:1420–5.
  18. Kantor J, Margolis DJ. A multicentre study of percentage change in venous leg ulcer area as a prognostic index of healing at 24 weeks. Br J Dermatol 2000;142:960–4.
  19. Persoon A, Heinen MM, van der Vleuten CJ, de Rooij MJ, van de Kerkhof PC, van Achterberg T. Leg ulcers: a review of their impact on daily life. J Clin Nurs 2004;13:341–54.
  20. van Korlaar I, Vossen C, Rosendaal F, Cameron L, Bovill E, Kaptein A. Quality of life in venous disease. Thromb Haemost 2003;90:27–35.
  21. Franks PJ, Moffatt CJ. Do clinical and social factors predict quality of life in leg ulceration? Int J Low Extrem Wounds 2006;5:236–43.
  22. Lurie F, Passman M, Meisner M, Dalsing M, Masuda E, Welch H, et al. The 2020 update of the CEAP classification system and reporting standards. J Vasc Surg Venous Lymphat Disord 2020;8:342–52.
  23. Moffatt CJ, Martin R, Smithdale R. Leg Ulcer Management (Essential clinical skills for nurses). 2007.
  24. Walker N, Rodgers A, Birchall N, Norton R, MacMahon S. Leg ulceration as a long-term complication of deep vein thrombosis. J Vasc Surg 2003;38:1331–5.
  25. Bérard A, Abenhaim L, Platt R, Kahn SR, Steinmetz O. Risk factors for the first-time development of venous ulcers of the lower limbs: the influence of heredity and physical activity. Angiology 2002;53:647–57.
  26. Wipke-Tevis DD, Rantz MJ, Mehr DR, Popejoy L, Petroski G, Madsen R, et al. Prevalence, incidence, management, and predictors of venous ulcers in the long-term-care population using the MDS. Adv Skin Wound Care 2000;13:218–24.
  27. London NJ, Donnelly R. ABC of arterial and venous disease. Ulcerated lower limb. Bmj 2000;320:1589–91.
  28. Wipke-Tevis DD, Sae-Sia W. Management of vascular leg ulcers. Adv Skin Wound Care 2005;18:437–45; quiz 46–7.
  29. NICE. Leg ulcer infection: antimicrobial prescribing. NICE guideline 2020:1–31.
  30. Schweitzer BPM. Het Amsterdams Ulcus Cruris project. Vijf jaar ervaring met een medisch en verpleegkundig protocol. Huisarts Wet 1992;35:278–80.
  31. Edwards LM. Why patients do not comply with compression bandaging. Br J Nurs 2003;12:S5–6, S8, S10 passim.
  32. Goode ML. Giving information on compression to patients with venous leg ulcers. Br J Nurs 2005;14:1178–9.
  33. Norman G, Westby MJ, Rithalia AD, Stubbs N, Soares MO, Dumville JC. Dressings and topical agents for treating venous leg ulcers. Cochrane Database Syst Rev 2018;6:Cd012583.
  34. Ribeiro CT, Dias FA, Fregonezi GA. Hydrogel dressings for venous leg ulcers. Cochrane Database Syst Rev 2022;8:Cd010738.
  35. NVDV. Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum. FMS 2023:1–135.
  36. Shi C, Dumville JC, Cullum N, Connaughton E, Norman G. Compression bandages or stockings versus no compression for treating venous leg ulcers. Cochrane Database Syst Rev 2021;7:Cd013397.
  37. De Maeseneer MG, Kakkos SK, Aherne T, Baekgaard N, Black S, Blomgren L, et al. Editor's Choice - European Society for Vascular Surgery (ESVS) 2022 Clinical Practice Guidelines on the Management of Chronic Venous Disease of the Lower Limbs. Eur J Vasc Endovasc Surg 2022;63:184–267.
  38. Conte MS, Bradbury AW, Kolh P, White JV, Dick F, Fitridge R, et al. Global vascular guidelines on the management of chronic limb-threatening ischemia. Eur J Vasc Endovasc Surg 2019;58:S1–S109.e33.
  39. Dworkin RH, Turk DC, Wyrwich KW, Beaton D, Cleeland CS, Farrar JT, et al. Interpreting the clinical importance of treatment outcomes in chronic pain clinical trials: IMMPACT recommendations. J Pain 2008;9:105–21.
  40. Briggs M, Nelson EA, Martyn-St James M. Topical agents or dressings for pain in venous leg ulcers. Cochrane Database Syst Rev 2012;11:Cd001177.
  41. Gottrup F, Jørgensen B, Karlsmark T, Sibbald RG, Rimdeika R, Harding K, et al. Reducing wound pain in venous leg ulcers with Biatain Ibu: a randomized, controlled double-blind clinical investigation on the performance and safety. Wound Repair Regen 2008;16:615–25.
  42. Arapoglou V, Katsenis K, Syrigos KN, Dimakakos EP, Zakopoulou N, Gjødsbøl K, et al. Analgesic efficacy of an ibuprofen-releasing foam dressing compared with local best practice for painful exuding wounds. J Wound Care 2011;20:319–20, 22–5.
  43. Fogh K, Andersen MB, Bischoff-Mikkelsen M, Bause R, Zutt M, Schilling S, et al. Clinically relevant pain relief with an ibuprofen-releasing foam dressing: results from a randomized, controlled, double-blind clinical trial in exuding, painful venous leg ulcers. Wound Repair Regen 2012;20:815–21.
  44. Salomé GM, Ferreira LM. Impact of non-adherent Ibuprofen foam dressing in the lives of patients with venous ulcers. Rev Col Bras Cir 2017;44:116–24.
  45. Palao i Domenech R, Romanelli M, Tsiftsis DD, Slonková V, Jortikka A, Johannesen N, et al. Effect of an ibuprofen-releasing foam dressing on wound pain: a real-life RCT. J Wound Care 2008;17:342, 4–8.
  46. Schouten J. Medicijnen in het oppervlaktewater. Ned Tijdschr Geneesk 2022;166:D7201.
  47. O'Meara S, Al-Kurdi D, Ologun Y, Ovington LG, Martyn-St James M, Richardson R. Antibiotics and antiseptics for venous leg ulcers. Cochrane Database Syst Rev 2014;2014:Cd003557.
  48. Fernandez R, Green HL, Griffiths R, Atkinson RA, Ellwood LJ. Water for wound cleansing. Cochrane Database Syst Rev 2022;9:Cd003861.
  49. NVDV. Kwaliteitsstandaard Organisatie van wondzorg in Nederland. FMS 2018:1–40.
  50. de Moraes Silva MA, Nelson A, Bell-Syer SE, Jesus-Silva SG, Miranda F, Jr. Compression for preventing recurrence of venous ulcers. Cochrane Database Syst Rev 2024;3:Cd002303.
  51. Nelson EA, Bell-Syer SE. Compression for preventing recurrence of venous ulcers. Cochrane Database Syst Rev 2014;2014:Cd002303.
Tabellen, schema’s en afbeeldingen

Tabellen

Afbeeldingen